|
|
|
|
| Zoönosen op een rij |
|
 |
 |
|
Leverbot, fasciolose |
Ziekteverwekker
Leverbotinfectie (fasciolose) wordt veroorzaakt door de platworm Fasciola hepatica (of Fasciola gigantica in de tropen) die in de lever en galgangen van herkauwers leeft en eventueel de mens kan besmetten.
| | Naar boven |  |
Besmettingsbron en wijze van overdracht
De volwassen leverbot leeft in de lever en legt eitjes die met de gal in de mest van de herkauwer terecht komen, en zo op het weiland belanden. De larven die uit de eitjes komen hebben een tussengastheer nodig, een slak van het soort Lymnea, waarin ze tot een volgende stadium evolueren. Uit de slak komen dan weer een soort larven van het volgende stadium, die aan waterplanten of gras in vochtige omgeving ‘vastplakken’ en daar veranderen in een larvestadium dat infectieus is voor de eindgastheer, de herkauwer. Gras etend krijgt de herkauwer deze larve binnen, vanuit het maagdarmkanaal gaat het leverbotje op weg naar de lever waar het uitgroeit tot de volwassen bot die weer eitjes gaat leggen. Hiermee is de cyclus rond.
Het stadium in de slak is een verplicht tussenstation voor de larven. Zonder de veranderingen die hierin worden doorgemaakt kan er geen stadium ontstaan dat infectieus is voor de eindgastheer. Schapen en koeien kunnen zich niet rechtstreeks besmetten met de eitjes die door de leverbotten in hun lever zijn uitgescheiden.
Voor het onderhouden van leverbotinfecties bij de dieren zijn zowel geïnfecteerde herkauwers nodig, als omstandigheden die maken dat er slakken zijn (vocht, bijvoorbeeld drassige weilanden). Andersom is het bestrijden van de infectie enerzijds mogelijk door geïnfecteerde dieren te behandelen en anderzijds door slakken te weren, bijvoorbeeld door drainage van het grasland.
Ook de mens kan zich besmetten met het larvale stadium dat infectieus is voor de herkauwer.
 | | Naar boven |  |
Ziekteverschijnselen bij de mens
De ziekte bij de mens wordt gekenmerkt door verschijnselen van leverlijden (vergrote lever, geelzucht, bloedarmoede), koorts, buikpijn en gewichtsverlies.
| | Naar boven |  |
Ziekteverschijnselen bij het dier
Bij runderen, schapen en geiten, kan een plotselinge heftige ziekte ontstaan (vooral bij lammeren), die veroorzaakt wordt door ernstige schade en ontsteking aan lever en galgangen. De jonge dieren kunnen plotseling sterven of slechts enkele dagen ziek zijn (verlies aan eetlust, zwakte) voor ze sterven. Bij volwassen dieren verloopt de ziekte meestal chronisch en is mede afhankelijk van de hoeveelheid leverbotten in de lever. Gewichtsverlies, bloedarmoede, diarree en oedeem zijn mogelijke verschijnselen. | | Naar boven |  |
Preventie
Een bekende uitbraak van leverbot besmetting bij de mens werd veroorzaakt door het eten van waterkers in Frankrijk. Preventief wordt aangeraden waterkers goed te wassen, dit is echter niet voldoende in geval van besmetting. Het is beter te kijken naar de herkomst van de waterkers, als dat van een bedrijf is waar dieren gemakkelijk bij de waterkersvelden kunnen komen kunt u het beter niet eten. In Nederland zou men in verband met leverbot niet moeten kauwen op grassprietjes of veldzuring in gebieden waar zowel herkauwers als mogelijk slakken voorkomen (slootranden in weilanden bijvoorbeeld). | | Naar boven |  |
 |
|
|