| Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) |
![]() |
|
![]() |
|
|
Pijn en stijfheid voornaamste klachten Reumatoïde artritis (RA) kenmerkt zich door een chronische ontsteking van meerdere gewrichten die leidt tot pijn, stijfheid, afbraak van kraakbeen, bot en gewrichtskapsel en gewrichtsvervormingen. De ziekte grijpt echter in op het hele lichaam. Hierdoor kunnen klachten als moeheid, gewichtsverlies, koorts en stoornissen van organen als het hart, de bloedvaten, de longen, de zenuwen en de nieren ontstaan. Daarnaast kan de behandeling voor RA bijwerkingen opleveren. Grote beperkingen bij lichamelijke activiteiten Het dagelijks leven van patiënten kan sterk ontregeld zijn, want RA kan de meest basale handeling al zwaar maken. Vaak neemt dan ook de zelfredzaamheid sterk af en de afhankelijkheid dus sterk toe bij de patiënt. Patiënten met RA geven zelf aan dat hun kwaliteit van leven (gemeten met de vragenlijst SF-36) sterk verslechterd is als het gaat om het uitvoeren van dagelijkse bezigheden (rolfunctioneren fysiek) en lichamelijke activiteiten (fysiek functioneren). Ook hebben de patiënten relatief veel pijn en ervaren ze hun gezondheid in het algemeen als slecht (zie tabel 1 ) (De Haes et al., 1997). Duur van de ziekte beïnvloedt vitaliteit sterk Gedurende de ziekte kan de pijn toenemen, de vitaliteit verslechteren en de mobiliteit van RA-patiënten (gemeten met de NHP) kan achteruitgaan. Dit wordt mede bepaald door de doeltreffendheid van de behandeling. Het verband tussen de duur van de ziekte en de kwaliteit van leven is echter niet lineair. De kwaliteit van leven werd gemeten op minder dan 1 jaar na diagnose en 1, 2, 3 en 4 jaar na diagnose. De vitaliteit is het sterkst verminderd bij patiënten die minder dan 1 jaar RA hebben en degenen die 2 jaar RA hebben (Krol et al., 1995). Werkenden hebben betere kwaliteit van leven op alle dimensies De kwaliteit van leven is voor werkende patiënten met RA op alle dimensies beter dan voor niet-werkenden. Hierbij kan sprake zijn van selectie; oorzaak en gevolg zijn niet goed te scheiden in dit opzicht. Werkende patiënten ondervinden met name op het gebied van het lichamelijk functioneren en het uitvoeren van de dagelijkse bezigheden minder beperkingen. Toch ervaren werkenden hun gezondheid niet als veel beter dan niet-werkenden. Ook voelen zij zich maar in beperkte mate vitaler dan niet-werkenden (Chorus et al., 2000). | Tabel 1: Verschil in kwaliteit van leven (SF-36) tussen patiënten met reumatoïde artritis en de algemene populatie (20-60 jaar). Een verschil wijst op een slechtere kwaliteit van leven voor patiënten.
+ = klein verschil, ++ = matig verschil, +++ = groot verschil, 0 = geen verschil, n.a. = informatie niet aanwezig SF-36 scores en achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen | |||||||||||||||||||