RIVM_Logo_Engels

220Rn measurements and implications for earlier surveys of 222Rn

Meting van 220Rn en consequenties voor eerdere 222Rn-surveys : VERA-onderzoek

Publiekssamenvatting

Er komt minder radioactief radongas (Rn-222) in nieuwbouwwoningen voor dan op basis van eerdere radonsurveys werd aangenomen. De oude radondetectoren blijken na onderzoek ook gevoelig voor radioactief thoron (Rn-220), waarvan meer aanwezig is dan werd gedacht. Dit volgt uit een nader onderzoek aan deze detectoren, dat plaatsvond naar aanleiding van een landelijke survey naar de stralingsbelasting in Nederlandse woningen die tussen 1994 en 2003 zijn gebouwd. Detectoren die voor internationale vergelijkingsstudies naar radon worden gebruikt, zijn tot nu alleen op dit edelgas ingesteld. Dat sommige typen detector behalve radon ook thoron meten, valt dan niet op. Net als in Nederland is er internationaal een toegenomen aandacht voor thoron vanwege survey-resultaten die sterk door thoron bleken te zijn beinvloed. Het thoron lijkt afkomstig van een (veel voorkomend) bouwmateriaal met verhoogde thoronuitstoot, mogelijk een afwerkmateriaal. Inmiddels is gebleken dat er gedurende een aantal jaar in Nederland stucmateriaal is toegepast dat door het ingredient fosfogips meer thoron bevatte. Mogelijk geven echter ook andere afwerkmaterialen aanleiding tot een verhoging. Een groot deel van de dosis straling die mensen binnenshuis ontvangen, is het gevolg van het inademen van de radioactieve vervalproducten van radon en thoron. Radon en thoron worden van nature gevormd in bodem- en bouwmaterialen. Een deel daarvan komt in de woning terecht, omdat ze gasvormig zijn. Blootstelling aan straling in de woning is verantwoordelijk voor ruwweg de helft van de stralingsbelasting die Nederlandse burgers gemiddeld door het jaar heen oplopen.

Synopsis

The concentration of radioactive radon gas (Rn-222) encountered in newly constructed dwellings was lower than that expected from earlier surveys. An investigation into the response of the radon detectors used in these earlier surveys revealed that these were also sensitive to radioactive thoron (Rn-220), of which more appears to be present than originally assumed. This is the primary outcome of a detailed examination of the detectors that resulted from a national study on radiation exposure in Dutch dwellings constructed between 1994 and 2003. Detectors used in international radon comparison studies have only been set to test for radon, not thoron. Consequently, in practice it is not immediately evident that some detectors actually measure thoron as well, which is also reported as radon. The increasing interest shown by the Netherlands for thoron, provoked by survey results that appear to have been strongly affected by this radioactive isotope of radon, is mirrored by many other countries. The thoron found in dwellings seems to originate from a (frequently used) building material, possibly a finishing material, which has a relatively high thoron exhalation rate. It has more recently been determined that for many years a type of plaster was used in the Netherlands that contained phosphogypsum, a material known for its high radon content. However, it is possible that other materials incorporated into finishing layers also contribute to higher indoor thoron levels. A large portion of the total indoor exposure of occupants to radiation is from inhalation of radioactive decay products of radon and thoron. Radon and thoron are formed in the soil and earth-based building materials by radioactive decay and, because they are gaseous, they are able to diffuse into homes and other buildings. Exposure to ionizing radiation in the home accounts for approximately half of the average annual radiation dose received by a Dutch citizen.
 

Home / Documents and publications / 220Rn measurements and implications for earlier surveys of 222Rn

RIVM Committed to health and sustainability
Menu