RIVM_Logo_Engels

Antigenic surveillance of influenza virus in the period 1995-1996

Antigene surveillance van influenzavirus in de periode 1995-1996

Publiekssamenvatting

Het influenzavirus ondergaat frequente antigene veranderingen die jaarlijkse aanpassing van het influenzavaccin door de WHO noodzakelijk maken. Voor dit doel genereert, verzamelt en analyseert het Nationaal Influenza Centrum (NIC, een samenwerkingsverband van het RIVM met de Erasmus Universiteit Rotterdam) in Nederland bij huisarts- en ziekenhuispatienten geisoleerde influenzavirusstammen. Het NIC vergelijkt deze stammen met de gebruikte vaccinstammen en met andere buitenlandse stammen. In zowel Nederland als elders in Europa was de influenzaepidemie van 1995/96 vroeg en van een gemiddelde omvang. Het subtype A(H3N2) overheerste maar ook A(H1N1)- en B-virussen werden gerapporteerd. De hoofdvarianten uit de seizoenen 1995 (zuidelijk halfrond) en 1995/96 (noordelijk halfrond) bleken in antigeen opzicht bij alle drie (sub)typen weinig of niet af te wijken van die uit 1994 en 1994/95, of van de gebruikte vaccinstammen. Zowel de immuniteit verworven door vroegere infecties als die opgewekt door vaccinatie zullen derhalve relatief goede bescherming hebben geboden tegen infectie met influenzavirus in 1995/96.

Synopsis

As a consequence of frequent antigenic changes of the virus, the composition of the influenza vaccine is annually adapted by WHO. In this framework, the National Influenza Centre (NIC, a collaboration of RIVM with the Erasmus University Rotterdam) generates and collects influenza virus strains isolated in the Netherlands from patients presenting to general physicians and in hospitals. NIC compares these strains with the vaccine strains recommended by WHO and with other foreign strains. In Europe, including the Netherlands, the influenza epidemic of 1995/96 was early and of an average extension. Subtype A(H3N2) dominated but A(H1N1) and B-viruses were also reported. The antigenic reactivities of the three major influenza virus variants of the seasons 1995 (southern hemisphere) and 1995/96 (northern hemisphere) did not differ significantly from those of the seasons 1994 and 1995/96, or from the vaccine strains used in the 1995/96 season. Therefore, both the infection-acquired and the vaccine-induced immunity will have rendered a relative good protection against influenza virus infections in 1995/96.
 

Home / Documents and publications / Antigenic surveillance of influenza virus in the period 1995-1996

RIVM Committed to health and sustainability
Menu