 |
| Resultaten |
 |
 |
 |
 |
Rapporten |
|
 |
 |
Kosten en baten van Campylobacterbestrijding in Nederland - integratie van risicoanalyse, epidemiologie en economie |
Havelaar AH ; Nauta MJ ; Mangen M-JJ ; Koeijer A de ; Bogaardt M-J ; Evers EG ; Jacobs-Reitsma WF ; Pelt W van ; Wagenaar JA ; Wit GA de ; Zee H van der |
RIVM rapport 250911009 |
 |
Import en export van vleeskippenvlees in Nederland - een inventarisatie. |
Wagenaar et al. |
ASG05/I0052. |
 |
Risk assessment of Campylobacter in the Netherlands via chicken and other routes.
|
Nauta MJ, Jacobs-Reitsma W, Evers EG, Van Pelt W, Havelaar AH. |
National Institute for Public Health and the Environment, Bilthoven, 2005. Report no. 250911006 |
 |
Controlling Campylobacter in the chicken meat chain: cost-effectivity and cost-utility analysis.
|
Mangen MJJ, Havelaar AH, Nauta MJ, De Koeijer A, De Wit GA. |
National Institute for Public Health and the Environment, Bilthoven, 2005. Report no. 250911007. |
 |
Kosten en baten van Campylobacter bestrijding - integratie van risico-analyse, epidemiologie en economie.
|
Havelaar AH, Nauta MJ, Mangen MJJ, Katsma E, Bogaardt MJ, Wagenaar J namens de CARMA projectgroep. |
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven, 2005, Rapport nummer 250911008 |
 |
Controlling Campylobacter in the chicken meat chain: estimation of intervention costs. |
Mangen MJJ, Havelaar AH, Poppe KJ. |
LEI, Den Haag, 2005. 6.05.01 |
 |
Campylobacter prevalence in broiler flocks in the Netherlands. Modelling transmission within and between flocks and efficacy of interventions.
|
Katsma et al. |
Animal Sciences Group Lelystad, ASG05/I00113. |
 |
Maatschappelijke acceptatie van maatregelen tegen Campylobacter in kippenvlees in Nederland
|
Bogaardt et al. |
LEI, Den Haag, 2005.
6.05.06
|
 |
De typering van Campylobacter en de relatie tussen Campylobacter type en virulentie |
Wassenaar et al |
Animal Sciences Group, Lelystad., rapport ASG04/0010255, 2004 |
 |
Campylobacteriosis and sequelae in the Netherlands - Estimating the disease burden and the costs-of-illness (Campylobacteriose en complicaties in Nederland - ziektelast en kosten )
|
Mangen MJJ ; Havelaar AH ; Wit GA de |
RIVM Rapport 250911004, 2004 |
 |
Het effect van logistiek slachten en/of een kiemreducerende behandeling op de besmetting van kippenvlees met Campylobacter |
Havelaar AH, Evers EG, Nauta MJ |
RIVM Rapport 250911002, 2004 |
 |
Transmissiemodel voor risk assessment van Campylobacter prevalentie in vleeskuikens. |
Katsma E, Hoijer de A, Jacobs-Reitsma W, Wagenaar J, Fisher E, Jong de M |
ASG/04/0001856, 2004. |
 |
Beheersing van campylobacter in de kippenvleesketen-naar een beslissingsondersteunend model, |
Boogaardt MJ, Mangen MJJ, Wit GA de, Nauta MJ, Havelaar AH |
RIVM 250911005, 2004 |
 |
Het relatieve belang van Campylobacter transmissieroutes op basis van blootstellingsschatting |
Evers EG ; Fels HJ van der, Nauta MH, Schijven JF, Havelaar AH |
RIVM 250911003, 2004. |

|
Stakeholder analyse CARMA-project. Verslag van interviews en workshop met stakeholders. |
Bogaardt MJ, Folbert, HP, Van der Kroon S, Poppe K, Smit M |
LEI, Den Haag, 2002.
(samenvatting)
|
 |
Campylobacteriose in Nederland. Risico’s en interventiemogelijkheden. |
Havelaar AH (red) |
RIVM 250911001, 2002.
