Fijn stof
Fijn stof bestaat uit zwevende deeltjes (PM10, deeltjes <10 µm) in de lucht die een gevaar voor de gezondheid vormen. Daarom heeft de Europese Unie normen voor fijn stof vastgesteld.
In Nederland worden deze normen op bepaalde plaatsen nog overschreden, zodat maatregelen nodig zijn.
In dit dossier vinden bijvoorbeeld gemeenten en GGD’s een antwoord op vragen over het effect van fijn stof op de gezondheid, meetmethoden, de huidige situatie en actuele ontwikkelingen.
Volgens EU-normen mag de daggemiddelde concentratie niet meer dan 35 dagen per jaar hoger zijn dan 50 µg/m3. Op de meeste meetpunten wordt deze norm gehaald, maar op drukke straten wordt de norm overschreden. In de afgelopen jaren is de gemeten fijnstofconcentratie licht gedaald.
Naast normen en metingen voor PM10 wordt er ook steeds meer naar PM2.5 gekeken, omdat deze subklasse mogelijk het schadelijkst is. Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze in de longen kunnen doordringen. Officiële regelgeving en beleid vindt u via VROM en EU.
Bronnen
Fijn stof kent verschillende bronnen, van uitstoot van motoren en bandenslijtage tot Saharazand en zeezout, dus zowel menselijke als natuurlijke bijdragen.
Gezondheidseffecten
Fijn stof is schadelijk voor de gezondheid. Er zijn geen veilige drempels aan te wijzen.
Wel daalde de concentraties in de afgelopen 10 jaar. Dit leidde tot minder sterfte ten gevolge van blootstelling aan fijn stof.
Meten
Het RIVM doet metingen aan fijn stof. De concentratie fijn stof wordt uurlijks gemeten. De gemiddelden over de afgelopen 24 uur worden direct weergegeven in het meetnetdossier (zie de link 'Actuele smogsituatie'). Op de pagina over meten vindt u details over de meetmethode van het RIVM en meetresultaten. Meer informatie over het meetnet vindt u in het dossier Meetnetten.
Modelleren
Voor het modelleren van fijn stof zijn verschillende modellen in gebruik. De toepasbaarheid van deze modellen loopt van het modelleren van extra fijn stof door verkeer op straatniveau tot modellen op Europese schaal.
