Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home Normen Milieu Milieukwaliteitsnormen

Milieukwaliteitsnormen

Milieukwaliteitsnormen geven de risicogrenzen aan voor stoffen in oppervlaktewater, grondwater, sediment, bodem en lucht.

De Nederlandse overheid gebruikt milieukwaliteitsnormen om het (inter)nationale stoffenbeleid uit te voeren. Voorbeelden hiervan zijn: beoordeling van de milieukwaliteit, formulering van beleid om normoverschrijding terug te dringen en saneringsbeleid. De overheid gebruikt normen ook bij de vergunningverlening voor toegestane emissies in het kader van onder meer de Wet milieubeheer en de Waterwet.

Welke normen zijn er?

In het Nederlandse milieubeleid hanteert de overheid de volgende normen:
Het maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR) is de concentratie van een stof in water, sediment, bodem of lucht waar beneden geen negatief effect is te verwachten.
De Kaderrichtlijn Water Richtlijn 2000/60/EG introduceert de termen jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN) en maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN, voor kortdurende blootstelling). De normen die vanuit de Kaderrichtlijn Water zijn afgeleid (zie ook Prioritaire stoffen KRW ), zijn opgenomen in de Nederlandse regelgeving (Staatsblad 2010 en Staatscourant 2010). Omdat er niet voor alle stoffen normen volgens de huidige EU-methodiek beschikbaar zijn, en dit type normen alleen voor oppervlaktewater wordt vastgesteld, bestaan de termen MTR en MKN op dit moment naast elkaar.

De streefwaarde (SW) geeft het niveau aan waarbij we spreken van duurzame milieukwaliteit op lange termijn. Deze norm houdt rekening met gelijktijdige blootstelling aan meerdere stoffen. De streefwaarde ligt meestal op een honderdste van het MTR. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld stoffen die van nature voorkomen in gehalten, die hoger zijn dan het MTR/100.

Europese luchtkwaliteitsnormen heten grenswaarden en zijn vastgesteld volgens Richtlijn 2008/50/EG. Deze luchtnormen zijn in de Nederlandse Wet milieubeheer opgenomen. Stoffen waarvoor geen wettelijke grenswaarden zijn vastgesteld vallen onder de Nederlandse Emissie Richtlijn (NeR) en worden getoetst aan het beleidsmatig vastgestelde MTR (zie Luchtkwaliteitsnormen).
Interventiewaarden voor bodem en sediment worden gebruikt bij het bodemsaneringsbeleid. Wettelijke normen voor bodem en grondwater zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit (zie Bodeminterventiewaarden). De normen voor bagger en grond kennen een afwijkende systematiek.

Wie leidt de normen af?

Europese normen worden door één van de EU-lidstaten afgeleid en op EU niveau vastgesteld. Het kan echter zijn dat in Nederland, bijvoorbeeld in de milieuvergunningen, behoefte is aan een norm voor een stof, waarvoor geen EU-norm is vastgesteld. In dat geval leidt de Nederlandse overheid volgens de EU methode de milieukwaliteitsnormen af, onder meer voor prioritaire stoffen.
Daarnaast gebruikt de Nederlandse overheid een aparte methode om snel een indicatieve norm (ad hoc MTR) af te leiden. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn voor een concrete vergunningaanvraag. Op verzoek kan overgegaan worden tot het afleiden van normen (zie procedure  (PDF)).

Toetsen van de normen

Milieukwaliteitsnormen hebben pas betekenis als ze worden getoetst aan (gemeten of berekende) concentraties in het milieu. De wijze van meten en toetsen (aantal meetpunten, frequentie, tijdstip, middeling), bepaalt mede de kans dat een norm wordt overschreden. Het MTR of MKN heeft in principe betrekking op de jaargemiddelde concentratie. Als dit niet het geval is, staat dit bij de betreffende norm vermeld. Details over de wijze van meting en toetsing zijn vaak opgenomen in de betreffende wetsteksten, bijvoorbeeld voor oppervlaktewaternormen Staatsblad 2010.

Status van de normen

Milieukwaliteitsnormen kunnen een wettelijke of beleidsmatige status hebben. Normvoorstellen uit wetenschappelijke rapporten krijgen pas hun status, nadat ze in een wettelijke regeling zijn opgenomen of beleidsmatig zijn vastgesteld door het ministerie van IenM (na interdepartementale consultatie). Voor de wettelijke normen geldt een resultaatverplichting: de norm mag niet worden overschreden. Voor beleidsmatig vastgestelde normen geldt een inspanningsverplichting: inspanning om de norm te halen. De milieukwaliteitsnormen op deze website zijn beleidsmatig of wettelijk vastgesteld. Als het wettelijke normen betreft, wordt dit aangegeven en wordt bij de norm verwezen naar de regeling waarin ze zijn opgenomen.

Methode van de normafleiding

De methode voor het afleiden van normen wordt beschreven in de Nederlandse INS Guidance (2007). Dit is de samenvoeging van de Europese methodieken voor water en sediment (Fraunhoferdocument 2005) en bodem (Technical Guidance Documents 2003). Ondertussen is de REACH Verordening (EC) 1907/2006 van kracht geworden en heeft er een update plaatsgevonden van het Fraunhoferdocument, (TGD-EQS). Deze update komt binnenkort beschikbaar. Mogelijk wordt ook de INS Guidance herzien.
De methode voor het afleiden van ad hoc MTR’s is te vinden in het rapport Handreiking voor de afleiding van indicatieve milieurisicogrenzen (Interimversie 2009).

Toxicologische basis van normen

Op basis van ecotoxicologisch onderzoek wordt bepaald boven welke concentratie van de stof een negatief effect is te verwachten op organismen (populaties) in het milieu. Op basis van de humaantoxicologische gegevens wordt bepaald boven welke concentratie in het milieu een negatief effect is te verwachten op de mens. De berekeningen voor de mens gaan in principe uit van levenslange blootstelling aan het buitenmilieu. Daarbij is rekening gehouden met blootstelling via het maag-darmkanaal, de huid en/of de luchtwegen. In enkele gevallen is een andere blootstellingsperiode gehanteerd, dit staat bij de betreffende norm vermeld. Vanwege de blootstellingsperiode of vanwege het beschermingsdoel kunnen milieukwaliteitsnormen sterk afwijken van bijvoorbeeld normen op de werkplek (zie Grenswaarden voor de werknemer), normen voor vervuilde locaties (zie Interventiewaarden), of voor normen voor blootstelling na incidenten (zie Rampen en incidenten).

Technische aspecten

Milieukwaliteitsnormen gelden in principe overal in Nederland en zijn berekend voor water, bodem en sediment met een bepaalde samenstelling. Aan de hand van de karakteristieken van specifieke locaties kan men de normen omrekenen voor toepassing op deze locaties. Uitleg hierover en over enkele andere aspecten, zoals de detectielimiet is te vinden in de toelichting (PDF).

Relevante links

Specifieke informatie voor waterbeheerders vind u via de Helpdesk Water.

Service