RIVM logo
.
Ziek door dier
Home Contact Print
Zoek
    > Onderzoek
 
Onderzoek
LZO, Laboratorium voor Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie (voorheen MGB)
Introductie

Het LZO doet onderzoek naar risico’s voor mens en milieu samenhangend met de aanwezigheid van micro-organismen in voedsel, dieren, water, bodem en lucht. De belangrijkste onderwerpen van onderzoek zijn: bronnen en oorzaken van voedselinfecties en -vergiftigingen; surveillance van bacteriële, virale en parasitaire zoönosen; Microbiologische kwaliteit van drink- en zwemwater; en effecten van milieu-introductie van genetisch gemodificeerde micro-organismen op natuurlijke microbiële ecosystemen.

Naar boven
Kerntaak LZO

Jaarlijks hebben enkele miljoenen Nederlanders wel eens last van gastro-enteritis. Infecties via voedsel en water speelt daarbij een belangrijke rol. Daarnaast verschijnen er regelmatig berichten in de media over nieuwe microbiologische gevaren in ons voedsel of onze omgeving. De overheid wil de consument tegen deze gevaren, oude zowel als nieuwe, beschermen. Kerntaak van LZO is dan ook de ontwikkeling en implementatie van de kwantitatieve microbiologische risico-analyse. Het gaat er daarbij om schattingen mogelijk te maken van risico’s voor de mens die samenhangen met de microbiologische besmetting van voeding, drinkwater, of de omgeving in z’n algemeenheid (bijvoorbeeld risico’s door contact met huisdieren of wild, of via drinkwater of zwemwater).

Naar boven
Wie, wat, waar; LZO

Labhoofd: Dr. Yvonne van Duijnhoven

Afdelingshoofd 'Dier en Vectoren': Dr. Joke van der Giessen

Afdelingshoofd 'Milieu': Dr. Ana Maria de Roda Husman

Afdelingshoofd 'Voedsel': Dr. Henk Aarts

Naar boven
LIS, Laboratorium voor Infectieziekten en Screening
Introductie

Het Laboratorium voor Infectieziektendiagnostiek en Screening (LIS) heeft als taak het verrichten van en adviseren over: 
· epidemiologische en bijzondere diagnostiek van infectieziekten 
· landelijke screeningsprogramma's bij zwangeren en pasgeborenen 
· microbiologisch en endocrinologisch onderzoek van en met proefdieren                                                                            
Het LIS is verdeeld in 7 afdelingen.
Afdeling Bijzondere Bacteriële Determinaties
Afdeling Bacteriële Typeringen
Afdeling Mycobacteriën
Afdeling Virologie
Afdeling Parasitologie en Mycologie
Afdeling Immunodiagnostiek, Endocrinologie en Perinatale screening
Afdeling Proefdiermicrobiologie

Naar boven
Afdeling Bijzondere Bacteriele Typeringen, LIS

In het kader van epidemiologisch onderzoek, bron-contact onderzoek, monitoring -en surveillance ('vinger aan de pols')-programma's worden bacterien van diverse geslachten en soorten (verder) getypeerd. Deze bacterien kunnen uit mens, dier of het milieu geisoleerd zijn. De methoden die gebruikt worden zijn zowel gebaseerd op fenotypische (serotypering , faagtypering, antibiogram) als genotypische kenmerken, bijvoorbeeld oor het maken van een 'DNA-fingerprint' met behulp van de pulsed field gel electrophorese (PGFE) techniek. De methoden en resultaten worden zoveel mogelijk internationaal getoetst. Momenteel vinden typeringen plaats in het kader van de opsporing en bestrijding van ziekenhuisinfecties (o.a. door Staphylococcus aureus, Pseudomonas aeruginosa en Legionella), (inter)nationale monitoringen surveil lanceprogramma's (o.a. MRSA, SalmonellaEscherichia coli 0157, Streptococcus pyogenes, Bordetella pertussis). Bij 'lokale outbreaks' worden serotyperingen verricht van o.a. Yersinia en Listeria en genotyperingen van bacterien van verschillende andere geslachten. Tenslotte wordt aandacht besteed aan de detectie van toxine-genen van S. aureus, E. coli en S. pyogenes .