(samenvatting)
|
 |
Voortgangsrapport risicomodel. Rapport in het kader van deelproject 3 (Risicomodel) van het project CARMA V/250911. |
Evers EG, Nauta MJ, Van der Fels-Klerx HG, De Jong MCM. |
2002. (samenvatting)
|
|
 |
|
 |
 |
 |
Artikelen |
|
 |
 |
A poultry-processing model for quantitative microbiological risk assessment. |
Nauta MJ, Van der Fels-Klerx HJ, Havelaar AH. |
Risk Analysis2005;25:85-98. |
 |
A structured expert judgement study for microbiological risk assessment in Campylobacter transmission during broiler-chicken processing. |
Van der Fels-Klerx HJ, Goossens LHJ, Nauta MJ, Cooke RM, Havelaar AH. |
Risk Analysis, 2005;25:109-124. |
 |
The costs of human Campylobacter infections and sequelae in the Netherlands: a DALY and cost-of-illness approach.
|
Mangen MJJ, Havelaar AH, Bernsen RAJM, Van Koningsveld R, De Wit GA |
Acta Agriculturae Scandinavica C - Food Economics, 2005;2:35-51. |
|
Probabilistic inversion for chicken processing lines.
|
Cooke RM, Nauta M, Havelaar AH, Van der Fels-Klerx I.
|
Reliability Engineering and System Safety, in press.
|
|
A reconsideration of the Campylobacter dose-response model.
|
Teunis P, Van den Brandhof W, Nauta M, Wagenaar JA, Van den Kerkhof H, Van Pelt W.
|
Epidemiol Infect, accepted for publication |
|
Cross-contamination during food preparation: a mechanistic model applied to chicken-borne Campylobacter.
|
Mylius SD, Nauta MJ, Havelaar AH.
|
Risk Analysis, submitted for publication. |
 |
CARMA: A multidisciplinary project to reduce risks of campylobacteriosis |
Havelaar AH |
Workshop on Approaches to Precitvie Modeling to Support a Famrework to Prioritiza Opportunities to Reduce Food Safety Risk, June 15-16, 2004, Iowa State University, Ames, IA |
 |
Schatting van de kans op infectie door Campylobacter via water |
Schijven JF |
H2O, 2003, 19: 27-30 |
 |
CARMA risk model and expert study on transmission of Campylobacter during chicken processing
|
Van der Fels-Klerx HJ, Nauta MJ, Havelaar AH |
In: Risk-assessment: Dierziekten en bewaking voedselketen. Studiedag Vereniging voor Epidemiologie en Ekonomie. Leuven, 6 februari 2003, pp. 98-106.
(samenvatting)
|
|
A Poultry Processing Model for Quantitative Microbiological Risk Assessment,, submitted for publication |
Maarten N, van der Fels-Klerx HJ, Havelaar AH |
accepted.
(samenvatting)
|
|
A structured expert judgment study for a model of Cmaplyobacter contamination during broiler chicken processing, |
Van der Fels-Klerx HJ, Cooke RM, Nauta MJ, Goossens LHJ, Havelaar AH |
accepted.
(samenvatting)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
 |
 |
 |
Posters |
|
 |
 |
Risk assessment of Campylobacter in the broiler meat production chain |
Nauta M et al. |
XVII European Symposium on the Quality of Poultry Meat; XI European Symposium on the Qualtiy of Eggs and Egg Products; Doorwerth, NL, May 22-25, 2005 |
 |
The effect of logistic slaughter and/or germicidal treatment on Campylobacter contamination of broiler meat - a model based approach |
Havelaar AH et al. |
5th World Congress on Foodborne Infections and Intoxications, Berlin, June 5-11, 2004 |
 |
The economics of Campylobacter: an example of multidisciplinary research in food safety. |
Poppe KJ, Bogaardt MJ, Havelaar AH |
Exploring Diversity in the European Agri-Food System. 10th EAAE congress, Zaragoza Spain, August 28-31, 2002 |
 |
CARMA: een multidisciplinaire aanpak van campylobacteriose. |
Havelaar AH |
Symposium 'Veilig Voedsel in de Keten'. Stichting EFFI, Wageningen, 30 mei 2002 (samenvatting van bovengenoemde poster). |
 |
Modelling of Campylobacter survival on frozen chicken meat. |
Ritz-Breacud M,Nauta MJ, Teunis PFM, Federighi M, Havelaar AH |
Predictive modelling in foods, Quimper, France, June 15-19, 2003 |
|
CHRO2003: 12th International Workshop on Campylobacter, Helicobacter, & Related Organisms, Aarhus, 6-9 September 2003 |
 |
