Iedere pasgeboren baby krijgt een hielprik. Dat gebeurt in de eerste week na de geboorte. De geboorteaangifte bij de gemeentelijke burgerlijke stand is het vertrekpunt voor de hielprikscreening. Daarom is het belangrijk om zo snel mogelijk na de geboorte aangifte te doen, maar uiterlijk binnen 3 werkdagen. Houdt u er rekening mee dat de afdelingen Burgerzaken op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen gesloten zijn. U wordt vervolgens vanzelf gebeld voor een afspraak voor de hielprik. De hielprik wordt bij u thuis afgenomen
Een medewerker van de thuiszorg komt voor de hielprik bij u thuis. Hij of zij prikt met een speciaal apparaatje in de hiel van uw baby. Op een speciaal kaartje, het hielprikkaartje worden enkele druppels bloed opgevangen. Als uw kind in het ziekenhuis ligt, wordt de hielprik daar uitgevoerd. Na de hielprik wordt het bloed naar een laboratorium gestuurd. Daar wordt het bloed onderzocht op een aantal ziektes. De uitslag: geen bericht is goed bericht
Als de uitslag van het onderzoek goed is, ontvangt u geen bericht. Er zijn dan geen bijzonderheden gevonden. Blijkt uit het onderzoek dat uw kind misschien een aangeboren ziekte heeft, dan ontvangt u wel bericht over de uitslag. Dat gebeurt binnen drie weken na de hielprik. Uw huisarts neemt in dat geval zo snel mogelijk contact op met u. Soms is een extra hielprik nodig
Soms is de hoeveelheid afgenomen bloed te weinig voor het onderzoek. Dan wordt de hielprik opnieuw uitgevoerd. We spreken dan van een herhaalde eerste hielprik. Het kan ook gebeuren dat de uitslag niet duidelijk is; dan is een tweede hielprik nodig. Een tweede hielprik gebeurt meestal binnen twee weken na de eerste hielprik. Over de uitslag van de tweede hielprik krijgt u altijd bericht, ook als de uitslag goed is.
|