Bevorderen lichamelijke activiteit van belang vanwege positieve gezondheidseffecten
Lichamelijke activiteit heeft diverse positieve effecten op de gezondheid, maar kent ook risico's, zoals blessures. Aangezien de Nederlandse bevolking onvoldoende beweegt vanuit gezondheidsoogpunt is het belangrijk lichamelijke activiteit te bevorderen. Naar schatting voldoet ongeveer 56% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) waarin aangegen staat dat vijf dagen per week 30 minuten per dag matig intensief moet worden bewogen.
Overheid streeft naar meer normactieven, minder inactieven en toename kennis
Het ministerie van VWS streeft naar een toename van mensen die aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen voldoen, een afname van lichamelijk inactieven en een vermeerdering van kennis bij burgers ten aanzien van de relatie bewegen en gezondheid. In de nota Sport, Bewegen en Gezondheid (2001) en de Zorgnota 2003 is dit doel kwantitatief vastgelegd. Een belangrijke stimuleringsregeling vanuit de rijksoverheid op dit terrein is de breedtesportimpuls. Hiermee zet het ministerie van VWS gemeenten, sportbonden en provincies aan tot een actiever sportbeleid door financieel bij te dragen aan nieuwe sportactiviteiten.
In januari 2007 is de 30minutenbewegen-campagne in Nederland van start gegaan. De 30minutenbewegen-campagne is de opvolger van de FLASH!-campagne. De hoofddoelstelling van de campagne is mensen aan zetten tot een meer actievere leefstijl. De campagne benadrukt dat de simpele (alledaagse) bewegingsvormen al goed kunnen zijn voor de gezondheid.
Beweegactiviteiten bieden opstap naar reguliere sport
Mensen blijken bewegingsactiviteiten te waarderen. Deelnemers aan en begeleiders van projecten als 'Gezond en Vitaal' en 'Sportief Wandelen' zijn enthousiast. Daarnaast bieden bewegingsactiviteiten vaak een opstap naar de reguliere sport. Voorbeelden van projecten die een goede opstap naar de reguliere sport bieden zijn 'Club Extra' (jongeren met een motorische achterstand), 'GALM' (ouderen) en 'Revalidatie en sport' (mensen met een beperking).
Diverse factoren beïnvloeden de effecten van bewegingsstimulering
Diverse factoren beïnvloeden de doeltreffendheid van initiatieven tot bewegingsstimulering. Allereerst speelt de soort activiteit een rol. Zo geven sommigen de voorkeur aan minder intensieve en kort durende activiteiten, en anderen aan meer intensieve en langer durende activiteiten. Daarnaast zijn persoonlijke kenmerken van belang en mensen in de omgeving. Tot slot beïnvloeden randvoorwaarden als de aanwezigheid van wandelpaden, het inkomen en het seizoen of beweegactiviteiten worden ondernomen.
11 november 2004
Preventie gericht op lichamelijke activiteit
Doelen en methoden
Wat is het doel en welke methoden worden gebruikt?
Bevorderen lichamelijke activiteit vanwege positieve invloed op gezondheid
Het doel van preventie gericht op lichamelijke activiteit is het bevorderen van lichamelijke activiteit, omdat dit een positieve invloed heeft op de gezondheid. Zo bestaan er overtuigende bewijzen voor de positieve effecten van lichamelijke activiteit op het lichaamsgewicht, het vetpercentage, het cholesterolgehalte, de glucosetolerantie, de insuline gevoeligheid en de botdichtheid (Mosterd et al., 1996). Voldoende lichamelijke activiteit kan direct of indirect - via genoemde lichamelijke eigenschappen - zorgen voor behoud van gezondheid, een gunstiger beloop van ziekten en minder kans op vroegtijdig overlijden (zie ook: lichamelijke activiteit). Lichamelijke activiteit kent ook risico's, zoals blessures, plotselinge dood bij sport en gebruik van doping (zie ook: sportblessures).
Bevorderen lichamelijke activiteit via bewegingsactiviteiten en voorlichting
Lichamelijke activiteit wordt bevorderd door bewegingsactiviteiten voor de gehele bevolking en voor specifieke doelgroepen. Specifieke doelgroepen zijn bijvoorbeeld jeugd, ouderen, lage SES groepen, chronisch zieken en mensen met een beperking. Voorlichting maakt vaakt onderdeel uit van bewegingsactiviteiten om deze doelgroepen in beweging te krijgen en te houden. Een voorbeeld hiervan is het televisieprogramma 'Nederland in Beweging!' dat zowel informatie geeft over bewegen als beweegoefeningen, waar kijkers thuis actief aan mee kunnen doen. De overheid stimuleert en subsidieert een deel van de activiteiten om lichamelijke activiteit te bevorderen.
