Gewasbeschermingsmiddelen met een te groot risico voor bijen worden niet toegelaten

Risicobeoordeling voor toelating

In Nederland is het College Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB) verantwoordelijk voor de toelating van bestrijdingsmiddelen. Als onderdeel van de toelatingsprocedure leveren de betrokken firma’s dossiers aan met de eigenschappen van een bestrijdingsmiddel. Het CTB besteedt het samenvatten en evalueren van deze studies en het uitvoeren van de risicobeoordeling uit. Bij het RIVM worden zowel de gevolgen voor organismen in het milieu als de gevolgen voor de mens  beoordeeld. Het wettelijke kader voor het toelaten van bestrijdingsmiddelen verschilt van het wettelijke kader voor het afleiden van milieukwaliteitsnormen van die middelen.

Toepassing wordt gereguleerd
Halverwege de vorige eeuw kwamen er bestrijdingsmiddelen op de markt die slechts zeer langzaam in de bodem en in het water werden afgebroken en daarbij ook nog vergiftigingsverschijnselen veroorzaakten bij roofvogels en andere dieren in de natuur. In 1962 werd de Bestrijdingsmiddelenwet aangenomen om de toelating van bestrijdingsmiddelen te regelen. Sinds het begin van de jaren 90 wordt deze uitgevoerd door het CTB. Bestrijdingsmiddelen mogen slechts gebruikt worden wanneer daarvoor toestemming is verkregen van het CTB. De producenten van bestrijdingsmiddelen dienen daarvoor een aanvraag in bij het CTB en betalen voor de behandeling van die aanvraag. Het CTB onderzoekt of de aangevraagde toepassing voldoet aan de Nederlandse en Europese regelgeving. Per toepassing met de daarbij behorende dosering wordt voor een aantal jaren een toestemming verleend. De toepassing van het bestrijdingsmiddel met de voorgeschreven dosering kan leiden tot bepaalde concentraties in voedsel, consumentenproducten, drinkwater, de bodem, oppervlaktewater en lucht. Volgens de regelgeving mogen deze concentraties geen onacceptabele toxische effecten veroorzaken. Wanneer aan deze eisen wordt voldaan wordt de toepassing voor een aantal jaren toegelaten.

Europese toelating
De toelating van bestrijdingsmiddelen kent in principe twee fasen: in de eerste fase wordt beoordeeld of de werkzame stof op de Europese markt mag worden toegelaten. De beoordeling van werkzame stoffen voor de Europese markt wordt over de lidstaten verdeeld.
In de tweede fase wordt beoordeeld of een specifieke toepassing van een middel in een bepaalde lidstaat van de Europese Unie toelaatbaar is. Het gaat dan bijvoorbeeld om het vijf maal gebruiken van een fungicide in een gegeven dosis, samenstelling en periode in de teelt van aardappelen. De werkzaamheden die het RIVM uitvoert voor het CTB vinden plaats in het kader van zowel de Europese als de nationale procedures.

Risico's voor toepasser, consument en milieu
Het CTB schat de risico’s van bestrijdingsmiddelen in voor drie aspecten: risico voor de toepasser, risico voor de consument, en risico voor het milieu. Een toepasser heeft een speciale vergunning en opleiding voor het werken met bestrijdingsmiddelen. Het CTB levert zelf het te evalueren dossier aan of geeft de opdracht literatuur te zoeken. Uit elke studie wordt, indien mogelijk, een eindpunt afgeleid, bijv. een toxiciteitswaarde (bijv. een EC50) of een eigenschap van een stof (bijv. 'hydrolytische stabiliteit'). De eindpunten worden vervolgens gebruikt om de risico's te berekenen. Hiervoor gebruikt men modellen, die mede door bij het RIVM zijn ontwikkeld (bijv. PEARL) en ook metingen. Wanneer de verwachte concentraties in voeding, werkomgeving of het milieu hoger zijn dan de veilige concentraties, is er mogelijk een probleem. Vervolgens moet de firma dan met aanvullende studies, waaronder vaak complexe veldexperimenten, aantonen dat het gebruik een middel dat in eerste instantie een risico laat zien, in de praktijk toch niet tot onacceptabele effecten leidt.

Handleiding voor de beoordeling van dossiers
Vanuit de ervaring met dossierbeoordelingen worden door het RIVM handleidingen gepubliceerd voor zowel het samenvatten en interpreteren van bijvoorbeeld laboratoriumstudies als van veldstudies. Zie bijvoorbeeld Rapport 679101022 onder Bibliotheek. Speciaal met het oog op het laatste voert het RIVM het secretariaat van het Platform Higher Tier Studies, waarin vertegenwoordigers van de betrokken ministeries, het CTB, en andere instituten en organisaties samenwerken om de interpretatie van dit soort studies af te stemmen en te verbeteren.

Laatst gewijzigd: 30 juli 2007

Afdrukken