Rapport in het kort
Door het RIVM is een studie uitgevoerd om het inzicht
in de hydrologische effecten van beregening in de landbouw te vergroten. De
gekozen rekenmethode gaat uit van een losgekoppelde benadering van de
verzadigde en onverzadigde grondwaterstroming. Om tot consistente
resultaten te komen is een iteratie procedure uitgevoerd. In dit rapport
wordt ingegaan op de ontwikkeling van een niet stationair super-positiemodel
van de verzadigde stroming. De berekeningen zijn uitgevoerd voor de
groeiseizoenen in de periode '71-80 en voor het groeiseizoen van '49. Een
drietal beregeningsscenario's m.b.t. de omvang zijn in beschouwing genomen.
De belangrijkse resultaten betreffen de verandering van de grondwaterstand
de kwel/wegzijgingsintensiteiten, de afvoer naar/toevoer vanuit opp. water
en de verdamping. Duidelijk zijn de verschillen te onderkennen in de
klimatologisch uiteenlopende jaren. Uit een gevoeligheidsanalyse blijkt dat
de resultaten verreweg het sterkst worden beinvloed door de waarden van de
freatische bergingscoofficient.