30minutenbewegen-campagne volgt FLASH-campagne op
De 30minutenbewegen-campagne is een campagne om meer Nederlanders te motiveren te (gaan) bewegen en is sinds januari 2007 de opvolger van de FLASH!-campagne (2004-2007). De 30minutenbewegen-campagne maakt mensen bewust van het bestaan van een beweegnorm. Ook biedt de campagne aanknopingspunten per doelgroep om aan de norm van dertig minuten beweging per dag te kunnen voldoen. Uiteenlopende elementen zijn binnen de campagne met elkaar verbonden. De volgende activiteiten zullen gefaseerd aan het publiek worden aangeboden:
Massamediale campagnes (postbus 51, televisie, radio en internet) waarin ieder jaar één doelgroep centraal staat, achtereenvolgens: vmbo-ers, 50-plussers, chronisch zieken en werknemers.
Jaarlijks een landelijk evenement om aandacht te vragen voor 30minutenbewegen.
Informeren met laagdrempelige uitingen zoals met beweegtesten op internet, informatie in huis- en huisbladen en voorlichtingsactiviteiten in winkels.
Mensen die weer willen gaan bewegen, koppelen aan het bestaande aanbod van beweegprojecten, sportverenigingen of andere initiatieven in bijvoorbeeld bedrijven of verzorgingshuizen.
9 september 2004
Preventie gericht op lichamelijke activiteit
Organisatie en aanbod
Wie doet wat?
Overheid stimuleert en subsidieert activiteiten die bewegen bevorderen
De overheid stimuleert en subsidieert activiteiten die bewegen bevorderen. Een belangrijke stimuleringsregeling vanuit de rijksoverheid op dit terrein is de breedtesportimpuls. Hiermee zet het ministerie van VWS gemeenten, sportbonden en provincies aan tot een actiever sportbeleid door financieel bij te dragen aan nieuwe sportactiviteiten. Voorbeelden zijn speciale sportprogramma's voor ouderen en gehandicapten, of de ondersteuning van de lokale sportvereniging bij ledenwerving en de professionalisering van vrijwilligers (VWS, 2002m). Het ministerie van VWS richt haar beleid naast het vergroten van de gezondheidswinst door sport en bewegen ook op het verkleinen van de gezondheidsrisico's ervan (VWS, 2001i). Verder kunnen andere ministeries een bijdrage leveren aan de bevordering van lichamelijke activiteit (Peters, 2000). Zo neemt het ministerie van VROM besluiten over de aanleg van fiets- en wandelpaden en het ministerie van OCenW over het vak lichamelijke opvoeding op scholen.
Diverse landelijke organisaties betrokken bij bewegingsbevordering
Op landelijk niveau zijn diverse organisaties actief bij het bevorderen van lichaamsbeweging:
Het NISB is een landelijk kenniscentrum op het terrein van sport en bewegen. Zij stimuleert sport en bewegen niet alleen voor de gezondheid, maar ook om burgers bij de samenleving te betrekken, integratie te bevorderen en verbetering van de leefbaarheid in de steden te realiseren. De uitvoering van de 30minutenbewegen-campagne, in opdracht van het ministerie van VWS, is in handen van het NISB in samenwerking met zowel maatschappelijke partners als bedrijfspartners.
NOC*NSF bevordert dat zoveel mogelijk inwoners van Nederland op verantwoorde wijze sport beoefenen of daarbij betrokken zijn. De 71 aangesloten sportbonden bevorderen sportdeelname voor hun specifieke tak van sport.
NebasNsg is de sportorganisatie voor mensen met beperkingen en/of chronische aandoeningen. Zij creëert en waarborgt sportmogelijkheden voor haar doelgroepen onder het motto 'Normaal wat normaal kan, speciaal wat speciaal moet'. In samenwerking met het ministerie van VWS, het NISB, NOC*NSF en de CG Raad zal de komende jaren extra aandacht besteed worden aan de bewegingsstimulering van mensen met een chronische aandoening.
IOS is de koepelorganisatie waarin twaalf provinciale sportraden zich hebben verenigd met onder meer als taak het initiëren, realiseren en coördineren van diverse projecten op het gebied van sport en bewegen.
Het Nederlands Instituut voor lokale Sport en Recreatie (LC) ondersteunt en stimuleert het beleid en de uitvoering binnen gemeenten ten aanzien van sport en recreatie.
Het NIGZ bevordert een gezonde leefstijl bij de Nederlandse bevolking. Het Centrum GBW, onderdeel van het NIGZ, ondersteunt bedrijven bij het toepassen van preventieprogramma's, zoals bewegingsstimulering bij werknemers;
Diverse koepelorganisaties zijn betrokken bij bewegingsstimulering, zoals de Koninklijke Vereniging voor leraren Lichamelijke Opvoeding (KLVO) en Fit!Vak, de belangenorganisatie voor de fitness branche.
Verschillende patiëntenorganisaties richten zich op sport- en bewegingsstimulering, zoals Stichting Hart in Beweging ((ex-) hartpatiënten) en de reumapatiëntenbond.