Estimation of the relative importance of Campylobacter transmission routes based on exposure assessment |
Eric Evers, Ine van der Fels-Klerx, Arie Havelaar, Maarten Nauta, Jack Schijven |
 |
Statistical modelling of Campylobacter transmission within broiler farms in The Netherlands, Statistical modelling of Campylobacter transmission |
Egil Fischer , Wilma Jacobs-Reitsma , Jaap Wagenaar , Arie Havelaar , Mart C.M. De Jong |
 |
CARMA:a multidisciplinary approach to controlling campylobacteriosis |
Arie Havelaar, Marc-Jeroen Bogaard, Roger Cooke, Eric Evers, Ine van der Fels-Klerx, Louis Goossens, Wilma Jacobs-Reitsma, Mart de Jong, Marie-Josee Mangen Sido Mylius, Maarten Nauta, Wilfrid van Pelt, Jack Schijven, Henk Stegeman, Jaap Wagenaar, Ardine de Wit, Henk van der Zee |
 |
Campylobacteriosis in the Netherlands, Estimating the cost-of-illness and the disease burden |
Mangen, M.-J.J., de Wit. G.A. and Havelaar, A.H |
 |
CARMA:Modelling cross-contamination of Campylobacter in the consumer phase |
Sido Mylius, Maarten Nauta, Arie Havelaar |
 |
A chicken processing model for quantitative microbiological risk assessment of Campylobacter |
Maarten Nauta, Ine van der Fels-Klerx, Roger Cooke, Louis Goossens and Arie Havelaar |
(Terug top)
|
 |
|
 |
 |
 |
Samenvattingen |
|
 |
Bogaardt MJ, Folbert, HP, Van der Kroon S, Poppe K, Smit M. Stakeholder analyse CARMA-project. Verslag van interviews en workshop met stakeholders. LEI, Den Haag, 2002.
Samenvatting:
Ondanks diverse maatregelen in de afgelopen jaren is de besmetting van pluimveevlees met campylobacter in Nederland volgens de overheid nog steeds te hoog. Deze besmetting vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. De overheid wil het huidige beleid gericht op het bestrijden van campylobacter aanscherpen. De mate waarin interventiemaatregelen effectief zullen zijn, hangt af van diverse factoren die nog onvoldoende in kaart zijn gebracht. Naast onzekerheid over de effectiviteit van maatregelen om de besmetting met campylobacter terug te dringen, spelen ook maatschappelijke factoren een rol. Sommige interventies worden meer geaccepteerd dan andere, waarbij economische aspecten belangrijke randvoorwaarden vormen.In opdracht van de Ministeries van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is in 2001 het CARMA-project (campylobacter Risk Management and Assessment) van start gegaan. Het project duurt vier jaar en wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van RIVM, ID-Lelystad, LEI, Keuringsdienst van Waren en RIKILT. De doelstelling van het project is de rijksoverheid adviseren over de effectiviteit en doelmatigheid van maatregelen waarmee campylobacteriose in de Nederlandse bevolking kan worden teruggedrongen. In verband met het draagvlak voor de resultaten van het onderzoek en de daaruit voortvloeiende beleidsmaatregelen is in 2001 een globale stakeholder-analyse uitgevoerd. Met de stakeholder-analyse is geprobeerd antwoord te krijgen op de volgende vragen:
- Wat zijn de belangen van stakeholders ten aanzien van de bestrijding van de besme tting van pluimveevlees met campylobacter in Nederland?
- In hoeverre verschillen de probleempercepties en oplossingsrichtingen van de stakeholders ten aanzien van de besmetting van pluimveevlees met campylobacter in Nederland?
- Wat is de behoefte aan kennis bij de stakeholders ten aanzien van maatregelen ter bestrijding van de besmetting van pluimveevlees met campylobacter?
- Welke verwachtingen hebben de stakeholders van het CARMA-project?
Om antwoord te kunnen geven op deze vragen is in april 2001 eerst een globale verkenning uitgevoerd van relevante actoren. Daarna vond een selectie van stakeholders plaats. Vervolgens zijn vertegenwoordigers van de geselecteerde organisaties benaderd voor een interview. Na de interviews is een analyse van de stakeholders verricht. Ten slotte vond eind 2001 een workshop plaats met de stakeholders.
