Ziekteverwekker Het ecthyma-virus is familie van het pokkenvirus. Het veroorzaakt bij geïnfecteerde dieren of mensen een pokkenachtig beeld. Dit bestaat uit bultjes, puisten en korsten.
Besmettingsbron en wijze van overdracht Het virus bevindt zich in de bultjes en korstjes die het bij het dier veroorzaakt. Om besmet te worden, moet de mens met dit materiaal in aanraking komen. Dit kan door middel van direct contact met het dier, bijvoorbeeld door te aaien of door lammetjes flesvoeding te geven.
Het virus kan echter ook nog lange tijd in leven blijven buiten het dier, bijvoorbeeld in de afgevallen korstjes. Daardoor kan het ook indirect, via de omgeving (stro, staldeuren, kleding) overgedragen worden. Het virus kan alleen de huid binnendringen wanneer die enigszins beschadigd is.
Bij de mens veroorzaakt het ecthyma-virus grote, rode tot roodblauwe, (zeer) pijnlijke stevige knobbels van 1 à 2 centimeter doorsnee. Na enige weken vormt zich een korstig centrum dat er later als een prop uit valt. Na 6 tot 8 weken geneest de aandoening vanzelf, er blijven dan wel kleine, stervormige littekentjes over. Bij mensen met een verzwakte afweer kan de aandoening zich meer uitbreiden, blazen gaan vormen en tot algehele malaise leiden.
Ecthyma komt vooral voor bij jonge geiten- en schapenlammeren, maar een enkele keer ook bij oudere dieren. Het komt ook bij hertachtigen voor. Het virus dringt binnen via kleine wondjes aan de onbewolde huid. Het veroorzaakt eerst bultjes, die later puistjes en blaasjes worden en uiteindelijk een korstig plekje vormen. Dit ziet men bij lammeren vooral rond de bek, oogleden en rond de uitwendige geslachtsorganen. De mondslijmvliezen maar ook de slokdarm en pens kunnen ook aangetast zijn, waardoor het dier dagenlang niet kan of wil eten.
Verspreiding en frequentie Ecthyma komt over de gehele wereld voor. Elk koppel schapen of geiten in Nederland komt wel met het virus in aanraking en jaarlijks treden meer of minder ernstige uitbraken van zere bekjes op.
Preventie Een goede hygiëne is het allerbelangrijkst. Handen wassen nadat de dieren aangeraakt zijn en niet eten of drinken bij de dieren. Ook is het aan te raden de kleding die bij de dieren gedragen is, direct na thuiskomst uit te trekken en te wassen. Het isoleren van dieren is niet zinvol om verspreiding naar de andere dieren in het hok tegen te gaan, want op het moment dat de eerste verschijnselen zichtbaar zijn, zijn waarschijnlijk al meerdere hokgenoten besmet.