Ook onderzoeksinstellingen, regionale organisaties en fondsen betrokken bij bewegen
Diverse onderzoeksinstellingen doen onderzoek naar bewegingsstimulering, zoals TNO Preventie en Gezondheid, TNO Arbeid, de universiteiten van Maastricht, Groningen en Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam (EMGO Instituut). Op regionaal niveau bevorderen diverse organisaties lichaamsbeweging. GGD'en stimuleren bewegen onder meer via cursussen, onderwijspakketten en fitheidtesten. Thuiszorg (ActiZ) stimuleert bewegen voornamelijk door cursussen. De twaalf provinciale sportraden in Nederland bevorderen sport- en beweegdeelname in de betreffende provincie. Tot slot bieden sport- en gezondheidscentra, sportverenigingen en gehandicaptensport verenigingen sportactiviteiten aan. Naast regionale organisaties bestaan er diverse fondsen die onder meer sport en bewegen stimuleren door projecten te financieren, zoals ZonMw, de Nederlandse Hartstichting, de Nederlandse Kankerbestrijding/KWF, het Astmafonds en het Reumafonds. De vier laatstgenoemden voeren zelf ook een aantal activiteiten uit op het terrein van bewegen.
In Nederland is een groot aanbod van activiteiten op het gebied van lichamelijk activiteit. Sportverenigingen, fitnesscentra en sportscholen bieden voornamelijk reguliere sportactiviteiten aan. Hiernaast zijn er ook projecten die bewegen stimuleren. De belangrijkste interventies op dit gebied worden hier besproken.
30minutenbewen-campagne van start gegaan
In januari 2007 is de 30minutenbewegen-campagne in Nederland van start gegaan. Deze campagne is de opvolger van de FLASH!-campagne die in 2004 werd gestart. Het ministerie van VWS is de opdrachtgever van de 30minutenbewegen-campagne. Bij het ontwikkelen van deze campagnes zijn soortgelijke (buitenlandse) studies en campagnes gebruikt. Zo is in Australië het concept 'Active Australia' gelanceerd en in Canada 'Active Living'. De campagne zal ieder jaar gericht zijn op een andere groep van de nederlandse bevolking waar beweeggedrag een probleem vormt. Deze doelgroepen zijn: kinderen, vmbo-leerlingen; 50-plussers, chronisch zieken en werknemers (aandacht voor bedrijfsbeleid en voor beweeggedrag van werknemers).
Doel 30minutenbewegen-campagne is mensen aanzetten tot een meer actieve leefstijl
De hoofddoelstelling van de 30minutenbewegen-campagne is mensen aanzetten tot een meer actieve leefstijl. Nederland moet meer bewegen. Dit wordt bewerkstelligd in een stappenplan:
Meer bekendheid geven aan (de betekenis van) de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen (NNGB); 30 minuten per dag matig intensief bewegen, gedurende minimaal 5 dagen per week (zie ook: Wat is lichamelijke activiteit?). Voor kinderen en jongeren ligt de norm op een uur per dag. Van de Nederlandse bevolking haalt minder dan de helft deze norm.
Aantoonbare verandering van het bewegingsgedrag, te meten naar de mate van activiteit.
Bewerkstelligen van een postitieve attitudeverandering ten aanzien van bewegen, door meer voorbeeldwerking uit laten gaan van het plezier van bewegen en het aangeven van eenvoudige manieren om bewegen in het dagelijkse leven in te passen. Bijvoorbeeld traplopen, een fietstocht, een stevige wandeling, het beoefenen van een sport of een huishoudelijke activiteit als stofzuigen of het huis een flinke schoonmaakbeurt geven.
Meer impulsen geven aan de bestaande initiatieven die gezond beweeggedrag beogen, samen met de organisaties die hier landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal op gericht zijn. Denk aan bijvoorbeeld scholen, welzijnsorganisaties, verenigingen of het sportbuurtwerk.
'Kies voor Hart en Sport' voor de jeugd
Het jeugdproject 'Kies voor Hart en Sport' heeft als doel jongeren kennis over bewegen te geven en te motiveren meer te bewegen en actief te leven. In diverse lessen, waaronder de lessen lichamelijke opvoeding, komt het thema bewegen aan bod (NOC*NSF & NISB, 2002; NiB, 2002c).
'Sportief Wandelen'
'Sportief Wandelen' is een laagdrempelige gezondheidsbevorderende bewegingsvorm. Zowel onvoldoende actieve volwassenen als mensen met gezondheidsklachten kunnen deelnemen. Speciaal opgeleide begeleiders zorgen voor een verantwoorde en deskundige trainingsopbouw.
'NiB-tv' voor volwassenen en ouderen
Ook NiB-tv is onderdeel van 'Nederland in Beweging!'. NiB-tv is een tv-programma dat bestaat uit eenvoudige bewegingsoefeningen, wetenswaardigheden over beweging en tips voor een goede en gezonde leefstijl. Een sportfysiotherapeut en een docente lichamelijke opvoeding doen de oefeningen voor. Daarnaast voert een groep van zes personen op de achtergrond de oefeningen uit. Kijkers kunnen dus actief mee doen. Het tv-programma wordt elke werkdag 's ochtends uitgezonden. Het programma is in de eerste plaats ontwikkeld voor de lichamelijk inactieve 55-plusser, met de hoop dat 35-55 jarigen eveneens naar het programma zouden kijken (Borghouts & Hopman-Rock, 2001).
