| Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) |
![]() |
|
![]() |
|
|
Veel Nederlanders ongezond De in ons land ontwikkelde Richtlijnen Goede Voeding geven criteria voor de samenstelling van een gezonde voeding. Een groot deel van de Nederlanders voldoet echter niet aan de richtlijnen (Gezondheidsraad, 2002d).
Zie ook: Gezonde voeding en Lichaamsgewicht. | Te veel en verkeerd eten veroorzaakt gezondheidsschade Een groot aantal voedingsstoffen speelt een rol in het ontstaan van (welvaarts)ziekten. De belangrijkste voedinggerelateerde ziekten zijn: hart- en vaatziekten, kanker, ernstig overgewicht, ouderdomsdiabetes, gebitsaandoeningen en osteoporose (Van Kreijl et al., 2004). Overgewicht en ongunstige voedingssamenstelling leiden elk afzonderlijk jaarlijks tot circa 40.000 nieuwe gevallen van ouderdomsdiabetes, hart- en vaatziekten en kanker. Een ongunstige voedingssamenstelling leidt tot 10% en overgewicht tot 5% van de totale jaarlijkse sterfte in Nederland. Het totale gezondheidsverlies door ongezonde voeding (te veel en verkeerd) is vergelijkbaar met het gezondheidsverlies door roken (Van Kreijl et al., 2004). In theorie valt veel gezondheidswinst te behalen door het bevorderen van een gezond voedingspatroon. Met gezonde voeding in de praktijk veel gezondheid te winnen Ongeveer de helft van het aantal ziekte- en sterfgevallen door ongezonde voeding, kan worden voorkómen via interventies, afgaande op kleinschalige experimenten (Van Kreijl et al., 2004). Dit kan met name door veranderingen in de verzadigd vet en transvetgehaltes van voedingsmiddelen en door veranderingen in de consumptie van groente, fruit en vis. De meeste Specifiek gezondheidsbevorderende voedingsmiddelen (SGV's) en voedingssupplementen vormen geen oplossing voor de volksgezondheidsproblemen door een 'ongezonde' voeding (Rompelberg et al., 2004). Voor overgewicht en ernstig overgewicht geldt dat ongeveer een kwart van de ziekte- en sterfgevallen kan worden voorkómen, uitgaande van een gemiddelde gewichtsvermindering van 3 kilogram per persoon (Verschuren et al., 2004). | |