Bij het RIVM is het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM) ondergebracht. Het CAM is in 2000 bij wet ingesteld en heeft tot taak ervoor zorg te dragen dat nieuwe drugs aan een risicoschatting worden onderworpen volgens vastgelegde procedures en criteria. Daarnaast heeft het CAM tot taak nieuwe drugs vroegtijdig te signaleren. Het CAM geeft advies aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs
1. Taken Het CAM heeft tot taak om op de Nederlandse markt nieuw verschenen drugs aan een multidisciplinaire risicobeoordeling te onderwerpen. Op basis hiervan adviseert het CAM de Minister van VWS over toepasselijke te nemen maatregelen. Het CAM heeft ook een coördinerende taak bij het vroegtijdig signaleren van nieuwe drugs, waarbij gebruik wordt gemaakt van de al bestaande monitoringssystemen.
2. Nieuwe drugs Het CAM verstaat onder nieuwe drugs psychoactieve middelen die nieuw op de Nederlandse markt zijn verschenen. Dit kunnen ook nieuwe combinaties, nieuwe toepassingen of veranderd gebruik van bestaande middelen zijn. De middelen kunnen zowel van plantaardige als van synthetische oorsprong zijn. Plantaardige middelen zijn bijvoorbeeld paddo's en kruiden. Synthetische middelen zijn bijvoorbeeld smart-drugs en geneesmiddelen.
3. Netwerk CAM Het CAM bestaat uit een coördinator en een secretariaat en wordt bijgestaan door een commissie risicobeoordeling nieuwe drugs, waarin diverse deskundigen op het gebied van drugs en drugsgebruik zijn vertegenwoordigd. Via het nationaal Focal Point maakt het CAM ook deel uit van het Europese Early Warning System voor nieuwe psychoactieve stoffen (zie netwerk CAM (17Kb)). Het CAM is formeel ingesteld via een Ministeriële regeling (Staatscourant 12 januari 2000 en wijzigingsbesluit). Het CAM is in januari 1999 operationeel geworden en sinds januari 2006 bij het RIVM ondergebracht. Vóór 2006 was het ondergebracht bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie (VGP) van het ministerie van VWS is de verantwoordelijke beleidsdirectie van het CAM.
4. Commissie risicobeoordeling nieuwe drugs De commissie risicobeoordeling nieuwe drugs heeft vier taken:
1. Het ondersteunen van het CAM
2. Zo breed mogelijk informatie uitwisselen betreffende trends in drugs en drugsgebruik
3. Het op onafhankelijke, slagvaardige en multidisciplinaire wijze uitvoeren van risicobeoordelingen van nieuwe drugs
4. Toetsing en evaluatie van de risicobeoordelingsprocedure.
De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties die deskundig zijn op het gebied van drugs, drugsgebruik en drugsverslaving, en vertegenwoordigers van de ministeries van VWS en van Veiligheid&Justitie (zie netwerk CAM (17Kb). Op dit moment maken deskundigen van de volgende organisaties deel uit van de commissie:
• Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
• nieuwe Voedsel en Warenautoriteit van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (nVWA)
• Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) Unit Zuid-Nederland (Synthetische Drugs)
• Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD Amsterdam)
• Tactus Verslavingszorg
• SolutionS Center
• Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit van Amsterdam
• Trimbos-instituut
• Landelijk Parket van het ministerie van Veiligheid&Justitie
• Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) van het Trimbos-instituut
• Nederlands Forensisch Instituut (NFI)
• Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) van het RIVM
Daarnaast hebben beleidsambtenaren van het ministerie van VWS en van het ministerie van Veiligheid&Justitie zitting in de commissie en is de coördinator van het CAM de secretaris.
De risicobeoordelingscommissie komt minimaal drie keer per jaar bijeen. Dit met het oog op een constante uitwisseling van informatie over nieuwe trends. Daarnaast komt de commissie ook bijeen bij ernstige signalen over nieuwe drugs of als het ministerie van VWS om een risicobeoordeling vraagt.