'GALM' voor ouderen
Het Groningen Actief Leven Model (GALM) is één van de projecten die onder de landelijke campagne '55-plus in Beweging!' vallen, een onderdeel van 'Nederland in Beweging!'. GALM is ontwikkeld door de Rijksuniversiteit Groningen en heeft als doel het stimuleren en begeleiden van senioren om sportief actief te worden en te blijven. Hiertoe werven projectmedewerkers ouderen via een huis-aan-huis benadering en meten zij de motorische fitheid van de ouderen. Daarna bewegen ouderen in een introductie- en vervolgprogramma. Tot slot krijgen ouderen een persoonlijk advies over sportieve activiteiten. Na de GALM-periode van anderhalf jaar zorgen projectmedewerkers ervoor dat de deelnemers hun sportief actieve leefstijl kunnen continueren, bijvoorbeeld bij een sportvereniging (RUG, 2002).
ZORGmethode voor mensen met chronische aandoeningen
De ZORGmethode is een samenwerkingsverband tussen zorginstellingen, patiëntenverenigingen en NebasNsg. Doel van de ZORGmethode is onder meer om niet actieve mensen met chronische aandoeningen samen met lotgenoten actief te laten worden. Artsen, zorginstellingen en patiëntenverenigingen zijn onder andere betrokken bij het werven van mensen met chronische aandoeningen. Vervolgens krijgen deze mensen voorlichting over sport en bewegen en krijgen zij gedurende anderhalf jaar intensieve begeleiding bij het bewegen.
Actieprogramma Sportief Bewegen voor mensen met chronische aandoeningen
Het Actieprogramma Sportief Bewegen voor mensen met een chronische aandoening heeft tot doel mensen met een chronische aandoening aan te zetten tot deelname aan sport- en beweegactiviteiten. De rode draad van dit plan is een intensievere samenwerking tussen sport- en zorgorganisaties. Door die samenwerking wordt een keten gevormd aan sport- en bewegingsmogelijkheden voor mensen met een chronische aandoening. Het programma kent diverse projecten en activiteiten. Deze zijn onder andere gericht op ontwikkeling en overdracht van kennis- en informatie en deskundigheidsbevordering. Het programma wordt gecoordineerd en uitgevoerd door NebasNsg, NISB, NOC*NSF, CG Raad en VWS.
Lokale activiteiten
Diverse lokale activiteiten gericht op lichamelijke activiteit
Behalve landelijke activiteiten zijn er ook lokale preventie activiteiten die geheel of ten dele gericht zijn op het bevorderen van lichamelijke activiteit. GGD 'en geven leefstijladvies aan kinderen tijdens het periodiek geneeskundig onderzoek (PGO), aan werknemers bij het periodiek bedrijfsgezondheidskundig onderzoek en aan de algemene bevolking via bijvoorbeeld Gezondheidswijzers. Naast deze reguliere activiteiten voeren GGD 'en ook projectmatig lokale preventie activiteiten uit om een gezonde leefstijl - waaronder voldoende beweging - te bevorderen, al dan niet in samenwerking met andere lokale of regionale organisaties. Vanuit Thuiszorg (ActiZ) wordt op reguliere basis lokale preventie activiteiten aangeboden waarin bewegen aan bod komt, zoals cursussen over verantwoord afvallen of themabijeenkomsten over gezondheid en ouder (Van der Poel, 2002).
Breedtesportimpuls van het ministerie van VWS
De breedtesportimpuls is een stimuleringsregeling vanuit de rijksoverheid op het terrein van lichamelijke activiteit. Hiermee zet het ministerie van VWS gemeenten, sportbonden en provincies aan tot een actiever sportbeleid door financieel bij te dragen aan nieuwe sportactiviteiten. Voorbeelden zijn speciale sportprogramma's voor ouderen en gehandicapten, of de ondersteuning van de lokale sportvereniging bij ledenwerving en de professionalisering van vrijwilligers (VWS, 2002m).
11 september 2008
Preventie gericht op lichamelijke activiteit
Vraag en gebruik
Wat is het belang van het bevorderen van lichamelijke activiteit?
Grote gezondheidswinst door toename lichamelijke activiteit
Door toename van lichamelijke activiteit is grote gezondheidswinst mogelijk. De potentiële gezondheidswinst van lichamelijke activiteit is het grootst bij inactieven; mensen die geen enkele dag dertig minuten matig intensief lichamelijk actief zijn (Ooijendijk et al., 2002). Onvoldoende bewegen verhoogt de kans op bepaalde ziekten, op een minder gunstig beloop van ziekten en op vroegtijdige sterfte (zie ook: lichamelijke activiteit). Ongeveer 6% van de totale sterfte kan worden toegeschreven aan lichamelijke inactiviteit. Naar schatting voldoet in 2007 ongeveer 56% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) voor hun leeftijdsklasse (zie ook: Hoeveel mensen zijn voldoende lichamelijk actief?).
