Kort na de geboorte krijgt elke baby in Nederland een gehoorscreening, die in de meeste gevallen in combinatie met de hielprik wordt aangeboden. Deze screening test of het gehoor voldoende is voor een normale taal- en spraakontwikkeling. Jaarlijks wordt de gehoorscreening uitgevoerd bij ruim 180.000 pasgeborenen. Doel
Het neonatale gehoorscreeningsprogramma heeft als doel om kinderen met een gemiddeld gehoorverlies van 40 dB of meer aan één of beide oren op te sporen. Een gunstige uitslag bij de gehoorscreening betekent dat er voldoende gehoor is om een normale taal- en spraakontwikkeling mogelijk te maken. Lichte gehoorverliezen (25-40 dB) worden dus niet opgespoord. Landelijke dekking
Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar de neonatale gehoorscreening een landelijke dekking heeft. Alle screeners hanteren dezelfde apparatuur en werken volgens hetzelfde protocol. Doordat alle JGZ-organisaties gebruikmaken van hetzelfde administratiesysteem, kan de kwaliteit optimaal worden bewaakt. Geschiedenis
De gehoorscreening is tussen 2002 en 2006 ingevoerd. De implementatie werd aangestuurd door de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK). De evaluatie van dit project werd samen met TNO Kwaliteit van Leven uitgevoerd. Sinds januari 2008 is de landelijke regie in handen van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) van het RIVM. 
|