bijbehorende RIVM producten Nieuws

Internationale regelgeving beïnvloedt het Nederlandse beleid voor prioritaire stoffen

26 augustus 2010

Internationale wet- en regelgeving draagt eraan bij dat ongeveer 35 procent van het Nederlandse beleid voor prioritaire stoffen wordt gerealiseerd. Voor een deel van de overige stoffen is aanvullend Nederlands beleid nodig.

Wat zijn de beleidsdoelen voor prioritaire stoffen?

De 247 stoffen op de Nederlandse prioritaire stoffenlijst zijn daarvoor geselecteerd omdat ze een meer dan verwaarloosbaar risico voor mens en milieu met zich kunnen meebrengen. Dit vanwege hun gevaarlijke eigenschappen, emissies of de mate waarin ze in het milieu voorkomen. Volgens het Nederlandse beleid mag de concentratie van elke prioritaire stof in het milieu niet hoger zijn dan het zogeheten verwaarloosbare risiconiveau. Dit moet worden bereikt op langere termijn, zo mogelijk voor 2010. Het verwaarloosbare risiconiveau geldt hierbij als doel om mens en milieu te beschermen tegen een gelijktijdige blootstelling aan meerdere stoffen.

Wat zijn de internationale kaders

Voorbeelden van (inter)nationale kaders die het Nederlandse prioritaire stoffenbeleid afdekken zijn de Kaderrichtlijn Water, het OSPAR-verdrag voor het zeemilieu en de Nederlandse emissierichtlijn voor Lucht (NeR). De invoering van de Europese chemicaliënregelgeving REACH draagt bij aan het realiseren van de Nederlandse doelen, maar de omvang van die invloed is op dit moment nog onduidelijk.

Sluiten internationale regels aan bij het Nederlandse beleid?

Ook het nationale beleid richt zich op het terugdringen van deze risico’s. (Inter)nationale wet- en regelgeving draagt er gedeeltelijk aan bij om deze doelstelling te realiseren. Hiermee kunnen de Nederlandse beleidsdoelen voor ongeveer 35 procent van deze stoffen worden bereikt. Maar ruim 40 procent van de prioritaire stoffen valt onder (inter)nationale kaders die minder strenge beleidsdoelen nastreven dan de Nederlandse, bijvoorbeeld omdat ze andere normen gebruiken. Daarnaast valt ongeveer 20 procent van de prioritaire stoffen buiten (inter)nationale kaders. Toch zijn voor sommige stoffen uit deze categorieën al de Nederlandse beleidsdoelen gehaald. Maar voor de stoffen waarbij dat niet het geval is, is aanvullend Nederlands beleid nodig. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM, in opdracht van het ministerie van VROM.


Afdrukken