Belang preventie nog sterker door ontwikkelingen in omgeving en vrije tijdsbesteding
Het belang van preventie gericht op lichamelijke activiteit bij kinderen wordt onderstreept door diverse ontwikkelingen in omgeving en vrije tijdsbesteding. Zo lopen of fietsen steeds minder kinderen naar school, maar worden ze door hun ouders met de auto gebracht. Daarnaast is het aanbod van bewegen op school minimaal. Bovendien besteden kinderen hun vrije tijd steeds meer aan televisie kijken en computeren (VWS, 2002l).
14 september 2004
Preventie gericht op lichamelijke activiteit
Vraag en gebruik
Wat is het gebruik?
Ouderenprojecten van 'Nederland in Beweging!' redelijk hoog bereik
Van een aantal ouderenprojecten is bekend hoeveel mensen hebben meegedaan aan de activiteiten. Zo zijn er in Nederland sinds 1995 225.000 senioren benaderd door middel van de GALM-strategie, waarvan ruim 15.000 senioren wekelijks deelnemen aan een programma met recreatieve sportieve activiteiten in meer dan 100 gemeenten (Jansen et al., 2002). Ook NiB-tv kent een redelijk hoog bereik. Van de inactieve 55-plussers kijkt tussen de 10% en 20% naar NiB-tv. Naar schatting kijken er ongeveer 12.000 inactieve 55-plussers per aflevering naar NiB-tv (Borghouts & Hopman-Rock, 2001). Tot slot is bekend dat er ruim 300.000 ouderen meedoen aan de verschillende 'Meer Bewegen voor Ouderen'-activiteiten in Nederland in meer dan 15.000 MBvO-groepen. Over andere beweegactiviteiten zijn geen gebruiksgegevens beschikbaar.
Breedtesportimpuls wordt goed gebruikt
Gemeenten, provincies en sportbonden maken goed gebruik van de breedtesportimpuls. De breedtesportimpuls is een (financiële) stimuleringsregeling vanuit de rijksoverheid op het terrein van lichamelijke activiteit. Vanaf 2003 nemen 200 gemeenten (ca. 40%), 3 provincies (25%) en 27 van de 55 sportbonden (49%) deel aan de breedtesportimpuls met eigen meerjarenprojecten. De projecten duren minimaal drie en maximaal zes jaar. Voorbeelden zijn speciale sportprogramma's voor ouderen en gehandicapten, of de ondersteuning van de lokale sportvereniging bij ledenwerving en de professionalisering van vrijwilligers (VWS, 2002m).
Van een aantal preventieactiviteiten zijn uitgaven bekend
Van een aantal preventieactiviteiten, gericht op het bevorderen van bewegen, zijn de kosten bekend. Zo zijn de kosten aan de FLASH!-campagne geschat op 0,8 miljoen euro in 2003. Verschillende instanties hebben meegewerkt aan deze campagne, zie tabel 1. De sportbonden hebben 3,2 miljoen euro uitgegeven aan de breedtesportimpuls. Van de provincies en gemeenten is bekend dat ze ongeveer 20 miljoen euro hebben uitgegeven aan de FLASH!-campagne en de breedtesportimpuls (zie ook: Wat is het aanbod?) (De Bekker-Grob et al., 2006).
Tabel 1: Uitgaven aan een aantal preventieactiviteiten gericht op lichamelijke activiteit in 2003 (De Bekker-Grob et al., 2006).
Jongeren waarderen activiteiten en het biedt hen opstap naar reguliere sport
Uit resultaten van onderzoek naar effecten van bewegingsactiviteiten voor de jeugd, komt naar voren dat jongeren de activiteiten waarderen en dat het hen een opstap biedt naar de reguliere sport. Enkele resultaten van onderzoeken zijn:
Fit & Fun'. Leerlingen en docenten geven 'Fit & Fun' het rapportcijfer 7,5. Daarnaast waarderen zij de materialen, de ondersteuning en de flexibiliteit waarmee het programma op school uitgevoerd kan worden.
'Kies voor Hart en Sport'. Ruim een tiende van de leerlingen die nog niet lid zijn van een sportvereniging wordt lid. Voor gemeenten is 'Kies voor Hart en Sport' een aantrekkelijk product om te implementeren in het kader van de Breedtesportimpuls.
'Club Extra'. Ruim driekwart van de kinderen maakt binnen twee jaar een succesvolle overstap naar de reguliere sport. Minder dan een tiende maakt wel een overstap naar de reguliere sport, maar haakt vroegtijdig af.
