Mensen met minder weerstand zijn vatbaarder voor infectieuze ziekten. Deze groep mensen wordt in de Amerikaanse literatuur wel samengevat als ‘de YOPI’s’, dat staat voor: the Young, the Old, the Pregnant en the Immunocompromised.
The Young zijn de kinderen, en zeker baby’s. Hun immuunsysteem is nog niet optimaal in staat om zich te verweren tegen ziekteverwekkers. Bovendien zijn de gevolgen van eventuele ziekte bij jonge kinderen snel erger dan bij gezonde volwassenen. Een baby kan bijvoorbeeld heel snel uitgedroogd raken van diarree. Ook een baby die al zijn vaccinaties gehad heeft of een baby die heel lang moedermelk drinkt, kan voor allerlei soorten infectieziekten nog heel gevoelig zijn.
The Old zijn de ouderen. Zoals het hele lichaam ouder wordt, wordt ook het immuunsysteem ouder. Het zal niet meer optimaal functioneren.
The Pregnant zijn de zwangeren. Zij kunnen zelf een verminderde weerstand hebben door de zwangerschap. Maar vooral de ongeboren baby is nog heel erg gevoelig voor sommige ziekten. Ook al wordt de baby in principe goed beschermd in de buik van de moeder, er zijn toch ziekteverwekkers die via de moeder, door de placenta, het kind bereiken. Sommige van die ziektes veroorzaken geen ziekte bij de moeder zelf, maar zij kunnen wel schade aan het ongeboren kind toebrengen. Afhankelijk van het soort ziekteverwekker en het moment in de zwangerschap kan de schade meer of minder ernstig zijn.
The Immunocompromised zijn de ‘immuungecompromitteerden’. Dit zijn mensen bij wie het immuunsysteem niet goed functioneert. Bijvoorbeeld doordat zij een ernstige ziekte onder de leden hebben, zoals hiv. Het kunnen ook mensen zijn die medicijnen moeten slikken om de afweer te onderdrukken. Dergelijke medicijnen worden gebruikt om de soms kwalijke bij-effecten van een heftige infectie te onderdrukken, bij sommige chronische ontstekingen, maar ook bijvoorbeeld na transplantaties. Ook chemokuren en bestraling bij de behandeling van kanker onderdrukken de weerstand.
Risicoberoepen
In veel beroepen hebben mensen contact met dieren of met dierlijke producten. Ook zijn er beroepsgroepen die op andere wijze mogelijk in contact komen met de ziekteverwekkers die van dieren afkomstig zijn.
Voorbeelden van dergelijke beroepen/mensen zijn: veehouders, kennelhouders, manegehouders, mensen die in dierenwinkels werken, dierenartsen, veeverloskundigen, slagers, slachters, schapenscheerders, mensen in de leerverwerkende industrie, vissers, mensen in de visverwerkende industrie, garnalenpellers, boswachters, jagers, preparateurs, loonwerkers in de veehouderij, inseminatoren, chauffeurs van diertransporten, kippenrapers, rattenvangers, gemeentewerkers die veel buiten werken aan plantsoenen of aan de slootkant, mensen die aan het riool werken, duivenmelkers, dierentuinpersoneel.