5. Europese inbedding Het CAM maakt deel uit van de Nederlandse implementatie van het Europese Early Warning System, zoals dat beschreven is in het Besluit van de Europese Raad. Het CAM meldt daarom via het Focal Point, dat aan het Trimbos-instituut is verbonden, relevante nieuwe ontwikkelingen en uitgevoerde risicobeoordelingen aan het Europese waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA) in Lissabon. Deze Europese inbedding is ook weergeven in het netwerk CAM (17Kb).
6. Risicobeoordelingen Een risicobeoordeling (risk assessment) van een nieuwe drug is een evaluatie van bekende of van potentieel nadelige gevolgen ontstaan bij of door de productie, de handel en het gebruik van de nieuwe drug. Bij een risicobeoordeling gaat het zowel om de kwantitatieve als de kwalitatieve gevolgen voor de (volks)gezondheid, de openbare orde en voor de maatschappij. De kans waarmee deze nadelige gevolgen kunnen optreden wordt ook meegenomen in de beoordeling.
7. Risicobeoordelingsproces Wanneer signalen die via het netwerk CAM naar voren komen daartoe aanleiding geven verzoekt het ministerie van VWS het CAM een risicobeoordeling uit te voeren. Wanneer het beeld nog te onduidelijk is om een risicobeoordeling te initiëren kan het CAM in overleg met het ministerie van VWS besluiten eerst een quick scan uit te voeren waarin de voorhanden zijnde gegevens worden verzameld.
Wanneer een risicobeoordeling gestart wordt, verzoekt het CAM de commissie risicobeoordeling nieuwe drugs om informatie aan te leveren. De commissieleden putten uit hun eigen netwerk en uit hun eigen gegevens en leveren deze informatie aan het CAM. Het CAM verwerkt deze gegevens in een informatierapport. Indien nodig raadpleegt het CAM externe deskundigen of organiseert een hoorzitting van de commissie waarbij externe deskundigen worden uitgenodigd.
Op basis van het informatierapport maakt de commissie een risicoschatting en formuleert aanbevelingen voor de Minister. Het CAM maakt op basis van deze risicoschatting en aanbevelingen een risicobeoordelingsrapport. Dit risicobeoordelingsrapport wordt vervolgens aangeboden aan de Minister en aan de beleidsdirectie VGP van het ministerie van VWS. VGP formuleert op basis van dit rapport een beleidsadvies dat besproken wordt in de Interdepartementale Stuurgroep Drugsbeleid. Ten slotte neem de minister een besluit.
Het proces van een nationale risicobeoordelingsprocedure is hier (7Kb) schematisch weergegeven.
Het CAM heeft in dit proces een coördinerende taak. De feitelijke risicoschattingen worden gedaan door de commissie risicobeoordeling nieuwe drugs. De commissie doet deze schattingen op basis van vastgestelde risicobeoordelingsprocedures (protocollen) en criteria.
De risicobeoordeling vindt plaats volgens de “mondelinge Delphi-methode”. Deze methode is in tegenstelling tot de klassieke Delphi-methode niet anoniem, maar heeft wel het iteratieve en het deskundigheidskarakter hiervan. Van Amsterdam et al. hebben deze methodiek geëvalueerd.
De commissie discussieert ook over welke passende maatregelen te nemen zijn en wat de consequenties van deze maatregelen kunnen zijn. Het gaat de commissie hierbij niet om het bereiken van consensus. De weerslag van deze discussie wordt in het risicobeoordelingsrapport opgenomen en dient als informatie voor het beleid. De leden van de commissie met een ambtelijke beleidsfunctie discussiëren wel mee, maar nemen niet deel aan het uiteindelijk scoren van de risico's. Deze regel is ingesteld om hun rol als lid van de commissie (een technische rol) helder te kunnen onderscheiden van hun rol als beleidsmaker bij de beoordeling van het advies van het CAM voor de Minister.