Ouderen gaan meer bewegen door bewegingsactiviteiten
Door de lokale GALM projecten zijn ongeveer 15.000 van de 175.000 benaderde senioren sportief actief geworden. Van deze senioren was 60-80% voorheen onvoldoende actief (NiB, 2002a). Ook door het project 'Gezond en Vitaal' zijn ouderen meer gaan bewegen. De minst actieve deelnemers bewegen na het volgen van 'Gezond en Vitaal' 4,5 keer zoveel als daarvoor. Daarnaast zijn de volgende effecten gevonden (Hopman-Rock & Westhoff, 2002a; Westhoff & Hopman-Rock, 2002):
de deelnemers zijn enthousiast;
de (te) hoge bloeddruk van minder actieven is afgenomen;
het bloedsuikergehalte en overgewicht van vrouwen is verminderd.
Kijkers van NiB-tv rapporteerden meer te zijn gaan bewegen dan niet-kijkers. Bovendien is zowel bij kijkers als bij niet-kijkers een toename in vitaliteit, mentale gezondheid, gedrag en kennis omtrent bewegen waar te nemen. Het verschil in toename tussen kijkers en niet-kijkers is te klein om het effect aan NiB-tv toe te schrijven (Borghouts & Hopman-Rock, 2001).
Verbetering van fitheid en kwaliteit van leven vooral bij minst actieve en oudere ouderen
Bij ouderen die 1 keer per week deelnamen aan het programma 'Meer Bewegen voor Ouderen' waren er na 10 weken geen effecten te zien op subjectieve gezondheid en kwaliteit van leven. Wel waren enkele effecten op fysieke fitheid en zelfredzaamheid zichtbaar. Bij een deelname van twee maal per week aan het programma was er een klein positief effect op drie maten voor de fysieke fitheid en kwaliteit van leven bij de van te voren minst actieve ouderen. Er was relatief meer individuele vooruitgang in fitheid bij relatief oudere ouderen (75+) en personen met chronische aandoeningen (Hopman-Rock & De Greef, 2002).
Volwassenen zijn positief en mensen met beperking hebben opstap naar reguliere sport
Bijna alle volwassenen (98%) die hebben deelgenomen aan 'Sportief Wandelen' zijn positief over de activiteit. Door het project 'Revalidatie en Sport' zijn in de periode 1997-juli 2002 bijna 13.000 revalidanten doorverwezen naar de georganiseerde sport. Na een jaar neemt nog ruim 60% van hen actief deel.
14 september 2004
Preventie gericht op lichamelijke activiteit
Kwaliteit en doelmatigheid
Welke factoren beïnvloeden de doeltreffendheid?
Deelname aan bewegingsactiviteit is afhankelijk van soort activiteit en de locatie
Deelname aan bewegingsactiviteiten hangt af van de soort activiteit en de locatie. Zo geven sommigen de voorkeur aan minder intensieve en kortdurende activiteiten, en anderen aan meer intensieve en langer durende activiteiten. Daarnaast speelt het gemak en de flexibiliteit van de beweegsetting een belangrijke rol. Mensen willen liever activiteiten thuis of in de nabije omgeving uitvoeren op een tijdstip dat hen uitkomt dan dat zij deelnemen aan een programma op een vastgesteld tijdstip op een vastgestelde plaats, bijvoorbeeld een gymzaal. Verder is ook het inkomensniveau van invloed (Peters, 2000).
Tal van persoonlijke kenmerken hebben invloed
De doeltreffendheid van bewegingsactiviteiten is hoger indien de activiteiten zich richten op een aantal persoonlijke kenmerken. Zo is de mate van lichamelijke activiteit hoger naarmate iemand (Peters, 2000):
een positievere intentie heeft
zich goed in staat acht lichamelijk actief te worden en te blijven
een positievere houding heeft en iemand meer voordelen en minder nadelen ziet
minder belemmeringen ziet (zoals vaste trainingsuren, grote afstand tot de sportvereniging en geen bekende om mee te bewegen)
meer gemotiveerd is
meer van zichzelf het idee heeft een lichamelijk actief persoon te zijn (zelfbeeld).
Familie, vrienden en mogelijk instructeur hebben belangrijke rol
Voor de doeltreffendheid van bewegingsactiviteiten is de sociale steun van familie en vrienden belangrijk. Ook de sociale steun van de instructeur lijkt van belang. Daarnaast is het belangrijk om samen met een bekende te kunnen bewegen (Peters, 2000).
Omgevingsfactoren zijn van belang
Naast persoonlijke kenmerken en het sociale netwerk zijn ook een aantal kenmerken van de fysieke omgeving of setting van belang. Zo zijn mensen eerder geneigd om te wandelen als er winkels in de buurt zijn en lijken parken vooral tot activiteit te stimuleren als ze in esthetische zin aantrekkelijk zijn. Bijvoorbeeld doordat er wandelpaden met bomen zijn in plaats van open vlakten. Verder is het aantal faciliteiten om te sporten van belang voor de doeltreffendheid van de activiteiten. Ook zijn seizoensinvloeden bij lichamelijke activiteit geconstateerd. In de zomer beweegt men doorgaans meer dan in de winter. Voor de lichamelijke activiteit van kinderen is van belang hoeveel speelplaatsen er nabij huis zijn en hoeveel tijd ze daar kunnen doorbrengen (Peters, 2000).
