RIVM_Logo_Engels

Consumption and energy requirement for the Dutch in 2030, a survey based on two long-term scenario's

Publiekssamenvatting

In de agenda van het vierde Nationale Milieu Beleidsplan (NMP4) (VROM, 1999) staat duurzaamheid en kwaliteit van leven centraal. Kwaliteit van leven wordt beinvloed door consumptie, maar ook door de daaruit volgende milieudruk. De milieudruk die wordt veroorzaakt door de consumptie van personen die in Nederland wonen, loopt voor een groot deel via hun ruimte- en energiebeslag. Deze studie beschrijft het consumptiepatroon voor 2030 met het daarbij behorende energiebeslag op basis van beschikbare sociaal-demografische en economische (CPB) scenario's, gesignaleerde consumententrends en andere aanvullende gegevens, waarbij rekening is gehouden met technologische ontwikkelingen (efficientieverbeteringen). Tussen 1995 en 2030 stijgen de particuliere bestedingen per persoon tussen de 120% (European Coordination scenario, EC) en 180% (Global Competition scenario, GC). Het energiebeslag voor particuliere consumptie bedroeg in 1995 130 GJ per persoon. In 2030 is dit gestegen tot 134 GJ (+30%) per persoon indien uitgegaan wordt van het EC-scenario en 163 GJ per persoon indien uitgegaan wordt van het GC-scenario (+58%). Indien ook de groei van de bevolking wordt meegenomen , zal het totale Nederlandse energiebeslag in 2030 met 54% (EC) en 74% zijn gestegen ten opzichte van 1995. Voor 1995 komt het totale energiebeslag voor alle Nederlandse inwoners op 1927 PJ. Dit energiebeslag stijgt in 2030 naar ruim 3000 PJ (EC) en een kleine 3400 PJ (GC). In 1995 bedroeg de energie-intentsiteit van de particuliere consumptie 5,5 MJ/Dfl. In 2030 zal de energie-intensiteit met ruim 40% (-1,5% per jaar) zijn gedaald en ongeveer 3,2 MJ/Dfl bedragen. Het energiebeslag van de particuliere consumptie per persoon neemt minder sterk toe dan de consumptieve bestedingen per persoon. Er is dus sprake van ontkoppeling tussen het energiebeslag en consumptie in de periode van 1995 tot 2030. Deze ontkoppeling wordt bewerkstelligd door veranderingen in het consumptiepatroon (-15%), efficientieverbeteringen van (consumenten)apparaten (-12%) en efficientieverbeteringen in de toeleverende sectoren als industrie, handel en transport (-21%).

Synopsis

Major issues in the Dutch fourth National Environmental Policy Plan are sustainability and quality of life. The energy requirement for consumption tripled between 1948 and 1996. In this period no significant trends towards a lower energy intensity were found and there is no indication of dematerialisation of consumption patterns. Between 1995 and 2030 private expenditures will increase by 120% to 180% per person. In 1995 the energy requirement per person was 103 GJ. Between 1995 and 2030 the energy requirement per person due to private consumption will increase by 30% to 60%. If the growth of the population is also included, this increase will be 54% to 75% in 35 years time. In 1995 the total energy requirement of all Dutch inhabitants, including collective consumtion was 1927 GJ. In 2030 this will be 3000-3400 GJ. the energy intensity from private consumption in 1995 was 5.5 MJ per Dutch guilder. In 2030 the energy intensity will be 40% lower, a decrease of 1.5% per year. This indicates a decoupling of growth in consumption from the energy requirement for consumption (dematerialisation) brought about by autonomous efficiency improvements in household appliances and the supply sectors, and autonomous changes in the consumption pattern.

 

Home / Documents and publications / Consumption and energy requirement for the Dutch in 2030, a survey based on two long-term scenario's

RIVM Committed to health and sustainability
Menu