U bevindt zich op: Home › Voeding › Gewasbeschermingsmiddelen
De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb , 2007) omschrijft een gewasbeschermingsmiddel als een werkzame stof of een preparaat met één of meer werkzame stoffen, te gebruiken om:
Gewasbeschermingsmiddelen kunnen onbedoeld in het omliggende
milieu terecht komen. Ze kunnen de sloot in waaien, of na een
regenbui van het gewas en de bodem afspoelen. Dat kan leiden tot
schade aan het milieu. Maar ook binnen bespoten akkers kunnen
planten en dieren waartegen het middel niet is bedoeld, schadelijke
effecten ondervinden.
Mensen kunnen via het milieu (lucht, zwem- en drinkwater) worden
blootgesteld aan de middelen en door het eten van gewassen die
ermee behandeld zijn. Ook kunnen mensen in aanraking komen
met gewasbeschermingsmiddelen bij het gebruik ervan, zowel
professioneel als particulier. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen
worden opgenomen in het lichaam en elders in het lichaam mogelijk
schade aanrichten.
Door het maken van een risicobeoordeling wordt onderzocht of de
voorgestelde wijze van toepassing en de gebruikte concentraties /
doseringen zodanig zijn, dat er bij normaal gebruik geen nadelige
milieu- of gezondheidseffecten zullen optreden.
In Richtlijn 91/414/EEG (PDF) is de registratie van gewasbeschermingsmiddelen vastgelegd. Deze richtlijn is 14 juni 2011 vervangen door Verordening (EG) 1107/2009 (PDF). De nieuwe richtlijn bepaalt dat de actieve stoffen op Annex 1 van de richtlijn moeten worden geplaatst, voordat het product in de lidstaten van de EU mag worden toegelaten. Vervolgens moeten de lidstaten de specifieke toepassingen en producten beoordelen en registreren. Daarbij worden voor de gewassen waarop het middel gebruikt wordt Maximale Residu Limieten (MRLs) afgeleid. Dit zijn wettelijke toegestane maximale residugehaltes van stoffen in of op primaire agrarische producten. De MRLs worden opgenomen in Verordening (EG) 396/2005 (PDF).
De Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) stelt
algemene regels voor handel en gebruik van bestrijdingsmiddelen in
Nederland. De wet richt zich op:
- deugdelijkheid voor het doel waarvoor de middelen bestemd zijn,
- veiligheid en gezondheid van mens en dier,
- effecten op het milieu.
De Wgb vervangt de
Bestrijdingsmiddelenwet van 1962 en geeft uitvoering aan
Richtlijn 91/414/EEG (PDF). De wet is nader
uitgewerkt in het Besluit nadere regels
voor gewasbeschermingsmiddelen en Biociden en in de Regeling
gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Met de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb) is per 1 januari 2010 het toetsingskader van kracht geworden. Met deze regeling zijn methodes voor de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden vastgesteld. Daarmee vervalt de Handleiding voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (HTB). Het Ctgb wil transparant werken en heeft daarom Evaluation Manuals opgesteld, die te vinden zijn onder de tab Procedures / toetsingskader> Toetsingskader.
De Bestrijdingsmiddelenatlas
biedt informatie over de metingen van bestrijdingsmiddelen in
oppervlaktewater, gekoppeld aan landgebruik en getoetst aan
verschillende normen.
De
website
FAO
– Pesticide Management van
de Food and Agriculture Organization of the
United Nations (FAO)
geeft informatie over de wereldwijde beoordeling van actieve
stoffen in gewasbeschermingmiddelen, en de afleiding van
MRLs voor de
Codex Alimentarius.
USES is een beslissingsondersteunend instrument om
risicobeoordelingen te maken voor gewasbeschermingsmiddelen,
biociden en stoffen die onder REACH
vallen.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is verantwoordelijk voor het registratieproces en het beoordelen van de dossiers waarmee de werkzaamheid en de veiligheid moeten worden aangetoond. De beoordeling van de actieve stoffen gebeurt op Europees niveau (zie onder), waaraan het Ctgb namens Nederland deelneemt. De beoordeling van allerlei technische aspecten wordt vaak uitbesteed aan instanties of deskundigen buiten het Ctgb, zoals het RIVM.
De toelating van de actieve stoffen in gewasbeschermingsmiddelen valt in Europa onder DG Health and Consumer Protection. De European Food Safety Authority (EFSA) adviseert over alle aspecten van voedselveiligheid, waaronder de toelating van de actieve stoffen in gewasbeschermingsmiddelen. Het EFSA Panel on Plant Protection Products and their Residues (PPR) is verantwoordelijk voor methodiekontwikkeling op dit vlak en voor de relevante risk assessment guidelines. Hier vindt u een lijst met termen die gerelateerd zijn aan gewasbeschermingsmiddelen.
In de EU Pesticides database zijn gezondheidskundige normen ADI , ARfD en AOEL en MRL voor actieve stoffen te vinden.