- Home
- Dossier
- Bestrijdingsmiddelen
- Ontsmetting containers
Milieugevaarlijke stoffen in containers
In zeecontainers met importgoederen uit andere landen blijken regelmatig vluchtige organische stoffen te zitten. De concentraties zijn soms zo hoog dat er gezondheidsrisico’s optreden. De stoffen waar het hier om gaat zijn bestrijdingsmiddelen waarmee de containers worden ontsmet, of stoffen, zoals benzeen en tolueen, die als oplosmiddel of bestanddeel in het productieproces worden gebruikt en uit de goederen vrijkomen. Werknemers die de containers openen, kunnen aan een dermate hoge concentratie in de containers worden blootgesteld dat gezondheidsklachten kunnen optreden. Het komt jaarlijks een paar keer voor dat werknemers zich onwel melden. Meestal verdwijnen de klachten als de werknemers weer uit de container zijn, maar soms zijn de klachten zo erg dat ziekenhuisopname noodzakelijk is. Een ander gezondheidsrisico leveren de goederen in de containers die de bestrijdingsmiddelen opnemen of te hoge concentraties van productiemiddelen bevatten, en dat later uitdampen. De gebruikers van deze goederen, vaak in de huiselijke omgeving, kunnen de stoffen vervolgens inademen. Tot nu toe heeft het RIVM geen gezondheidsrisico’s als gevolg van deze uitdamping aangetoond maar het RIVM sluit deze ook niet uit.
Ontsmetten van containers
Jaarlijks komen er circa 2,5 miljoen containers de Nederlandse havens binnen die goederen voor de Nederlandse of Europese markt vervoeren. Deze containers zijn vaak ontsmet met bestrijdingsmiddelen (‘gegast’) om de aantasting van de containerinhoud en de import van exotische organismen te voorkomen. Meer dan 20% van de containers die de Rotterdamse haven binnenkomen, bevat nog bestrijdingsmiddelen, zo bleek uit de trendanalyse in 2007. Dit percentage lijkt de laatste jaren eerder toe- dan afgenomen. De internationale verplichting om gegaste containers te labellen, wordt slecht nagekomen: slechts 2% van de behandelde containers bevat deze stickers.
Productiemiddelen
In de trendanalyse van 2007 bleek ook dat in containers andere vluchtige organische stoffen in hoge concentraties voorkomen. Het betreft dan stoffen zoals benzeen en tolueen. Deze stoffen zijn oplosmiddelen of zitten in grondstoffen die bij de productie van goederen worden gebruikt. De stoffen zitten in hoge concentraties in de goederen en dampen daaruit uit.
Gezondheidsrisico’s
De hoge concentraties van bestrijdingsmiddelen vormen een probleem voor de werknemers en eventuele voor omstanders die bij het openen van containers aanwezig zijn, of zich zelfs in de container begeven. Dat gebeurt gelukkig niet vaak.
Wat betreft het uitdampen van vluchtige organische stoffen uit producten zullen de verwachte concentraties in de container niet zo groot zijn dat deze tot acute gezondheidsklachten leiden. Mogelijk kan een typische geur of stank met klachten over hoofdpijn het gevolg zijn.
Het RIVM kan geen uitspraken doen over de grootte van het probleem. Daarvoor zijn er te weinig gegvens. Wel onderzocht het RIVM twee matrassen met verschillende bestrijdingsmiddelen en een paar schoenen die hoge concentraties tolueen bevatten. Deze producten heeft het RIVM geselecteerd omdat ze in vergelijking tot andere producten leiden tot een langdurige blootstelling van consumenten. Bovendien ligt men op een matras en heeft men schoenen aan, wat in beide gevallen er toe leidt dat de afstand tot het uitdampende product gering is. De blootstelling voor de onderzochte exemplaren lag beneden de normen voor langdurige blootstelling. Toch sluit het RIVM in het algemeen gezondheidsrisico’s niet uit. Dat komt omdat er een gering aantal producten is onderzocht, slechts een paar stoffen en één route van blootstelling. In de praktijk gaat het om heel verschillende producten, ook andere stoffen en treedt er mogelijk blootstelling vanuit verschillende producten op.
Mogelijkheden voor maatregelen
Het RIVM heeft verschillende mogelijkheden vermeld om de blootstelling verder te verminderen. Het RIVM denkt vooral aan maatregelen vooraan in de keten. De gassingen zijn namelijk grotendeels niet noodzakelijk. Er zijn wel internationale regels voor het ontsmetten van verpakkingshout, maar dat kan buiten een container gebeuren - zodat de goederen niet worden besmet - en hoeft slechts eenmalig te gebeuren voor levenslange bescherming. Importeurs van goederen kunnen daarom eisen stellen aan ontsmetting voor het op transport zetten van goederen. Ook voor de concentraties aan milieugevaarlijke stoffen in producten kunnen importeurs eisen stellen waardoor de blootstelling in Nederland wordt voorkomen. Beide brongerichte maatregelen voorkomen de blootstelling van werknemers en burgers.
Begast Nederland ook containers?
Ook Nederland moet zorgen dat containers voor de export vrij zijn van ongedierte. Nederland gebruikt echter bij voorkeur andere middelen of methoden dan gassingen met bestrijdingsmiddelen. Omdat sommige landen gassingen met bestrijdingsmiddelen verplicht stellen voor de containers die zij importeren, moet Nederland soms ook begassen. Hiervoor gelden strikte regels. Nederland zorgt ervoor dat begaste containers ook ontgast zijn voordat de containers op transport gaan. Daardoor zullen er door deze containers geen problemen in het buitenland ontstaan.
Wat onderzoekt het RIVM?
In opdracht van de VROM-Inspectie onderzoekt het RIVM de risico’s voor de consument. Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar het aantal containers met restanten van bestrijdingsmiddelen, naar de risico’s daarvan voor consumenten en werknemers en naar de afstand tot waar de concentraties rond ontgassende containers een gevaar voor de gezondheid vormen. De resultaten van deze onderzoeken zijn te vinden onder het kopje Bibliotheek.
