English Abstract Acidification, eutrophication and desiccation are the
most important threats to (semi-)natural ecosystems in the Netherlands. In
order to evaluate the magnitude of these threats the RIVM has, in close
co-operation with the Winand Staring Centre (SC-DLO), conducted a study to
develop a multistress model for terrestrial ecosystems (SMART/MOVE),
consisting of a soil model (SMART) and a vegetation model (MOVE). The aim
was to develop a method for calculating critical atmospheric deposition
levels using SMART/MOVE. This new method can be used to evaluate the
critical deposition loads of air-borne nitrogen and acid for several types
of terrestrial ecosystems. Some preliminary results have been compared with
empirically determined critical loads and values obtained from other models.
Although the results of the different methods were quite similar, the
critical values for several specific ecosystems differed. The advantage of
the new method is the large number of different ecosystems that can be
evaluated using a similar standardised method of calculation. Some of the
results obtained during the process of calculating the critical deposition
loads can also be used to improve SMART/MOVE. Both the results and their
use in validating, calibrating and improving SMART/MOVE are described in
this report.
Rapport in het kort
Verzuring, vermesting en verdroging behoren tot de
belangrijke bedreigingen van de natuurlijke en half-natuurlijke ecosystemen
in Nederland. Om de gezamenlijke effecten van deze bedreigingen op de
landelijke natuur te evalueren is, in een samenwerkingsverband tussen het
RIVM en het SC-DLO, het multistressmodel SMART/MOVE ontwikkeld. In het
kader van het Stikstof Onderzoek Programma (STOP) is het
modelinstrumentarium uitgebreid met een module voor normstelling voor
verzurende en eutrofierende depositie. Met de methode kunnen kritische
stikstofdepositieniveaus voor gestelde beleidsdoeleinden berekend en in
kaart gebracht worden. Er wordt rekening gehouden met ruimtelijke variatie
in bodem, vegetatie en hydrologie. De methode is tevens bruikbaar om
kritische niveaus voor zure depositie, of afzonderlijke componenten daarvan,
te berekenen. Naast de validatie van verschillende tussenresultaten, zijn
enkele eerste uitkomsten getoetst aan gangbare critical loads zoals
empirisch vastgesteld en/of berekend met het Simple Mass Balance model.
Voordeel van de nieuwe methode is de eenduidige berekeningswijze en de
hogere detaillering ten aanzien van het aantal te beschouwen ecosystemen.
De tussenresultaten van normstellingsmodule kunnen daarnaast ook gebruikt
worden voor verschillende validatiedoeleinden en modelverbeteringen (d.m.v.
kalibratie van de kansfuncties uit MOVE en verbeteringen aan de aansluiting
tussen SMART en MOVE). Met behulp van de berekende kritische milieugrenzen
(in termen van bodem-pH, grondwaterstand en stikstofbeschikbaarheid) kunnen
ook streefbeelden voor de realisatie van geplande natuurdoeltypen worden
afgeleid