Naar boven
Afdeling Mycobacteriën, LIS

Het onderzoek richt zich in brede zin op de verbetering van de diagnostiek van mycobacteriosen, ziekten die worden veroorzaakt door bacteriën van het geslacht Mycobacterium. Dit is een heterogene groep bacteriën waarvan het grootste deel als saprofiet in het milieu voorkomt. Sommige soorten kunnen echter chronische ziekten in mens en dier veroorzaken. Het meest bekend zijn M. tuberculosis, de verwekker van (long)tuberculose, M. bovis (rundertuberculose) en M. paratuberculosis, een bacterie die vaak voorkomt bij runderen en mogelijk geassocieerd is met de ziekte van Crohn bij de mens.
In het kader van een nationaal tuberculose surveillance progamma worden sinds 1993 alle (vermoedelijke) M. tuberculosis complex isolaten naar de afdeling opgestuurd voor resistentiebepaling, identificatie en typering. Bij het resistentieonderzoek wordt onderzocht voor welke concentratie van een tuberculostaticum het gevonden M. tuberculosis isolaat gevoelig is. In toenemende mate wordt gebruik gemaakt van moleculaire technieken voor de determinatie (classificatie) en verdere karakterisering (typering) van de bacteriën. Een moderne techniek is o.a. de 'restriction fragment length polymorphism' (RFLP) typering. Hierbij wordt van een M. tuberculosis isolaat een DNA 'fingerprint' gemaakt, die vervolgens door middel van computeranalyse wordt vergeleken met patronen in een databank. Het vinden van identieke DNA patronen onder isolaten duidt op een mogelijk epidemiologisch verband tussen ziektegevallen. Deze informatie wordt teruggekoppeld naar sociaal verpleegkundigen van de GGDen, die hiervan gebruik maken in het bronopsporings- en contactonderzoek rond een patiënt met open long tuberculose. De methoden zijn (en worden) deels binnen de afdeling ontwikkeld en geëvalueerd.

Naar boven
Afdeling Parasitologie en Mycologie, LIS

Deze afdeling richt zich op het diagnostisch onderzoek van patiëntenmateriaal op parasitaire infecties die in Nederland voorkomen of worden geïmporteerd (leishmaniasis). Daarbij is ontwikkeling en verbetering van methoden voor de diagnostiek van parasitaire infecties van belang. In de laatste jaren is een aantal parasitaire infecties opnieuw in de belangstelling gekomen door het opportunistische karakter van het micro-organisme (bijv. Toxoplasma gondiicryptosporidiën, microsporidiën) en door de mogelijkheid van uitbraken (cryptosporidiën, Cyclospora). Bijzondere aandacht wordt besteed aan parasitaire verwekkers van gastro-enteritis (o.a. Giardia) en, in samenwerking met het Microbiologisch Laboratorium voor Gezondheidsbescherming aan echinococcenTrichinella spiralisT. gondii en Toxocara.
De primaire taak op het gebied van mycologie is het diagnostiseren van met name systemische mycosen. Hiertoe worden methoden ontwikkeld voor het aantonen van specifieke antigenen van of antistoffen tegen gisten en schimmels. Het gaat om gisten en schimmels die als opportunist bij patiënten met een immuundeficiëntie en als pathogenen bij reizigers uit endemische (sub)tropische gebieden infekties geven als aspergillose, cryptococcose, histoplasmose, blastomycose en coccidioidomycose.

Naar boven
Afdeling Virologie, LIS

Deze afdeling houdt zich bezig met de diagnostiek van infectieziekten veroorzaakt door virussen.
Dit gebeurt voor infecties die niet vaak voorkomen of zo lastig te diagnostiseren zijn dat daarvoor in de klinisch virologische laboratoria (nog) geen goede methoden beschikbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn Hepatitis E virus, Tick Borne Encephalitisvirus en Rabiesvirus. Daarnaast verricht de afdeling om de bovengenoemde redenen diagnostiek voor infecties door o.a. de bacteriën Rickettsiae, Bartonella henselae en Chlamydia soorten. Voor infectieziekten waartegen in het kader van het rijksvaccinatie- programma wordt gevaccineerd (bof, mazelen, rubella en poliomyelitis) verzorgt de afdeling referentie-diagnostiek.
De afdeling is nauw betrokken bij de diagnostiek die gebeurt in het kader van de surveillance van influenza-achtige aandoeningen. Hiervoor gebeurt viruskweek op respiratoire virussen, waaronder het influenzavirus, en moleculaire diagnostiek (de polymerase chain reaction) voor diverse (virale) respiratoire pathogenen.
De afdeling verricht voorts diagnostiek ter ondersteuning van het WHO programma dat gericht is op het uitroeien van het polio-virus en daarmee de ziekte kinderverlamming (polio-eradicatie).

