RIVM_Logo_Engels

Calculation of life expectancy from mortality follow-up studies

Publiekssamenvatting

Bij mortaliteitsanalyses op basis van longitudinale studies wordt veelal gebruik gemaakt van het Cox proportional hazards model. Sterfteverschillen tussen verschillende risicogroepen worden weergegeven in de vorm van geschatte regressiecoefficienten of relatieve risico's. De vraag is hoe mortaliteitsverschillen eruitzien voor een andere belangrijke maat als de levensverwachting. Beschreven wordt hoe deze geschat kan worden uitgaande van het Cox model. Verschillen in levensverwachting worden berekend voor twee voorbeeld-studies: tussen klassen van Body Mass Index op basis van gegevens uit de Zeven-Landen studie, en tussen klassen van lichamelijke activiteit op basis van gegevens uit de Zutphen-Ouderen Studie. De berekeningswijze is eenvoudig toepasbaar voor ook andere determinanten.

Synopsis

Survival analyses of longitudinal studies make often use of the Cox proportional hazards model. Mortality differences between risk groups are presented in terms of estimated regression coefficients or relative risks. The research question relates to the presentation of mortality differences in terms of life expectancy differences. The (rest) life expectancy can easily be calculated from the Cox model by using an exponential baseline hazard function. Two example applications for calculating life expectancy differences are presented. One for differences between Body Mass Index classes using data from the Seven-Countries study. The other for differences between physical activity classes using data from the Zutphen Elderly Study. The method can easily be applied to other mortality risk factors.
 

Home / Documents and publications / Calculation of life expectancy from mortality follow-up studies

RIVM Committed to health and sustainability
Menu