De overheid is eindverantwoordelijk voor de voedselveiligheid in Nederland. De overheid wil dat voedsel 100 procent veilig is. De sector onderkent het belang van veilig voedsel, maar voor hem is ook het behoud van de arbeidsmarkt in de sector en van haar internationale concurrentiepositie van belang. De supermarkten die de detailhandel in voedingsmiddelen in Nederland domineren, stellen de consumenten centraal ten aanzien van voedselveiligheid wat de consument wil, daar moeten de voedselproducenten voo rzorgen. De Consumentenbond vindt het belangrijk dat de voedselproductie maatschappelijk verantwoord plaatsvindt. Dat betekend dat voedsel veilig moet zijn. Nagenoeg alle stakeholders zijn van mening dat de keten verantwoordelijk is voor het oplossen van de besmetting van pluimvee(vlees) met campylobacter. Sommigen stellen dat ook de consumenten een eigen verantwoordelijkheid hebben. Naast oplossingen van praktische aard wordt ook gedacht aan duurzamere oplossingen. De overheid en de partijen in de keten zijn van mening dat de besmetting niet adequaat kan worden bestreden vanwege het huidige gebrek aan kennis in de epidemiologie van campylobacter. Er bestaat een redelijke mate van consensus over dat pluimveevlees dat 100% vrij is van campylobacter niet mogelijk is, maar dat wel moet worden gestreefd naar een zo ve ilig mogelijk product. De stakeholders zijn van mening dat het probleem rond de besmetting met campylobacter vanuit meerdere kaders moet worden benaderd en opgelost. Niet alleen is voldoende kennis over de epidemiologie en besmettingsroutes van campylobacter nodig, maar ook spelen de kosten van de maatregelen een belangrijke rol. En verder vinden de stakeholders dat de betrokken partijen zich moeten kunnen vinden in de uiteindelijke beslissing over de maatregelen die moeten worden genomen en dat voldoende wordt toegezien dat die maatregelen ook juist en volledig worden uitgevoerd.
Om de effectiviteit van drie maatregelen, te weten het behandelen van pluimveevlees, de controle van import van vee en vlees, en maatregelen in de pluimveehouderij, goed te kunnen bepalen, is volgens de stakeholders bepaalde kennis nodig. De kennisbehoefte bij elke maatregel wordt door de stakeholders vanuit meerdere kaders (rationaliteiten) ingegeven. De eindproducten van het CARMA-project komen voor een deel overeen met de verwachtingen en wensen die de stakeholders hebben van het project. Volgens de stakeholders zou het project zich ook moeten richten op politieke, juridische en economische oplossingen (maatregelen) waarmee de ziekteverschijnselen bij de mens ten gevolge van campylobacter kan worden bestreden, de communicatie naar de consument, ethische en sociaal- culturele factoren waaraan maatregelen kunnen worden afgewogen, de gevolgen van de te nemen maatregelen voor de nationale en internationale concurrentiepositie van de pluimveehouderij en de verdeling van de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen (ove rheid, bedrijfsleven, consumenten).
(Terug)
Havelaar AH (red). Campylobacteriose in Nederland. Risico’s en interventiemogelijkheden. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven, 2002, Rapport nummer 250911001.
Samenvatting:
Infecties met bacteriën van het geslacht Campylobacter vormen een belangrijk volksgezondheidsprobleem in Nederland. Jaarlijks leiden deze infecties tot circa honderdduizend gevallen van gastroenteritis, waarvan ruim 23.000 patiënten de huisarts bezoeken en enkele tientallen overlijden. Daarnaast zijn er ongeveer zestig gevallen van het Guillain-Barré syndroom en enkele duizenden gevallen van reactieve artritis. Bij elkaar leiden deze ziektegevallen jaarlijks tot een verlies aan ruim duizend gezonde levensjaren en aanzienlijke economische schade. De omvang van de economische schade is voor Nederland nooit vastgesteld, maar bedraagt naar verwachting meer dan honderd miljoen € per jaar. Op basis van de gegevens van medisch microbiologische laboratoria wordt geconcludeerd dat zich tussen 1996 en 1999 een lichte daling van de incidentie van gastroenteritis heeft voorgedaan. Deze daling is echter in de jaren 2000 en 2001 weer gevolgd door een stijging. Hoewel de gegevens uit verschillende landen moeilijk te vergelijken zijn, lijkt het er op dat de incidentie in Nederland lager is dan in ons omringende landen. De incidentie van gastroenteritis varieert sterk naar plaats, tijd en leeftijd. De hoogste incidentie wordt gezien in de stedelijke omgeving, in de zomerperiode en bij kinderen onder vijf jaar alsmede bij jongvolwassenen (met name vrouwen). De oorzaak van deze variatie is onbekend.
