Rapport in het kort
Wormen van de soort Eisenia andrei werden, na een
voorconditionerinfgsfase van 1 week, gedurende 3 weken blootgesteld aan een
met chroom(III)nitraat behandelde kunstgrond, gevolgd door een drie weken
durende herstelperiode in onbehandelde grond. Voor het effect op groei van
de wormen, coconproduktie en het percentage vruchtbare cocons bedraagrt de
NOEG 320 mg Cr/kg droge grond. Het aantal juveniele wormen per vruchtbare
cocon werd niet beinvloed door chroomgehalten tot 1000 mg/kg droge grond.
Tijdens de herstelperiode namen de wormen, die waren blootgesteld aan een
concentratie van 1000 mg Cr/kg droge grond, veel sterker in gewicht toe dan
de controles. De coconproduktie vertoonde wel enig herstel, doch bleef
lager dan de controle. Het percentage vruchtbare cocons en het aantal
juveniele wormen per cocon waren aan het einde van de herstelfase bij alle
behandelde groepen wat hoger dan bij de controle. Blootstelling van
regenwormen in een kunstgrond aan verhoogde gehaltes chroom(III) nitraat
leidde tot een dosis-gerelateerde toename van het chroomgehalte in de
wormen. Bioconcentratiefactoren namen iets af bij de twee hoogste
concentraties, en schommelden tussen 0,016 en 0,047. Na het overzettena van
de wormen in onbehandelde kunstgrond vond snelle eliminatie plaats. Na drie
weken was het gehalte in de wormen gedaald tot het niveau van de controle,
behalve bij de hoogste concentratie.