RIVM_Logo_Engels

Dioxins in Dutch vegetables

Dioxines in Nederlandse groenten

Publiekssamenvatting

De blootstelling aan dioxinen vindt plaats via de voeding. De belangrijkste bron van deze stoffen in de voeding is dierlijk vet. Desalniettemin is de bijdrage van groenten geschat op 13 % van de totale dioxine-inname via de voeding, hoewel de onzekerheid van die waarde groot werd geacht (Freijer et al., 2001). Het doel van de huidige studie is om de dioxineconcentraties in individuele groenten en vervolgens de inname door de consumptie van groenten vast te stellen. Daartoe zijn achttien soorten groenten ingekocht bij acht Nederlandse detailhandels in twee seizoenen. De monsters zijn per seizoen gemengd en geanalyseerd op het voorkomen van polychloordibenzo-p-dioxinen en -dibenzofuranen (PCDDs/PCDFs) en de dioxine-achtige non-ortho polychloorbifenylen (no-PCBs). De zomergroenten zijn met extreme gevoeligheid geanalyseerd. De maximum niveaus (waarbij als een congeneer niet werd aangetroffen de concentratie werd aangenomen ter waarde van de detectielimiet) varieren van 3 tot 10 pg toxische equivalenten (TEQ) per kg versgewicht. De analyse van de wintergroenten was iets minder gevoelig. Hierbij zijn detectiegrenzen gehaald van ongeveer 10 pg TEQ/kg versgewicht per congeneer. De maximum niveaus (met uitzondering van boerenkool) varieren van 30 -70 pg TEQ/ kg versgewicht. Het gemiddelde niveau van de boerenkool is 100-200 pg /kg versgewicht. Met deze maximale niveaus kan een maximale gemiddelde inname via de consumptie van groente van 0,12 pg TEQ/kg lichaamsgewicht/dag worden geschat. Indien wordt aangenomen dat er een consistent patroon is voor deze verbindingen in de diverse type groenten dan is de meest waarschijnlijke gemiddelde inname ongeveer 0,014 pg TEQ/kg lichaamsgewicht/dag. Dit is minder dan 2 % van de totale gemiddelde dioxine inname.

Synopsis

The exposure to dioxins (including polychlorinated dibenzo-p-dioxins, dibenzofurans and dioxin-like polychlorinated biphenyls) occurs predominantly via the intake of food. The main contribution to the total intake originates from the consumption of animal fat. Nevertheless, vegetables were estimated to contribute 13 % to the total dietary intake, although the uncertainty in this figure was considered large (Freijer et al., 2001). In the present study, a detailed investigation into the concentrations of dioxins in vegetables and subsequently the intake via the consumption of vegetables is calculated. To that aim, eighteen different vegetables were bought in eight Dutch retail shops in two different seasons. The samples were pooled per season and analysed for dioxins. The summer vegetables could be measured very sensitively: the maximum levels (assuming that samples below the limit of detection -LOD- equal a concentration equal to the LOD) vary between 3 and 10 pg toxic equivalents (TEQ) per kg fresh weight (FW). The winter vegetables could be measured less sensitively; the LOD for each congener was approximately 10 pg TEQ/kg FW. The maximum levels (with the exception of curly kale) vary between 30 and 70 pg TEQ/kg FW. The average level in curly kale is estimated as 100-200 pg TEQ/ kg FW. Using the maximum levels, the average intake of dioxins, furans and dioxin-like PCBs by the consumption of vegetables is estimated as 0.12 pg TEQ/kg bodyweight/day. When a consistency of patterns between detected and non-detected levels is assumed, the most likely estimate is 0.014 pg TEQ/ kg bodyweight/day. The latter is less than 2 % of the mean daily intake from the total diet.
 

Home / Documents and publications / Dioxins in Dutch vegetables

RIVM Committed to health and sustainability
Menu