Naar boven
EPI, Epidemiologie en surveillance (voorheen CIE)
Introductie

Het Centrum voor Infectieziekten Epidemiologie (CIE) heeft kennis over het optreden en de verspreiding van infectieziekten. Tijdige signalering van veranderingen in het vóórkomen van infectieziekten (zoals kinkhoest, darm- en luchtweginfecties) is noodzakelijk voor het evalueren en bijstellen van het bestrijdingsbeleid in Nederland.
Surveillance, epidemiologie en mathematische modellering zijn onderzoeksmethoden die helpen bij het beantwoorden van vragen over infectieziekten.

Naar boven
Information for action, EPI

Binnen  EPI ( Epidemiologie en Surveillance) van het Centrum Infectieziektenbestrijding (CIb) brengen we de informatie bij elkaar die nodig is om in Nederland infectieziekten te bestrijden. EPI zoekt met de "information for action"  -methode naar antwoorden op drie hoofdvragen:

1. Welke infecties komen voor? Hoe vaak, wanneer en bij wie komen ze voor (infectiedruk)? 

2. In hoeverre zijn we beschermd tegen deze ziekten (hebben we voldoende immuniteit)? 

3. Wat maakt dat iemand een bepaalde ziekte krijgt (determinantenonderzoek)? 

Met zo'n 50 medewerkers, vooral (arts)epidemiologen, sociaal-verpleegkundigen, gezondheidswetenschappers, informatica en theoretisch biologen, zet EPI zich op (inter)nationaal niveau in tegen (opnieuw) opkomende infectieziekten. Met behulp van zelf ontwikkelde surveillancesystemen (continue verzameling, interpretatie en terugkoppeling van informatie) en mathematische modellering verkrijgen we inzicht in diverse aspecten van infectieziekten.

EPI is opgedeeld in projectgroepen, waarin medewerkers die aan enkele veelal onderling verwante projecten samenwerken, bijeengebracht zijn. Elke projectgroep heeft tot doel antwoorden te leveren op één of meer van de hierboven gestelde vragen. 

Naar boven
Emerging zoonoses (EMZOO)
Emerging zoonoses, LNV-onderzoeksprogramma

Dierreservoirs zijn een belangrijke bron van opduikende infectieziekten. Hoewel het praktisch onmogelijk is om de volgende ‘opduikende’ zoönose te voorspellen, zijn er wel factoren te benoemen die inzicht kunnen bieden uit welke hoek de grootste risico’s te verwachten zijn. Het onderzoeksprogramma ‘Emerging zoonoses’ (Emzoo) is erop gericht advies te geven over de inrichting van vroege detectie- en surveillancesystemen van ziekten uit dierreservoirs die de volksgezondheid bedreigen. Dergelijke systemen en de juiste communicatiemiddelen moeten ons in staat stellen om tijdig op de hoogte te zijn, zodat er effectief ingegrepen kan worden om opkomende bedreigingen in de kiem te smoren.

lees verder

Naar boven
Onderzoek op het gebied van de parasitologie in Nederland
Wie, wat, waar
Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Parasitologie staat een uitgebreid overzicht van de verschillende onderzoeksgroepen die zich in Nederland met onderzoek op het gebied van de parasitologie bezig houden.
Naar boven
Faculteit Diergeneeskunde: Veterinarians' Health Study
Groot onderzoek naar zoönosen bij diergeneeskunde studenten

De Veterinarians' Health Study heeft als hoofddoel de prevalentie en incidentie van gezondheidsproblemen bij diergeneeskunde studenten te bepalen.
Studenten diergeneeskunde staan tijdens hun studie bloot aan diverse met diergerelateerde agentia zoals allergenen, microbiële bio-aerosolen (celwandproducten van schimmels en bacteriën) en infectieuze agentia (zoönosen zoals kattenkrabziekte, papegaaienziekte etc). Deze blootstelling kan aanleiding geven tot verschillende gezondheidsklachten zoals allergieën, astmatische en niet-astmatische luchtwegproblemen en infectieziekten.
Op de website vindt u informatie over de opzet en uitvoering van de VHS

Naar boven
 
Laatste wijziging: 6 oktober 2009