English Abstract At present, the Remediation Urgency Method can be used
in the Netherlands to determine the urgency of remediation for seriously
contaminated sites. This methodology includes a site-specific ecological
risk assessment based on the presence of contaminants, the sensitivity of
the ecosystem with respect to land use, and the dimensions of the
contaminated soil surface. A so-called TRIAD to improve ecological risk
assessment of soil contamination has recently been developed and validated.
Risk assessment with the TRIAD is based on three different angles: 1. the
presence of contaminants (chemical angle), 2. results from bioassays using
samples from the site (toxicological angle)and 3. ecological field
observations (ecological angle). Integration of the results from the three
TRIAD angles provides a multiple weight of evidence in the risk assessment,
which strongly reduces uncertainties in the ecological risk assessment. The
TRIAD, as explained here, is not solely based on chemical soil quality,
which overcomes some of the drawbacks of the methodology for determining how
urgent remediation is. A preliminary guideline for a simple TRIAD is also
presented here. The costs of the assessment and the complexity of the
guideline are of the same magnitude as the current methodology to determine
the urgency of remediation.
Rapport in het kort
Bij ernstige gevallen van (water)bodemverontreiniging
kan momenteel met de 'SaneringsUrgentie Systematiek' (SUS) de
saneringsurgentie worden bepaald. Locatiespecifieke ecologische risico's
zijn een onderdeel van de methodiek. Deze worden berekend op basis van de
aanwezigheid van verontreinigende stoffen, de gevoeligheid van het
ecosysteem in relatie tot het bodemgebruik, en de omvang van het
verontreinigde oppervlak. Afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling en
validatie van de zogenaamde TRIADE voor ecologische risicobeoordeling van
bodemverontreiniging. Met de TRIADE worden de risico's geschat op basis van
drie verschillende invalshoeken, namelijk 1. de aanwezigheid van
verontreiniging (het chemische spoor), 2. de resultaten van bioassays met
monsters van de locatie (het toxische spoor), en 3. ecologische
veldwaarnemingen (het ecologische spoor). Integratie van de resultaten van
deze drie onafhankelijke TRIADE-sporen levert een meervoudige bewijsvoering
op voor de risicoschatting ('multiple weight of evidence'). Hierdoor worden
de onzekerheden in de risicoschatting sterk gereduceerd. De TRIADE is niet
alleen gebaseerd op chemische bodemkwaliteit, en ondervangt hiermee iin van
de bezwaren van SUS. In dit rapport wordt de TRIADE uitgelegd, en is een
voorlopige richtlijn uitgewerkt voor toepassing van een eenvoudige TRIADE
voor veel voorkomende gevallen van bodemverontreiniging, die qua
complexiteit en kosten vergelijkbaar is met SUS.