14 september 2004
Preventie gericht op lichamelijke activiteit
Beleid
Wat is het huidige beleid?
VWS streeft naar toename normactiviteit, afname inactiviteit en vermeerdering kennis
Het ministerie van VWS streeft naar een toename in normactiviteit, een afname in inactiviteit en een vermeerdering van kennis over bewegen. Hierbij staat de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) centraal (zie ook: Wat is lichamelijke activiteit?). Het ministerie richt zich wat betreft lichamelijke activiteit op de volgende kwantitatieve doelstellingen (VWS, 2002e; VWS, 2002k; VWS, 2001i):
Voldoende bewegen, uitgedrukt als een toename van het percentage mensen dat aan de NNGB voldoet (normactiviteit), stijgt van 40% in 1998 naar 45% in 2005 en 50% in 2010;
Bewegingsarmoede, uitgedrukt als een afname van het percentage mensen dat geen enkele dag dertig minuten matig intensief beweegt (inactiviteit), daalt van 12% in 1998 naar 10% in 2005 en 8% in 2010;
Kennisvermeerdering bij burgers over voldoende bewegen, uitgedrukt als een toename in het percentage mensen dat kennis heeft over de NNGB, van 0% in 1998 tot 50% in 2005 en 75% in 2010.
Gehele rijksoverheid verantwoordelijk voor bewegingsstimulering
Sport en bewegingsstimulering behoren tot de verantwoordelijkheid van de gehele rijksoverheid en niet alleen tot het domein van het ministerie van VWS. Er zijn raakvlakken met vrijwel alle ministeries. Dit wordt geïllustreerd door beleidsthema's, zoals het sportaanbod, waarden en normen in de sport, sport/bewegen en maatschappelijke participatie, gezondheid, werkgelegenheid, stedelijke leefbaarheid, ruimtelijke ordening, milieu en internationale samenwerking. Dit werd aangegeven in de nota Wat Sport Beweegt uit 1996 (Peters, 2000).
In de nota Sport, Bewegen en Gezondheid van 2001 staan twee punten centraal. Ten eerste neemt de overheid zich voor de gezondheidswinst ten gevolge van sport en beweging te vergroten. Bijvoorbeeld door te bevorderen dat een breed publiek het belang van gezond bewegen en een actieve leefstijl inziet. Ten tweede streeft de overheid naar het verkleinen van gezondheidsrisico's van bewegen. Het doel is het aantal, de ernst en de gevolgen van sportblessures te verminderen (VWS, 2001i).
Breedtesportimpuls moet aanzetten tot actiever sportbeleid
De breedtesportimpuls is een stimuleringsregeling vanuit de rijksoverheid op het terrein van lichamelijke activiteit. Hiermee zet het ministerie van VWS gemeenten, sportbonden en provincies aan tot een actiever sportbeleid door financieel bij te dragen aan nieuwe sportactiviteiten (zie ook: 'Wat is het aanbod?'). Lichamelijke activiteit wordt niet alleen bevorderd vanwege de gunstige gezondheidseffecten, maar ook vanwege de maatschappelijke waarde, bijvoorbeeld het ontwikkelen van respect voor een ander, ergens bij horen, ergens aan deelnemen, voldoening, zelfrespect, participeren in de samenleving en kans om te integreren (VWS, 1999d).
Borghouts JAJ, Hopman-Rock M.
Evaluatie ‘Nederland in Beweging! televisie’. Een effectevaluatie.
Leiden: TNO, 2001.
Hopman-Rock M, Greef M de.
Effectevaluatie van nieuwe groepen Meer Bewegen voor Ouderen-Gymnastiek.
Leiden: TNO-PG, 2002.
Hopman-Rock M, Westhoff MH.
Development and evaluation of ‘Aging Well and Healthily’. A health education and exercise program for community-living older adults.
Journal of Aging and Physical Activity 2002a; 10: 363-380.
Mosterd WL, Bol E, Vries WR de, et al.
Bewegen gewogen. Inventarisatie van wetenschappelijke gegevens en formulering van aanbevelingen ter ondersteuning van actiegericht beleid inzake sport en (volks)gezondheid.
Utrecht: vakgroep Medische Fysiologie en Sportgeneeskunde, 1996.
NiB, Nederland in Beweging.
Nederland in Beweging. http: //www.sport.nl/nib (geraadpleegd 16 oktober 2002).
NiB, 2002a.
NiB, Nederland in Beweging.
Jeugd projecten. http: //www.sport.nl/nib - Wat is NIB? - Deelprogramma's - jeugd projecten, (geraadpleegd 16 oktober 2002).
NiB, 2002c.
NOC*NSF & NISB, Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen.
http: //www.fitenfun.nl - docenten (geraadpleegd 16 oktober 2002).
Arnhem: NOC*NSF, 2002.
Ooijendijk WTM, Hildebrandt VH, Stiggelbout (red) M.
Trendrapport Bewegen en gezondheid 2000-2001.