De belangrijkste reservoirs van Campylobacter zijn te vinden in de dierenwereld, zowel landbouwhuisdieren als in het wild levende dieren als huisdieren. Vanuit deze reservoirs vindt een permanente besmetting van het voedselpakket, het milieu en de directe leefomgeving van de mens plaats. De mens kan dan ook langs vele routes in contact komen met Campylobacter. Nationaal en internationaal zijn verschillende methoden toegepast om het relatieve belang van verschillende blootstellingsroutes te bestuderen, waaronder patiënt-controle onderzoek, microbiologisch onderzoek van patiënten en mogelijke besmettingsbronnen, typering van isolaten van verschillende herkomst en statistische methoden. In veel onderzoekingen komt kipvlees als een belangrijke besmettingsbron naar voren, maar dit is zeker niet de enige route waarlangs de mens besmet wordt. Andere geïdentificeerde risicofactoren zijn varkens- en rundvlees, rauwe melk, direct contact met dieren, besmet oppervlaktewater en buitenlandse reizen. In Nederland speelt drinkwater geen rol van betekenis in de epidemiologie van Campylobacter. In kwantitatief opzicht is weinig bekend over het relatieve belang van deze risicofactoren. Een voorlopige schatting, gebaseerd op een beperkt aantal Nederlandse gegevens en extrapolatie van buitenlandse gegevens, suggereert dat kipvlees verantwoordelijk is voor maximaal 40% van alle humane gevallen van campylobacteriose. Overige factoren die van belang lijken, zijn buitenlandse reizen (10-20%), contact met jonge honden (10-20%) en vlees van de barbecue (rond 10%). Deze schattingen zijn echter zeer onzeker.
Verwacht wordt dat maatregelen gericht op het terugdringen van de besmetting van kipvlees een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de incidentie van ziekte bij de mens. De besmetting van kipvlees vindt zijn oorsprong in de primaire sector. In de laatste jaren zijn in de vleeskuikenhouderij verscherpte hygiënemaatregelen geïmplementeerd, welke samenvallen met een daling van de prevalentie van besmette koppels van 48% in 1998 naar 35% in 2000. Verdergaande hygiënemaatregelen zijn mogelijk maar zullen niet leiden tot de productie van gegarandeerd Campylobacter vrije kuikens. Van andere maatregelen in de primaire sector, zoals het verlagen van de gevoeligheid van kuikens (b.v. vaccinatie) of het bestrijden van eenmaal geïntroduceerde besmettingen is op korte termijn weinig te verwachten. Aanvullende maatregelen, verder in de keten, zijn dan ook noodzakelijk om tot een verdere reductie van de besmetting van kipvlees met Campylobacter te komen. Hierbij valt met name te denken aan kanalisatie van besmette koppels (onder meer logistiek slachten), verbeterde slachthygiëne en behandeling van het eindproduct (decontaminatie, invriezen, doorstraling, milde hittebehandeling, uitdroging etc.). Het overgrote deel van het in Nederland geproduceerde kipvlees wordt geëxporteerd. Daartegenover wordt een aanzienlijk deel van het in Nederland geconsumeerde kipvlees geïmporteerd, het voorkomen van Campylobacter op deze producten is onbekend. Aanvullende importcontrole is dan ook van groot belang. Op korte termijn is het niet te verwachten dat de Nederlandse consument kipvlees zal kunnen kopen dat vrij is van Campylobacter. Hierover dient goede voorlichting gegeven te worden, alsmede over de maatregelen die de consument kan nemen om de kans op ziekte te minimaliseren. Voorkómen van kruisbesmetting in de keuken is daarbij het belangrijkste aandachtspunt.
Een effectieve bestrijding van campylobacteriose bij de mens vereist meer kennis en inzicht dan op dit moment beschikbaar is. Onderzoeksbehoeften liggen op het terrein van de epidemiologie van gastroenteritis en complicaties bij de mens, de mogelijkheden de besmettingsdruk via kipvlees te verlagen, de modellering van risico’s van infectie via kipvlees en andere transmissieroutes, de kosten van campylobacteriose in Nederland, de kosten en baten van interventies alsmede politieke en maatschappelijke factoren met betrekking tot acceptatie van de risico’s en interventies.
