RIVM_Logo_Engels

Dosages and use of different nuclides in diagnostic nuclear medicine imaging

Doseringen en nuclidengebruik bij nucleair diagnostisch onderzoek : Inventarisatie gegevens 2008

Publiekssamenvatting

De doseringen van Nederlandse ziekenhuizen bij nucleair geneeskundig onderzoek zijn gemiddeld genomen in lijn met de aanbevelingen van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (NVNG). Bij onderzoek naar de hartfunctie ligt de dosering iets boven de aanbevolen waarden, maar voor PET is de dosering in de praktijk gemiddeld 40 procent lager dan aanbevolen. In Nederland wordt per verrichting gemiddeld minder radioactieve stof toegediend dan in Duitsland en de Verenigde Staten, en iets meer dan in het Verenigd Koninkrijk. Dit blijkt uit de Enquête Beeldvormende Diagnostiek over 2008. Deze enquête wordt jaarlijks afgenomen en bevatte voor dat jaar extra vragen over de doseringen en gebruikte nucliden in de nucleaire geneeskunde. Deze gegevens geven in combinatie met het aantal onderzoeken een nauwkeuriger inzicht in de stralingsdosis voor patiënten door nucleaire geneeskunde. Voor 2008 wordt nu een dosis berekend van 0,095 millisievert per inwoner, wat 12 procent hoger is dan berekend met de tot nu toe beschikbare gegevens. De stralingsdosis door nucleaire geneeskunde draagt voor bijna 12 procent bij aan de totale dosis door medische diagnostiek. Door leveringsproblemen met het nuclide technetium-99m meldt één ziekenhuis dat het in 2008 gedeeltelijk is overgestapt op thallium-201. Dit brengt een beduidend hogere stralingsdosis voor de patiënt met zich mee dan technetium-99m. De leveringsproblemen ontstonden door de tijdelijke sluiting van de reactor in Petten, een van de voornaamste leveranciers van technetium-99m in de wereld. In hoeverre dat in andere ziekenhuizen aan de orde is geweest, maakt de enquête niet duidelijk.

Synopsis

The dosages used by Dutch hospitals in diagnostic nuclear medicine imaging procedures are generally in line with the recommendations of the Dutch Society of Nuclear Medicine (NVNG). The dosages used for cardiac function imaging are slightly above the recommended levels, while those used in positron emission tomography (PET) are, on average, 40% below those recommended. The amount of radioactive substance administered for a single examination is less in the Netherlands than in Germany and the USA and slightly higher than in the UK. These are the main results of the Diagnostic Imaging Survey for 2008. This survey is conducted annually, and the 2008 edition is the first to be extended with questions on dosages and nuclides used in nuclear medicine. These data, together with the known frequencies of the various diagnostic imaging procedures, provide a more precise understanding of the radiation dose administered to patients undergoing a nuclear medicine examination. For 2008, the calculated dose is 0.095 millisievert per capita, which is 12% higher than that calculated using the data available from previous annual surveys. The radiation dose from nuclear medicine contributes nearly 12% of the total dose from all medical diagnostic imaging modalities. In 2008, one hospital partly switched to using the nuclide thallium-201 due to delivery problems with technetium-99m. The substitution of thallium-201 for technetium-99m results in the patient being exposed to a significantly higher radiation dose. The supply problems resulted from the temporary closure of the reactor in Petten, one of the main suppliers of technetium-99m in the world. The extent to which other hospitals were affected by this closure is not clear from the survey.
 

Home / Documents and publications / Dosages and use of different nuclides in diagnostic nuclear medicine imaging

RIVM Committed to health and sustainability
Menu