Hoofddorp: TNO Arbeid, 2002.
Peters L.
Sportparticipatie en bewegingsbevordering. In: ZON. Gezond leven; stand van zaken en voorstel voor programmering.
Den Haag: ZON, 2000: 135-160.
Poel F van der.
Gezond in beweging; lokale bewegingsinterventies in kaart gebracht. (scriptie).
Woerden/Wageningen: NIGZ/Wageningen Universiteit, 2002.
RUG, Rijksuniversiteit Groningen.
De mens centraal. http: //www.ppsw.rug.nl (geraadpleegd 16 oktober 2002).
Groningen: RUG, 2002.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Breedtesportimpuls. Het breedtesportbeleid van de rijksoverheid.
Den Haag: VWS, 1999d.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Sport, bewegen en gezondheid, Nota. Naar een actief kabinetsbeleid ter vergroting van de gezondheid door en bij sport en beweging. Tweede Kamer vergaderhaar 2000-2001, 27 841, nr.2.
Den Haag: VWS, 2001i.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Rijksbegroting 2003, persexemplaar.
Den Haag: VWS, 2002k.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Directie Preventie en Openbare Gezondheidszorg. Workshop Gezondheidsbeleid: van praktijk naar beleid verslagen.
Den Haag: VWS, 2002l.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
http: //www.minvws.nl - thema's - sport - breedtesport (geraadpleegd 15 oktober 2002).
Den Haag: VWS, 2002m.
Westhoff MH, Hopman-Rock M.
Dissemination and implementation of ‘Aging Well and Healthily’. A health education and exercise program for older adults.
Journal of Aging and Physical Activity 2002; 10: 381-94.
Borghouts JAJ, Hopman-Rock M.
Evaluatie ‘Nederland in Beweging! televisie’. Een effectevaluatie.
Leiden: TNO, 2001.
Hopman-Rock M, Greef M de.
Effectevaluatie van nieuwe groepen Meer Bewegen voor Ouderen-Gymnastiek.
Leiden: TNO-PG, 2002.
Hopman-Rock M, Westhoff MH.
Development and evaluation of ‘Aging Well and Healthily’. A health education and exercise program for community-living older adults.
Journal of Aging and Physical Activity 2002a; 10: 363-380.
Mosterd WL, Bol E, Vries WR de, et al.
Bewegen gewogen. Inventarisatie van wetenschappelijke gegevens en formulering van aanbevelingen ter ondersteuning van actiegericht beleid inzake sport en (volks)gezondheid.
Utrecht: vakgroep Medische Fysiologie en Sportgeneeskunde, 1996.
NiB, Nederland in Beweging.
Nederland in Beweging. http: //www.sport.nl/nib (geraadpleegd 16 oktober 2002).
NiB, 2002a.
NiB, Nederland in Beweging.
Jeugd projecten. http: //www.sport.nl/nib - Wat is NIB? - Deelprogramma's - jeugd projecten, (geraadpleegd 16 oktober 2002).
NiB, 2002c.
NOC*NSF & NISB, Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen.
http: //www.fitenfun.nl - docenten (geraadpleegd 16 oktober 2002).
Arnhem: NOC*NSF, 2002.
Ooijendijk WTM, Hildebrandt VH, Stiggelbout (red) M.
Trendrapport Bewegen en gezondheid 2000-2001.
Hoofddorp: TNO Arbeid, 2002.
Peters L.
Sportparticipatie en bewegingsbevordering. In: ZON. Gezond leven; stand van zaken en voorstel voor programmering.
Den Haag: ZON, 2000: 135-160.
Poel F van der.
Gezond in beweging; lokale bewegingsinterventies in kaart gebracht. (scriptie).
Woerden/Wageningen: NIGZ/Wageningen Universiteit, 2002.
RUG, Rijksuniversiteit Groningen.
De mens centraal. http: //www.ppsw.rug.nl (geraadpleegd 16 oktober 2002).
Groningen: RUG, 2002.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Breedtesportimpuls. Het breedtesportbeleid van de rijksoverheid.
Den Haag: VWS, 1999d.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Sport, bewegen en gezondheid, Nota. Naar een actief kabinetsbeleid ter vergroting van de gezondheid door en bij sport en beweging. Tweede Kamer vergaderhaar 2000-2001, 27 841, nr.2.
Den Haag: VWS, 2001i.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Rijksbegroting 2003, persexemplaar.
Den Haag: VWS, 2002k.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Directie Preventie en Openbare Gezondheidszorg. Workshop Gezondheidsbeleid: van praktijk naar beleid verslagen.
Den Haag: VWS, 2002l.
VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
http: //www.minvws.nl - thema's - sport - breedtesport (geraadpleegd 15 oktober 2002).
Den Haag: VWS, 2002m.
Westhoff MH, Hopman-Rock M.
Dissemination and implementation of ‘Aging Well and Healthily’. A health education and exercise program for older adults.
Journal of Aging and Physical Activity 2002; 10: 381-94.