De complexiteit van de epidemiologie van campylobacteriose en de beperkte beschikbare kennis maken het moeilijk betrouwbare voorspellingen te doen over de te verwachten effecten van interventie maatregelen, en noodzaken tot voorzichtigheid bij het formuleren van beleidsdoelstellingen. Effectieve bestrijding vraagt een zorgvuldig afgewogen pakket van maatregelen. Een op risicoanalyse gebaseerde modelmatige beschrijving van de besmettingsketens wordt aanbevolen om de beschikbare kennis op een gestructureerde wijze te integreren teneinde de effecten van interventiemaatregelen en de onzekerheid daarin te kwantificeren. Integratie van deze modellen met economische modellen en beleidsanalyses leveren een optimale basis voor het onderbouwen van beleidsbeslissingen.
(Terug)
Evers EG, Nauta MJ, Van der Fels-Klerx HG, De Jong MCM. Voortgangsrapport risicomodel. Rapport in het kader van deelproject 3 (Risicomodel) van het project CARMA V/250911. 2002.
Samenvatting:
In dit rapport wordt de voortgang binnen het deelproject Risicomodel van het project CARMA vastgelegd. In de Inleiding (hfst. 1) wordt het hoofdstuk risicomodellering uit het risk profile (Havelaar, 2002) samengevat. In hoofdstuk 2 t/m 4 wordt met name aandacht gegeven aan algemene zaken, terwijl de daarna volgende hoofdstukken specifiek over pluimveevlees gaan. In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van alle mogelijk relevante transmissieroutes van Campylobacter in Nederland, waarbij getracht is alle routes op een analoge wijze schematisch weer te geven. Er wordt aandacht gegeven aan de door te geven variabelen tussen schakels van de ketens en naar het effectmodel. In 2002 zal in principe modellering aan het product kipfilet gepleegd worden. In 2003 zullen enkele andere producten of routes gemodelleerd worden. In hoofdstuk 3 wordt beschreven hoe hiertoe een objectieve keuze gemaakt kan worden in 2002. Als criteria worden voorgesteld: theoretische blootstelling, epidemiologisch onderzoek en voorgestelde maatregelen.
In hoofdstuk 4 wordt, aan de hand van de aanbevelingen van de Codex Alimentarius commissie (Anonymous, 2001a), beschreven wat in 2002-2004 de aandachtspunten moeten zijn t.a.v. de communicatie tussen risk managers en risk assessors. De belangrijkste zaken hierbij zijn de zgn. 'statement of purpose and scope' en het pakket aan relevante interventies. De gegevensbeschikbaarheid is een belangrijk aandachtspunt voor de risk assessment modellering. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van een eerste gegevensinventarisatie van productstromen m.b.t. vleeskuikens/vleeskuikenvlees en Campylobacter besmettingen gepresenteerd. M.b.t. productstromen gaat het hierbij om zaken als de structuur van de productieketen, de verzorgingsbalans voor vleeskuikens, informatie over kuikenslachterijen en uitvoer/invoer.
Bij de MPRM aanpak wordt gebruik gemaakt van een zestal basisprocessen: groei, inactivatie, mengen, opdelen, verwijderen en kruisbesmetting. In hoofdstuk 6 wordt specifieke informatie m.b.t. Campylobacter over deze basisprocessen gegeven. De modellering van de pluimveevleesketen, specifiek m.b.t. kipfilet, is in twee delen opgesplitst op het punt van overgang van levend naar dood in het slachthuis, op basis van een overleg tussen ID-Lelystad en het RIVM op 30 oktober 2001. Het eerste deel van de keten zal gemodelleerd worden door ID-Lelystad, het tweede deel door het RIVM. In hoofdstuk 7 worden ideeën over de aanpak van de modellering van het levende deel gepresenteerd. Het model wordt gebaseerd op transmissie tussen koppels op vleeskuikenbedrijven. Hoofdstuk 8 geeft een eerste aanzet van de modellering van het dode deel van de keten. Het gaat hier met name om een beschrijving van het voedselpad en de MPRM structuur.
