Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Nationaal Kompas Volksgezondheid
Voeding
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken
Wat is de relatie tussen voeding en gezondheid?

Gezonde voeding vermindert risico op ziekten

Gezonde voeding is voeding die qua samenstelling en hoeveelheid van voedingsstoffen optimaal is voor de gezondheid. Gezonde voeding wordt daarom gekenmerkt door een zodanige balans in voedingsstoffen en energie-inname dat risico’s op ziekten worden geminimaliseerd en traditionele deficiëntieziekten (bijvoorbeeld scheurbuik en Engelse ziekte) worden voorkomen. Een ongezond voedingspatroon is een belangrijke risicofactor voor een aantal chronische ziekten, waaronder kanker, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type 2 en osteoporose. In deze paragraaf wordt voor vijf belangrijke groepen van voedingsstoffen (groente en fruit, vet, vis, zout en een aantal microvoedingsstoffen) beschreven welke relaties met bovengenoemde chronische ziekten bekend zijn. De invloed van voeding op gezondheid blijft echter niet beperkt tot deze voedingsstoffen. Zo verhoogt bijvoorbeeld een voeding die rijk (>500g/week) is aan rood vlees en vleeswaren het risico op dikkedarmkanker (WCRF & AICR, 2007). Aanvullende informatie is voorhanden op de website van het Voedingscentrum.

Invloed voeding ook via andere determinanten

De relatie tussen een voedingsstof en het risico op een chronische ziekte verloopt ook via intermediaire maten (biomerkers of risicofactoren), zoals de determinanten serumcholesterol, verhoogde bloeddruk en lichaamsgewicht. Zo draagt een hoge inname van verzadigde vetzuren via een ongunstig cholesterolgehalte bij aan het risico op hart- en vaatziekten. Een hoge inname van energie verhoogt het risico op overgewicht, dat vervolgens weer een hoger risico geeft op bijvoorbeeld diabetes mellitus type 2, hart- en vaatziekten, aandoeningen van het bewegingsapparaat en bepaalde vormen van kanker (KWF, 2004; WCRF & AICR, 2007).

Zie ook:

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van overgewicht en ondergewicht?

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van een ongunstig cholesterol?

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van een verhoogde bloeddruk?

Consumptie van groenten en fruit vermindert het risico op hart- en vaatziekten en diverse kankers

Consumptie van groente en fruit vermindert waarschijnlijk zowel het risico op hart- en vaatziekten als op longkanker, slokdarmkanker en kanker in hoofd- en halsgebied (Engelfriet et al., 2009; WCRF & AICR, 2007; Gezondheidsraad, 2006h). Echter hoe meer kwalitatief goede studies met een lange follow-up gepubliceerd worden, hoe zwakker het verband tussen voeding en hart- en vaatziekten en kanker wordt. Ook blijkt steeds vaker dat het effect van groente anders is dan dat van fruit (WCRF & AICR, 2007). Daarom is variatie in het gebruik van verschillende soorten groente en fruit aan te bevelen (Gezondheidsraad, 2006h). Voor andere chronische ziekten is een beschermend effect van groente en fruit nog onvoldoende aangetoond. Wel draagt voeding met een ruime hoeveelheid groente en fruit waarschijnlijk bij aan de handhaving van de energiebalans. Het gaat dan vooral om de groente- en fruitsoorten met een lage energiedichtheid (Gezondheidsraad, 2006h). Bovendien zijn groente en fruit een belangrijke bron van vezels. Een vezelrijke voeding vermindert het risico op coronaire hartziekten en waarschijnlijk dikkedarmkanker. Er is nog niet overtuigend aangetoond dat een vezelrijke voeding ook beschermt tegen diabetes mellitus type 2 (Gezondheidsraad, 2006h; WCRF & AICR, 2007).

Totale hoeveelheid vet heeft geen effect op kanker, mogelijk wel op diabetes

De totale hoeveelheid vet heeft geen effect op welk type kanker dan ook (WCRF & AICR, 2007). Wel lijkt het aannemelijk dat verlaging van de totale hoeveelheid vet het risico op diabetes mellitus type 2 verlaagt (Gezondheidsraad, 2006h).

Verzadigde en transvetzuren verhogen het risico op coronaire hartziekten

Voor de preventie van coronaire hartziekten is de vetzuursamenstelling belangrijker dan de totale hoeveelheid vet. Verzadigde vetzuren en enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren verhogen het risico op coronaire hartziekten vergeleken met onverzadigde vetzuren. Vervanging van verzadigde vetzuren door meervoudig onverzadigde vetzuren verlaagt het risico op coronaire hartziekten. Het effect van de vetzuursamenstelling op het risico voor kanker en diabetes type 2 is nog onvoldoende duidelijk. Bewijs dat verzadigde vetten het risico op diabetes mellitus type 2 verhogen is nog beperkt (Gezondheidsraad, 2006h).

