U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › N › Nanotechnologie
De toepassingen van nanotechnologie zijn veelomvattend. Over de mogelijke risico’s van deze nieuwe technologie is echter nog veel onduidelijk.
Het RIVM draagt bij aan het ophelderen door onderzoek en beleidsadvisering aan verschillende ministeries.
Nanotechnologie houdt zich bezig met deeltjes tot enkele
honderden nanometers
(1 nanometer = 1 miljoenste millimeter). De deeltjes die door deze
techniek tot stand komen, hebben andere eigenschappen en gedragen
zich anders dan grotere deeltjes. Nanotechnologie maakt het
mogelijk om stoffen op moleculair niveau te beheersen en zo
materialen met nieuwe eigenschappen te creëren. Hierdoor
ontstaat een nieuwe generatie van technologische toepassingen. Dit
opent nieuwe mogelijkheden op diverse gebieden, van gezondheidszorg
en voeding tot milieu en landbouw.
Nanotechnologieën worden toegepast op allerlei gebieden zoals
gezondheidszorg (geneesmiddelen en medische hulpmiddelen), ICT
(computerchips), consumentenproducten (cosmetica en vuilafstotende
kleding), voeding, milieu (bijvoorbeeld waterzuivering) en
landbouw. Enkele voorbeelden van producten voortkomend uit
nanotechnologie zijn het gebruik van titaniumoxide in
zonnebrandcrème, ceriumoxide nanodeeltjes in diesel voor het
verbeteren van de verbranding (zuiniger rijden) en antibacteriële
toepassingen van zilver nanodeeltjes.
Waarom wordt gebruik gemaakt van nanotechnologie?
Nanotechnologie maakt het mogelijk om materialen met nieuwe
eigenschappen te creëren zoals (nog kleinere) computer chips,
sterkere kunststoffen, coatings met antibacteriële werking en
waterafstotend textiel.
Enerzijds worden materialen geproduceerd met behulp van
nanotechnologie. Anderzijds zitten in sommige materialen
nanodeeltjes verwerkt. Nanodeeltjes kunnen andere eigenschappen
hebben en gedragen zich dan anders dan grotere deeltjes met
dezelfde chemische samenstelling. In het kader van mogelijke
toxicologische risico’s hebben de vrije, niet afbreekbare en niet
oplosbare nanodeeltjes vooral de aandacht.
Nanodeeltjes zijn deeltjes die kleiner zijn dan 100 nanometer. Bij nanotechnologie gaat het uitsluitend om deeltjes die bewust geproduceerd zijn vanwege hun bijzondere eigenschappen. De meest gebruikte chemische stoffen in nano-vorm zijn:
Naast de bewust geproduceerde nanodeeltjes zijn er ook deeltjes van
deze grootte die van nature voorkomen. Voorbeelden zijn vulkanisch
stof of een bijproduct van menselijke activiteit, bijvoorbeeld
uitstoot van (diesel)motoren en lasrook. Deze categorie valt niet
binnen het domein van nanotechnologie, maar onder fijn stof in de
buitenlucht en het binnenmilieu.
Naast de economische, milieu- en gezondheidsvoordelen die nanotechnologie biedt, bestaat tegelijkertijd ook zorg over de veiligheid voor mens en milieu. Die zorg richt zich vooral op de mogelijke risico’s van vrije, slecht afbreekbare synthetische nanomaterialen. Het is onduidelijk of, en in welke mate, mens en milieu worden blootgesteld aan die deeltjes. Als blootstelling plaatsvindt, dan is niet goed bekend hoe die deeltjes zich gedragen. Ook is onduidelijk of de afmeting op nanoschaal van invloed is op de toxiciteit. Dit bemoeilijkt het maken van een betrouwbare risicoschatting van het risico. Hoe gevaarlijk een deeltje in theorie ook is, er is pas een risico na daadwerkelijke blootstelling. Het RIVM houdt beide aspecten van een risico in de gaten door haar activiteiten op (inter)nationaal vlak in opdracht van verschillende partijen (Nederlandse overheid maar ook bijvoorbeeld EU).
Het RIVM doet onderzoek naar de mogelijke risico’s van nanomaterialen. Bij het RIVM is brede expertise aanwezig over milieu en gezondheid. Binnen het nano-onderzoek werken verschillende afdelingen met elkaar samen. Naast onderzoek is de beleidsadvisering over risico’s van nanotechnologie gebundeld binnen het RIVM in het Kennis- en informatiepunt risico’s (KIR) nanotechnologie.