English Abstract Since both society and government are increasingly
pressing for more transparency and efficiency in the drinking-water
industry, benchmarking, as an instrument to test this efficiency, will form
an element of the completely revised Drinking Water Act to come into force
in 2006. This report describes the indicators for 2 out of 4 items, namely
water quality and environment. The other two items are finances and
costumer-related services. The item, 'water quality', is divided into two
parts, comparison of performance and comparison of policy control. Input
and output indicators have been developed for the two parts of the
benchmark. Performance among the companies where earlier voluntary
benchmarks were applied will be compared using a Water Quality Index (WQI),
developed by the Netherlands Waterworks Association. Analysis has led to
proposals for changes in the WQI. Proposals worked out in cooperation with
the Waterworks Association have resulted in an operational WQI 'new style',
meeting the demands of the obligatory benchmark. The Life Cycle Analysis
will be suitable for the item, 'environment', of the obligatory benchmark if
a suitable indicator is found for 'drought'. An alternative is to use
individual indicators for the most important environmental
effects.
Rapport in het kort
De aanleiding van de studie is het voornemen van de
Minister van VROM de benchmark op te nemen in de Waterleidingwet. Deze
verplichte benchmark zal bestaan uit vier onderdelen: waterkwaliteit,
dienstverlening, milieu en financien. De drinkwatersector voert sinds 1999
op vrijwillige basis een benchmark uit. De informatie in de vrijwillige
benchmark over de prestaties op het gebied van waterkwaliteit is eenzijdig.
Daarom stelt het RIVM voor het onderdeel waterkwaliteit, behalve een
verplichte prestatievergelijking (benchmark) ook een beleidstoets voor. De
doelgroep voor de prestatievergelijking zijn alle 'stakeholders' en voor de
beleidstoets de rijksoverheid. De waterleidingsector kan de
prestatievergelijking zelf uitvoeren. Een onafhankelijke instelling
(bijvoorbeeld de Rekenkamer of het RIVM) kan de beleidstoets uitvoeren.
Indicatoren voor waterkwaliteit (prestatievergelijking en beleidstoets) en
milieu zijn in dit rapport beschreven. Een van de indicatoren voor de
prestatievergelijking is de Waterkwaliteitsindex (WKI). De WKI is een
getal, gebaseerd op drinkwaterkwaliteitsgegevens, waarmee op een hoog
abstractieniveau de waardering van de drinkwaterkwaliteit tussen de
waterleidingbedrijven wordt vergeleken. De WKI die de bedrijfstak gebruikt
in de vrijwillige benchmark is geevalueerd. Het RIVM doet naar aanleiding
hiervan voorstellen voor veranderingen van de WKI. Het RIVM heeft samen met
de VEWIN de voorstellen uitgewerkt tot een operationele WKI 'nieuwe stijl'.
Voor het onderdeel milieu van de prestatievergelijking is de
milieu-Levenscyclusanalyse (m-LCA) goed toepasbaar, maar er mist een goede
indicator voor het onderwerp verdroging. Verdroging als gevolg van
grondwaterwinning is het belangrijkste onderwerp als het om de
mileubelasting van de sector gaat. De milieubelasting van de
drinkwatersector vergeleken met andere netwerksectoren is relatief gering.
Het belangrijkste onderwerp van de milieubelasting maakt geen deel uit van
de m-LCA. Daarom is het de vraag of het zinvol is dit relatief complexe
instrument in te zetten voor de verplichte benchmark. Wellicht kan worden
volstaan met indicatoren voor de meest relevante onderwerpen namelijk:
verdroging/vernatting; energieverbruik; milieuvriendelijke energieverbruik
en hergebruik van afvalstoffen. De overige indicatoren voor de
prestatievergelijking en de beleidstoetsing zijn in dit rapport op
hoofdlijnen weergegeven. Nadere uitwerking zal in een vervolgopdracht
plaatsvinden.