RIVM_Logo_Engels

Preliminary assessment of air quality for ozone in the Netherlands under EU legislation

Publiekssamenvatting

Voorafgaand aan de invoering van de derde EU-dochterrichtlijn, wordt de luchtkwaliteit, voor ozon, in de lidstaten beoordeeld. Op basis van de metingen en de modelberekeningen blijkt dat in 2010 de streefwaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en van ecosystemen niet worden overschreden. De ozonmeetwaarden per station voor de jaren 1997-2001 zijn getoetst aan de langetermijndoelstellingen voor de bescherming van de gezondheid van de mens en van ecosystemen. Hieruit blijkt dat deze in alle zones en agglomeraties worden overschreden. Daardoor worden alle zones en agglomeraties in het strengste regime (1) ingedeeld. Indien metingen de enige informatiebron zijn voor de beoordeling van de luchtkwaliteit voor ozon dan geldt volgens de derde dochterrichtlijn voor regime 1 een meetverplichting van 31 meetstations die worden verdeeld over locaties in stadsgebied (3), voorstadsgebied (12) en platteland/regionaal (16). Uit een vergelijking met de huidige aantallen en locaties van de ozonmeetstations in het LML blijkt dat er met name meetstations voor ozon en stikstofdioxide in voorstedelijk gebied, in zones en agglomeraties, bij moeten komen.

Synopsis

Before implementing the third European directive, the member states of the European Union should assess the air quality for ozone in their countries. Measerements and modelling results indicate that the target value for the protection of human health and vegetation in 2010 will not be exceeded. The ozone concentrations measured at each sampling point during the years 1997-2001 show that the long-term objectives for the protection of human health and vegetation were exceeded in all zones and agglomerations. As a consequence, all zones and agglomerations have been included in the strictest monitoring regime. Where measurements are the sole source of information used to assess ambient air quality for ozone, the third daughter directive requires that under regime 1, data is to be obtained from 31 sampling points, divided between sites in urban areas (3), suburban areas (12) and rural (regional) areas (16). A comparison of current numbers and locations of ozone sampling points showed a need for additional points for monitoring ozone and nitrogen dioxide particularly in suburban areas of zones and agglomerations.

 

Home / Documents and publications / Preliminary assessment of air quality for ozone in the Netherlands under EU legislation

RIVM Committed to health and sustainability
Menu