Verreweg de meeste baby’s zijn gezond. Maar sommige worden met een ziekte of aandoening geboren. Daarom krijgen vrouwen tijdens en kort na de zwangerschap enkele screeningen aangeboden. Met deze screeningen kunnen verschillende ziekten en aandoeningen worden ontdekt. Verloskundig hulpverleners kunnen er dan rekening mee houden bij de bevalling. Artsen kunnen snel beginnen met de behandeling. En ouders worden op tijd geïnformeerd over de gezondheid van hun kind, zodat ze een goede beslissing kunnen nemen over eventuele vervolgstappen. Tijdens de zwangerschap - Iedereen die zwanger is, krijgt rond het eerste bezoek aan de verloskundige een bloedonderzoek naar infectieziekten en bloedgroep.
- U kunt laten onderzoeken hoe groot de kans is op een kind met Downsyndroom. Dat gebeurt met een Downscreening.
- U kunt laten onderzoeken of uw kind een open ruggetje heeft, of een andere aangeboren lichamelijke aandoening. Dat gebeurt met een 20 wekenecho.
Na de zwangerschap De landelijke coördinatie van al deze screeningen is in handen van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM. |