Metingen

Metingen: wat en hoe ?

Gemeten stoffen
In het LML worden stoffen gemeten die als gas of als zwevende deeltjes in de lucht voorkomen. Ook worden stoffen die uitregenen gemeten in regenwater.

Gasvormige stoffen:

  • Koolmonoxide (CO)
  • Ozon (O3 )
  • Stikstofoxiden (NO, NO2, NOx)
  • Zwaveldioxide (SO2 )
  • Ammoniak (NH3 )
  • Vluchtige organische componenten (VOC)
  • Zeer vluchtige organische componenten (ZVOC)
  • Kooldioxide (CO2 )
  • Methaan (CH4 )
  • Fluoriden

Deeltjesgebonden en deeltjesvormige stoffen:

  • Fijn stof (PM10 = stofdeeltjes < 10 µm)
  • Zwarte rook
  • Verzurende stoffen (ammonium, nitraat, sulfaat)
  • Metalen (arseen, cadmium, calcium, lood, zink)

Chemische samenstelling van neerslag:

  • Diverse verzurende componenten
  • Metalen (cadmium, koper, ijzer, lood, zink, arseen, chroom, nikkel, kwik)
  • Persistente organische componenten

Automatische metingen
Ca. 60% van alle meetopstellingen in het LML is opgebouwd rond automatische analysers. De meetopstellingen worden automatisch gekalibreerd. Meetgegevens worden ieder uur via een gewone telefoonlijn verzonden naar de centrale computer bij het RIVM in Bilthoven. Van hieruit worden meetresultaten vrijwel direct aan een groot publiek beschikbaar gesteld via Teletekst en Internet. Stoffen die automatisch gemeten worden zijn ozon, stikstofoxiden, zwaveldioxide, fijn stof, koolmonoxide en ammoniak.

Overige continue metingen
Voor een aantal andere stoffen zijn analyses in het laboratorium nodig. Voor bijvoorbeeld de bepaling van de samenstelling van fijn stof wordt het fijn stof gedurende één dag op een filter opgevangen in het meetapparaat. Dit apparaat zorgt elke meetdag voor een nieuw filter en elke twee tot vier weken worden deze filters naar het RIVM gebracht voor analyse. Neerslag wordt gedurende enkele weken verzameld en vervolgens geanalyseerd.

Laatst gewijzigd: 27 november 2009

Afdrukken