De belangrijkste functie van een risk assessment is dat dit de mogelijkheid biedt tot het inschatten van het effect van interventiemaatregelen. Eén van de mogelijk relevante maatregelen betreft het logistiek slachten. Er werd een model ontwikkeld, waarmee kwantitatief het effect van logistiek slachten kan worden berekend. Dit model wordt in hoofdstuk 9 kort beschreven. Verder werden op basis van de gepresenteerde aanpakken in hoofdstuk 7 en 8 de benodigde gegevens op een rijtje gezet. Deze gegevensbehoefte is weergegeven in hoofdstuk 10.
(Terug)
Van der Fels-Klerx HJ, Nauta MJ, Havelaar AH. CARMA risk model and expert study on transmission of Campylobacter during chicken processing. In: Risk-assessment: Dierziekten en bewaking voedselketen. Studiedag Vereniging voor Epidemiologie en Ekonomie. Leuven, 6 februari 2003, pp. 98-106.
Samenvatting:
The aim of the CARMA (Campylobacter Risk Management and Assessment) project, which started in 2001, is to advise on the effectiveness and efficiency of intervention measures for reducing human campylobacteriosis in the Netherlands. As part of the project, risk models are built for the major routes of infection. To date, the risk model for the consumption of poultry meat is under development. It describes the transmission of Campylobacter through the different stages of the poultry meat production chain, so far focusing on the processing of broiler chickens. An expert study is organised to obtain the (additional) information needed in this chicken processing model, including both qualitative information as well as (quantitative) estimates of the model parameters. This paper presents an outline of the CARMA project in general as well as the chicken processing model and the expert study.
(Terug)
Maarten Nauta, Ine van der Fels-Klerx, Arie Havelaar, A Poultry Processing Model for Quantitative Microbiological Risk Assessment,, submitted for publication
A mechanistic poultry processing model for a quantitative microbiological risk assessment (QMRA) of campylobacter is presented, which can also be applied to other QMRA's involving poultry processing. The same basic model is applied in each consecutive stage of industrial processing. It describes the effects of inactivation and removal of the bacteria, and the dynamics of cross-contamination in terms of the transfer of campylobacter from the intestines to the carcass surface or the environment, from the carcass to the environment, and from the environment to the carcass. From the model it can be derived that, in general, the effect of inactivation and removal is dominant for those carcasses with high initial bacterial loads, and cross-contamination is dominant for those with low initial levels. In other QMRA poultry processing models, the input-output relationship between the levels of contamination on the carcasses is usually assumed to be linear on a logarithmic scale. This mechanistic model shows that this may not be realistic. As non-linear behavior may affect the predicted effects of risk mitigations, this finding is relevant for risk management. Good knowledge of the variability of bacterial loads on poultry entering the process is important. The common practice in microbiology to only present geometric means of bacterial counts is insufficient: arithmetic means are more suitable to describe the effect of cross-contamination. The effects of logistic slaughter (scheduled processing) as a risk mitigation strategy are predicted to be small. Some additional complications in applying microbiological data obtained in processing plants are discussed. In a next study the model will be applied in QMRA of campylobacter in the Netherlands.
(Terug)
Van der Fels-Klerx, H.J., Cooke, R.M., Nauta, M.J., Goossens, L.H.J., Havelaar, A.H., A structured expert judgment study for a model of Cmaplyobacter contamination during broiler chicken processing, submitted.
A structured expert judgement study was organized to obtain input data for a microbial risk assessment model describing the transmission of Campylobacter during broiler chicken processing in the Netherlands. More specially, the expert study was aimed at quantifying the uncertainty on input parameters of this model and focused on the contamination of broiler chicken carcasses with Campylobacter during processing. Following the protocol for structured expert judgement studies, expert assessments were elicited individually by means of subjective probability distribution functions. The Classical model was used to aggregate the individual experts' distributions in order to obtain a single combined distribution per variable. Three different weighting schemes were applied, including equal weighting and performance based weighting with and without optimalization of the combined distributions. The individual experts' weights were based on their performance on the seed variables. Results of the various weighting scheme
s are presented in terms of performance, robustness, and combined distributions of the seed variables and some of the query variables. All three weighting schemes had adequate performance, with the optimized combined distributions significantly outperforming the equal weight and the non-optimized combined distributions. Hence, this weighting scheme, having adequate robustness, was chosen for further processing of the results.
(Terug)
(Terug top)
|
 |
|
|
|
 |
|