U bevindt zich op: Home › Stoffen en producten › Biociden
Biociden zijn middelen om schadelijke organismen te bestrijden. Biociden worden gebruikt in huishoudens, publieke ruimtes en bedrijven, buiten de landbouw. Bestrijdingsmiddelen die in de landbouw worden toegepast, zijn gewasbeschermingsmiddelen.
Een biocide is een product met één of meer werkzame
stoffen. Dat kunnen zowel chemische stoffen als micro-organismen
(virussen en schimmels) zijn.
Er zijn 23 groepen van middelen (producttypen). Voorbeelden van
biociden zijn:
Biociden bevatten biologisch actieve stoffen. Daarom brengt het
gebruik naast voordelen ook risico's met zich mee voor
volksgezondheid en milieu. Bij de toelating worden deze risico’s
zorgvuldig beoordeeld. Bij de volksgezondheid gaat het zowel om
risico’s voor de gebruiker als voor diegenen die na het gebruik met
het biociode in aanraking kunnen komen. De risicobeoordelingbiedt
voldoende zekerheid dat gebruik veilig is als de gebruiksaanwijzing
wordt gevolgd.
De risicobeoordeling kijkt niet alleen naar de toepassing van het
middel. Ook het gebruik van iets dat met het biocide is bewerkt,
kan risico’s opleveren. Ten slotte kan er sprake zijn van risico
wanneer het behandelde product als afval wordt verwerkt. Al deze
stappen worden beoordeeld. Deze grondige beoordelingen zijn voor
elk middel te vinden op de website van het College voor toelating van
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb),
in de bestrijdingsmiddelendatabank (onder tabblad
'Toelatingen').
Middelen zonder toelatingsnummer van het Ctgb zijn
niet beoordeeld op risico's en mogen niet worden gebruikt.
Eventuele risico's bij de productie, vervoer of opslag van
biociden worden afgedekt door regelgeving en toezicht op productie,
emissie, transport en opslag.
Handel in en gebruik van biociden zijn door de EU vastgelegd in Richtlijn 98/8/EG (PDF). De EU beoordeelt de werkzaamheid en veiligheid van de actieve stoffen centraal op EU-niveau. De lidstaten beoordelen de middelen op werkzaamheid en veiligheid voor mens en milieu. Op dit moment wordt in Europa een Verordening voorbereid, waarin de toelating van biociden en het op de markt brengen van behandelde voorwerpen wordt geregeld. De verwachting is dat deze verordening in 2013 van kracht wordt.
De Richtlijn 98/8/EG is omgezet in de Nederlandse
Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb, 2007).
Volgens de Wgb is een biocide ‘bestemd of aangewend om
een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken,
onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op
andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden, niet
zijnde een gewasbeschermingsmiddel’.
De specifieke toepassingen van middelen moeten altijd nationaal
worden beoordeeld en toegelaten.
Het College voor toelating van
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)
is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het College regelt het
registratieproces en het beoordelen van de dossiers waarmee de
werkzaamheid en de veiligheid moeten worden aangetoond. Het
Ctgb heeft 'Evaluation
manuals' opgesteld waarin de werkwijze voor de
toelatingsbeoordeling van biociden is beschreven. De
evaluation manuals zijn te vinden onder het tabblad 'Procedures
/ toetsingskader > Toelatingskader'. De Consumer Products Safety & Quality Unit is
verantwoordelijk voor de uitvoering van de biocidenrichtlijn
98/8/EG en de registratie van biociden in Europa. Meer
informatie vindt u via het EU Institute for Health and Consumer
Protection.
Het Kennisnetwerk biociden organiseert kennisuitwisseling rond
het juiste gebruik van biociden.
Het EU Institute for Health and Consumer Protection publiceert documenten waarin de procedure van de risicobeoordeling is beschreven, zoals:
Een Emissie Scenario Document
(ESD) geeft een
overzicht van het gebruik van een biocide producttype (bijvoorbeeld
aangroeiwerende verf) en de mogelijke emissie naar het milieu.
Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop de
emissie wordt geschat. Voor veel producttypen is de berekening
vastgelegd in het Technical Guidance
Document, de Technical
Notes for Guidance, en specifieke Emissie Scenario
Documenten. Deze berekeningen zijn in het
computermodel EUSES
opgenomen.
De beoordeling van de blootstelling van de niet-professionele
toepasser (thuis gebruik door consumenten) wordt beschreven in de
Guidance.