RIVM_Logo_Engels

Estimating the carcinogenic potency of chemicals from the in vivo micronucleus test

Schatting van de carcinogene potency van chemische stoffen uit de in vivo micronucleus test

Publiekssamenvatting

Het RIVM heeft een methode ontwikkeld waarmee sneller en met minder proefdieren een schatting kan worden gemaakt van de mate waarin een chemische stof kankerverwekkend is. Normaal gesproken wordt de mate waarin een stof kankerverwekkend is gebaseerd op het aantal tumoren dat in langdurige dierstudies wordt aangetroffen. Dergelijke langdurige studies zijn nodig omdat tumorvorming een langzaam proces is. Deze studies duren twee jaar en vergen veel proefdieren (rond de 400). Voordat tot een langetermijnstudie wordt overgegaan, wordt eerst met behulp van een kortetermijnstudie bekeken of een stof wel of geen DNA-schade veroorzaakt. Hiervoor zijn circa 50 proefdieren nodig. Als DNAschade optreedt, is dit een indicatie dat de stof kankerverwekkend kan zijn. De langetermijnstudie wordt vervolgens ingezet om na te gaan of de stof inderdaad kankerverwekkend is, maar ook om een indicatie te krijgen van de mate waarin. Uit het RIVM-onderzoek blijkt nu dat op basis van de kortetermijnstudie niet alleen duidelijk wordt of een stof DNA-schade veroorzaakt, maar ook een indicatie kan worden verkregen van de mate waarin de stof kankerverwekkend is. De langetermijnstudie met veel proefdieren kan dan in veel gevallen vermeden worden. Dit is van belang aangezien er internationaal naar wordt gestreefd het proefdiergebruik terug te dringen en het aantal langdurige studies te minimaliseren. Voor de nieuwe methode is in kortetermijnstudies onderzocht bij welke concentratie (bijvoorbeeld in het voer van de dieren) een bepaalde mate van DNA-schade optreedt. Tevens is onderzocht bij welke concentratie een bepaald percentage van de proefdieren tumoren krijgt in de langetermijnstudies. Beide concentraties bleken aan elkaar gerelateerd.

Synopsis

The RIVM has developed a faster method for estimating the carcinogenic potency of compounds, using less animals than with existing methods. Currently, the degree to which a substance is carcinogenic is estimated from the number of tumors found in animals in long-term studies. These long-term studies are necessary because the development of tumors is a slow process. Normally, these studies take two years and make use of many animals (around 400). Prior to deciding whether to perform a long-term study, short term-studies are always performed to examine if a compound causes DNA damage. The presence of DNA damage (a positive result in short-term test) is generally indicative that a compound might be carcinogenic. Long-term studies are therefore performed to confirm whether a compound is carcinogenic or not, and to assess how potent the substance is in inducing tumors (carcinogenic potency). Research at the RIVM has shown that short-term studies can not only provide an indication as to whether a compound causes DNA damage, but also can provide an estimate of the carcinogenic potency of a chemical. With this new approach, long-term studies can be avoided. This is of interest given the international aim for reducing animal use and long-term studies. In this new method, a comparison was made between the concentration that induced a selected degree of DNA damage in short-term studies and the concentration at which a selected percentage of animals developed tumors. Results demonstrated a relationship between concentrations in short- and longterm studies, thus providing the possibility to use short-term studies to obtain an indication of the carcinogenic potency of chemicals.
 

Home / Documents and publications / Estimating the carcinogenic potency of chemicals from the in vivo micronucleus test

RIVM Committed to health and sustainability
Menu