RIVM_Logo_Engels

The inspection of (collective) tapwater installations in 2006. Progress and findings

Publiekssamenvatting

Jaarlijks wordt een deel van alle drinkwaterinstallaties gecontroleerd door de waterleidingbedrijven om het openbare drinkwaternet en gebruikers van de installaties tegen verontreinigingen te beschermen. Bij zowel de bestaande bebouwing als bij nieuwbouw voldoet 29 procent van de gecontroleerde installaties bij de eerste controle niet aan de eisen. Bij hercontrole waren veel gebreken verholpen, maar in de bestaande bouw voldeed 12 procent van de gecontroleerde installaties nog steeds niet. In de nieuwbouw ging het hierbij om 4 procent. Het RIVM rapporteert VROM-Inspectie jaarlijks over de controles. De percentages liggen hoger dan in 2005. Dat komt omdat er in 2006 van meer installaties meer gegevens zijn verstrekt op basis waarvan een representatief beeld van de controles is gemaakt. Bovendien zijn er meer installaties gecontroleerd dan in voorgaande jaren. Bij aanhoudende gebreken voeren waterleidingbedrijven een tweede hercontrole uit om te toetsen of de eigenaar deze gebreken heeft verholpen. Indien de installatie dan nog steeds niet aan de eisen voldoet, wordt het toezicht erop overgedragen aan de VROM-Inspectie. In 2006 is 1 procent van de bestaande bouw overgedragen. Van de nieuwbouw zijn op dit niveau geen gegevens bekend. Bij installaties met speciale voorschriften voor legionellapreventie (prioritaire instellingen) is het percentage dat bij de eerste controle niet aan de eisen voldoet gedaald, maar nog steeds groot (82 procent). Bij de eerste hercontrole was het overgrote deel van de problemen verholpen (bij 76 procent). De extra controle is hiermee effectief gebleken.

Synopsis

A portion of all drinking water installations is inspected yearly by the water companies to protect both the public mains system and the users of the installations from contamination. In 2006, 29% of the installations inspected - both existing and new installations - did not comply at the time of the first inspection with the standards set by legislation. A subsequent inspection of the unsatisfactory installations found that most of these shortcomings had been corrected, although 12% of the existing installations and 4% of the new installations still did not comply. By order of the Dutch Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM)-Inspectorate Department, the Institute for Public Health and the Environment of the Netherlands (RIVM) compiles a report each year on the inspection of drinking water installations. The percentages of non-compliance in 2006 are higher than those for 2005, primarily because more detailed information was provided on an increased number of installations. This information enabled RIVM to derive a more accurate assessment of the installations inspected. In addition, more installations were inspected in 2006 than in previous years. When the shortcomings continue, the water companies carry out a third inspection to determine whether these have been corrected by the owner of the installation. With persisting non-compliance, supervision of the installation is transferred to the VROM-Inspectorate Department. In 2006, the water companies transferred 1% of all existing installations that were inspected to the VROM-Inspectorate; no information is available on the percentage of new installations transferred. In terms of installations that must comply with special regulations for the prevention of Legionella (high-priority installations), the number that did not meet legislated standards has decreased, although it is still high (82%). This high incidence confirmes the findings of the inspectors in the field that the prevention of Legionella is not a top priority for the owners and/or managers of these installations. The second inspection, however, found that most of the installations (76%) had corrected the shortcomings, clearly demonstrating the effectiveness of the follow-up inspection.
 

Home / Documents and publications / The inspection of (collective) tapwater installations in 2006. Progress and findings

RIVM Committed to health and sustainability
Menu