Visolievetzuren verminderen risico op coronaire hartziekten

Visolievetzuren (onverzadigde n-3 vetzuren in vis) verminderen het risico op coronaire hartziekten, maar het is niet waarschijnlijk dat er een verband bestaat tussen de inname van visolievetzuren en het risico op kanker (Gezondheidsraad, 2006h; WCRF & AICR, 2007).

Beperkt gebruik keukenzout leidt tot verlaging bloeddruk

Beperking van de inname van natrium (keukenzout) leidt tot een verlaging van de bloeddruk in de populatie en draagt daarmee bij aan een lager risico op hart- en vaatziekten (He & MacGregor, 2002; Gezondheidsraad, 2006h). Een hoge inname van zout en gezoute producten verhoogt bovendien het risico op maagkanker (WCRF & AICR, 2007).

Tekorten aan microvoedingsstoffen leiden alleen bij bepaalde risicogroepen tot ziekten

Door de beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goede voeding komen deficiënties (tekorten) van microvoedingsstoffen in Nederland nauwelijks voor. Wel zijn er subgroepen in de samenleving die mogelijk tekorten krijgen. Zo komt een vitamine D tekort vaker voor bij personen met een donkere huidskleur, kinderen en ouderen. Zo’n tekort kan leiden tot osteoporose en een verhoogd risico op botbreuken (zie ook: heupfractuur) (Gezondheidsraad, 2006h; Gezondheidsraad, 2008d).

Hoge inname van microvoedingsstoffen levert geen extra gezondheidswinst

Om deficiënties te voorkomen, maar vooral om veronderstelde positieve effecten op de gezondheid (bijvoorbeeld bescherming tegen kanker en hart- en vaatziekten) slikken veel mensen voedingssupplementen met microvoedingsstoffen. Uit recente meta-analyses komt steeds duidelijker naar voren dat deze gezondheidseffecten nauwelijks aantoonbaar zijn (WCRF & AICR, 2007; Sesso et al., 2008; Gaziano et al., 2009). Een langdurige inname hoger dan de veilige bovengrens kan zelfs schadelijk zijn voor de gezondheid. Een voorbeeld hiervan is de zorg dat overschrijding van de veilige bovengrens voor foliumzuurinname bij personen boven de vijftig jaar kan bijdragen aan een verhoogd risico op dikkedarmkanker (Ulrich, 2008; Kim, 2008). Overigens beschermt een inname volgens de richtlijnen bij de doelgroep (vrouwen die zwanger willen worden) tegen neuraalbuisdefecten (open ruggetje) bij hun baby (Gezondheidsraad, 2006h).

Gezonde voeding kan kwart van alle kankers en hart- en vaatziekten voorkomen

Naar schatting is 25% van alle kankers door een combinatie van juiste voeding en voldoende lichamelijke activiteit te voorkomen. Dit geldt voor westerse landen. Voor Aziatische- en ontwikkelingslanden is de schatting 20% (WCRF, 2009). Inzichten in de (complexe) relatie tussen voeding en kanker nemen nog altijd toe maar geven in de tijd een wisselend beeld. Zo werd er in 1997 nog vanuit gegaan dat 30-40% van alle kankers door voeding te voorkomen zijn. Als de gehele Nederlandse bevolking zou voldoen aan de Richtlijnen goede voeding sterven er de komende 20 jaar naar schatting 140.000 mensen minder dan bij het gelijkblijven van de huidige situatie (nulscenario) (Buchner et al., 2007b). Ook zal de incidentie van hart- en vaatziekten in dezelfde periode met 20-30% afnemen (Engelfriet et al., 2009).

Grootste gezondheidsverlies door te lage inname van fruit en vis

Voor alle gezondheidsgevolgen van ongezonde voeding samen geldt dat het grootste verlies optreedt doordat de inname van vis en van fruit niet voldoet aan de aanbevelingen. Dit blijkt uit een studie waarin de gezondheidseffecten van groente, fruit, transvetzuren, verzadigde vetzuren en vis zijn vergeleken (Buchner et al., 2007b). Door het gezondheidsverlies uit te drukken in DALY's (een maat die de effecten op ziekte en sterfte samenneemt), is een vergelijking mogelijk tussen voedingsfactoren onderling. Te weinig fruit is dan verantwoordelijk voor 2,4% van het totale gezondheidsverlies in Nederland, te weinig vis voor 2,3%. Ter vergelijking: overgewicht draagt voor 9,7% bij aan de totale ongezondheid en roken voor 13,0% (Verschuren et al., 2004).

Zie ook: Wat is de bijdrage van risicofactoren aan ziektelast in DALY's?

Zie ook: allergie, infecties van het maagdarmkanaal en eetstoornissen.