Een toepasser is een professionele gebruiker van bestrijdingsmiddelen

Risico's voor consument en toepasser

Bestrijdingsmiddelen (incl. biociden) worden door professionele toepassers en door consumenten gebruikt. De toepasser heeft een speciale opleiding en vergunning voor het werken met bestrijdingsmiddelen. De consument is niet getraind in het gebruik van de middelen die hij koopt, hij werkt niet onder gecontroleerde omstandigheden (zoals bv. onder ventilatie) en gebruikt doorgaans geen beschermende middelen (zoals handschoenen). In het geval van biociden toepassingen is het merendeel van het gebruik binnenshuis, wat tot een relatief hoge blootstelling kan leiden. Ook kunnen gezinsleden worden blootgesteld en dan in het bijzonder kinderen, die bv. over een behandeld oppervlak (tapijt), kunnen kruipen.

De consument
Het RIVM heeft zich toegelegd op de blootstellingsschatting van de consument, tijdens en na gebruik van een product, en heeft voor een groot aantal producttypen zogenoemde factsheets opgesteld. Daarin worden voor de verschillende producttypen ‘default’ scenarios beschreven, en tevens worden er default getallen voorgesteld die gebruikt kunnen worden bij de blootstellingsschatting van de consument. De scenarios kunnen met behulp van het software programma ConsExpo worden doorgerekend. Op deze manier kan een gestandaardiseerde en transparante blootstellingsschatting worden uitgevoerd. De getallen uit de factsheet worden via een database in ConsExpo ingelezen. Op dit moment zijn er factsheets beschikbaar voor desinfectantia en voor ongediertebestrijdingsmiddelen.

De kinderen
Zoals hierboven al aangegeven vormen kinderen een aparte groep die indirect wordt blootgesteld. Recent heeft het RIVM een rapport uitgebracht waarin voor alle 23 producttypen biociden blootstellingsscenarios voor kinderen zijn beschreven. Zie rechtsboven onder het kopje Bibliotheek. Bij de beoordeling van biociden, wordt doorgaans alleen gekeken naar de veiligheid van een product, terwijl de mens via meerdere bronnen (bv. gebruik van producten, gebruik via de voeding, gebruik in andere kaders, bv. als diergeneesmiddel) kan worden blootgesteld. Deze zogenaamde geaggregeerde blootstelling is moeilijk in kaart te brengen, wegens gebrek aan data. In 2007 verschijnt een rapport waar voor 2 stoffen (triclosan en permetrin) deze geaggregeerde blootstelling wordt geschat.
Blootstelling vindt plaats via de lucht, via de huid of oraal via bijv. hand-mond contact. Bij blootstelling van kinderen aan bestrijdingsmiddelen is de hand-mond contact route belangrijk. Kinderen kunnen zo bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. In 2007 verschijnt een rapport waarin de ‘state of the art’ van hand-mond contact bij kinderen beschreven wordt, en worden tevens ‘defaults’ afgeleid voor blootstellingsschatting aan bestrijdingsmiddelen.

Risico's voor de volksgezondheid
Het RIVM werkt ook aan de beoordeling van de risico’s van bestrijdingsmiddelen via de voeding. De normen voor pesticide residuen in de voeding worden internationaal geharmoniseerd (EU, en wereldwijd via CODEX ALIMENTARIUS). Toxicologische grenswaarden worden afgeleid voor chronische en acute blootstelling. Vervolgens wordt nagegaan of de verwachte blootstelling bij goed landbouwkundig gebruik deze grenswaarden overschrijdt. Het RIVM is op diverse niveaus (nationaal, EU, en WHO/FAO) betrokken bij het afleiden van de toxicologische grenswaarden, bij het opstellen van blootstellingsmodellen via het dieet, en bij het afleiden van de produktnormen (Maximum Residu Limiet, MRL). Er zijn ook risico's voor consumenten als gevolg van blootstelling aan drinkwater en aan begaste goederen (zie links onder drinkwaterkwaliteit of ontsmetting containers).

Laatst gewijzigd: 30 juli 2007

Afdrukken