RIVM_Logo_Engels

Adverse Events Following Immunisation under the National Vaccination Programme of the Netherlands. Number XIII - Reports in 2006

Postvaccinale gebeurtenissen binnen het Rijksvaccinatieprogramma. Deel XIII - Meldingen in 2006

Publiekssamenvatting

De bijwerkingenbewaking van het Rijksvaccinatieprogramma over 2006 liet een duidelijke toename zien van het aantal meldingen. Dit betrof vooral stijging van meldingen na DKTP-Hibvaccinaties. De toename in het aantal meldingen is mogelijk veroorzaakt door de geleidelijke overgang naar een DKTP-Hibvaccin met vijf kinkhoestcomponenten. Deels is de stijging ook toe te schrijven aan vermindering van de onderrapportage na invoering van het acellulaire combinatievaccin in januari 2005. De toevoeging van pneumokokkenvaccin vanaf 1 april 2006 heeft weinig invloed gehad op de stijging. In 2006 zijn in totaal 1159 meldingen ontvangen. Hiervan werd 76% als bijwerking van de vaccinaties beschouwd. De rest (24%) was niet door de vaccinatie veroorzaakt. Het aantal bijwerkingen moet in relatie worden gezien tot de 1,4 miljoen vaccinatiemomenten en de bijna 7 miljoen vaccincomponenten die daarbij worden toegediend. Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) wordt sinds 1962 intensief bewaakt. De meldgraad van vermoede bijwerkingen is hoog met een goede meldbereidheid van de consultatiebureaus. Er is een relatief beperkte onderrapportage. Van de 1159 meldingen betrof het in 875 (76%) gevallen een bijwerking. Hierbij ging het in 51% om heftiger verschijnselen, vooral zeer hoge koorts, langdurig huilen, collapsreacties, verkleurde benen, koortsstuipen en atypische aanvallen met rillerigheid, schrikschokken en gespannenheid of juist een heel slappe houding. Hoewel al deze bijwerkingen omstanders erg kunnen laten schrikken, zijn ze medisch gezien niet gevaarlijk en laten ze geen restverschijnselen na. Er is een kind met hersenontsteking gemeld in 2006; dit berustte niet op de vaccinatie maar op een andere oorzaak. Bedreigende allergische reacties zijn niet gemeld. De ernstige infecties die werden gerapporteerd hadden geen relatie met de vaccinaties en datzelfde gold voor de meldingen van epilepsie of suikerziekte. Het ging hierbij om een toevallige samenloop van gebeurtenissen. Bij de zes meldingen van overleden kinderen is het overlijden niet door de vaccinaties veroorzaakt. De gestimuleerde passieve veiligheidsbewaking is een goed en gevoelig instrument om signalen over mogelijke bijwerkingen op te pikken; het systeem laat tevens follow-up onderzoek toe. Hoewel heftige bijwerkingen na de RVP-vaccinaties optreden, zijn ze voorbijgaand en leiden ze niet tot blijvende gevolgen. De grote gezondheidswinst die het RVP oplevert, weegt op tegen de bijwerkingen.

Synopsis

Adverse events following immunisation (AEFI) in the National Vaccination Programme of the Netherlands (RVP) have been monitored through an enhanced passive surveillance system by RIVM since 1962. From 1984 until 2003 evaluation has been done in close collaboration with the Health Council. An RIVM expert panel continued the reassessment of selected adverse events from 2004 onwards. Reports were received mainly from Child Health Care professionals, primarily by telephone through the operating service for information and advice on vaccines and vaccinations. Further data have been obtained, if necessary, from parents, general practitioners, paediatricians and other professionals. In this annual report on 2006 an overview of all reported AEFI is presented with classification according to case definitions and causality. Trend analysis, reporting bias, background rates of specific events and possible pathophysiology of symptoms are discussed. On a total of over 1.4 million vaccination dates 1159 AEFI were reported. Of these, 2 were unclassifiable because of insufficient information. In 76% (875) of the classifiable events a possible causal relation with vaccination was established. These concerned major adverse reactions in 51% and minor adverse reactions in 49% of the reports. Of the reported adverse events 24% (282) were considered chance occurrences. Compared to 2005 there was an increase in number of reports, probably due to reduced underreporting. Perhaps the phased introduction of a DTP-IPV-Hib vaccine with five pertussis components was of some importance. The uptake of Pneumococcal vaccination in the programme, simultaneously administered with DTP-IPV-Hib vaccine, had little influence on this increase. The Netherlands Vaccination Programme has a very favourable risk balance.
 

Home / Documents and publications / Adverse Events Following Immunisation under the National Vaccination Programme of the Netherlands. Number XIII - Reports in 2006

RIVM Committed to health and sustainability
Menu