Rond de dennebomen is het onkruid dood gespoten met een herbicide

Het meten van de giftigheid van het oppervlaktewater

RIZA en RIVM voeren al een aantal jaren een op toxiciteit gebaseerde beoordeling van de waterkwaliteit uit. Zo wordt de giftigheid van het oppervlaktewater direct gemeten. Het water is tegenwoordig veel minder giftig dan rond 1970. De giftigheid van het water verandert gedurende het seizoen. Er zijn ook grote regionale verschillen in de giftigheid van het oppervlaktewater. De meest recente rapporten over de giftigheid van het oppervlaktewater zijn te vinden op deze bladzijde onder het kopje Bibliotheek rapporten.

Giftigheid soms direct zichtbaar
De effecten van bestrijdingsmiddelen zoals insecticiden of herbiciden op een akker zijn soms direct te zien aan de dode insecten of het verlepte onkruid (zie foto). Bij een ramp kunnen ook in het oppervlaktewater directe effecten van bestrijdingsmiddelen te zien zijn. Bij de ramp in Sandoz kwamen in 1986 door een ongeluk veel bestrijdingsmiddelen in de Rijn waardoor men dode vis in de Rijn kon zien drijven. Onder normale omstandigheden zijn echter in het oppervlaktewater over het algemeen geen duidelijke directe effecten van bestrijdingsmiddelen te zien.

Giftigheid kan gemeten worden
Hiervoor wordt van een groot aantal lokaties in Nederland monsters van oppervlaktewater genomen. De giftigheid van deze monsters wordt gemeten met behulp van de pT methode. Zie dossier bioassays pT methode. Het voordeel van deze biologische methode boven chemische analyses is dat ook toxische effecten van onbekende stoffen worden meegenomen. Het nadeel is dat onbekend blijft welke stoffen de giftigheid veroorzaken. Daarom is een combinatie van chemische en biologische technieken de beste manier om de kwaliteit van het oppervlaktewater te meten.

Chemische metingen zijn onvoldoende om de giftigheid te bepalen
De Europese Kaderrichtlijn Water stelt dat het oppervlaktewater een goede ecologische kwaliteit moet hebben. Deze kwaliteit kan worden aangetast door overbemesting, vervuiling met bestrijdingsmiddelen en andere stoffen of door nog een aantal andere oorzaken. Het is dus belangrijk om te weten in hoeverre de vervuiling met bestrijdingsmiddelen en bedreiging is voor de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Omdat er vele honderden verschillende bestrijdingsmiddelen op de Nederlandse markt zijn toegelaten is het onmogelijk om alle bestrijdingsmiddelen met hun mogelijke omzettings- en afbraakproducten met de vereiste meetgevoeligheid in een groot aantal oppervlaktewateren te meten. Sommige bestrijdingsmiddelen zijn zo giftig dat de waterkwaliteitsnorm beneden de detectiegrens van bijvoorbeeld 10 nanogram per liter kan liggen. Het is dan niet meer mogelijk om met chemische analyses te bepalen dat het water aan de norm voldoet. Deze problemen kunnen omzeild worden door direct de giftigheid van het oppervlaktewater te meten door middel van toxiciteitstesten.

Laatst gewijzigd: 31 juli 2007

Afdrukken