RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

15. Het vaccineren van baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn 

15.1 Postnataal
15.2 Op het consultatiebureau 
15.2 Serologische controle 


15.1 Postnataal

Baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn, hebben een verhoogd risico om ook hepatitis B-drager te worden. Om hepatitis B-infectie te voorkomen, krijgen deze baby’s direct na de geboorte hepatitis B-immunoglobuline en een hepatitis B-vaccinatie (dit noemen we ook wel de HepB-0-vaccinatie). Uiterlijk binnen 48 uur moet deze HepB-0-vaccinatie gegeven zijn. Zie ook LCI-richtlijn hepatitis B.

15.2 Op het consultatiebureau

Op het consultatiebureau wordt het combinatievaccin DKTP-Hib-HepB gegeven, net zoals dit aan alle andere kinderen in Nederland wordt gegeven. Tijdigheid is hierbij van groot belang. Deze eerste vaccinatie dient gegeven te worden als de baby 6, 7, 8 of 9 weken oud is. De volgende twee vaccinaties worden in principe met een interval van 4 weken gegeven. De vierde vaccinatie wordt rond de leeftijd van 11 maanden gegeven (Burgmeijer 2011). Baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn krijgen dus in totaal vijf vaccinaties hepatitis B (eenmaal HepB-0 en viermaal DKTP-Hib-HepB).

15.3 Serologische controle

Bij baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn (zie Draaiboek PSIE), wordt serologisch onderzoek gedaan om te controleren of er ondanks vaccinatie een hepatitis B-infectie is opgetreden (HBsAg positief) en of de vaccinaties voldoende bescherming hebben gegeven tegen hepatitis B (anti-HBs ≥ 10 IE/l). Dit onderzoek wordt bij voorkeur 4-6 weken na de laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie gedaan via de huisarts (zie ook LCI-richtlijn hepatitis B). Als die periode is verstreken, dient het onderzoek zo spoedig mogelijk plaats te vinden.

Na toediening van de laatste hepatitis B-vaccinatie informeert de JGZ de ouders over de serologische controle en geeft hiervoor een verwijsbrief mee voor de huisarts. Het RIVM-DVP-regiokantoor stuurt van tevoren een herinnering naar de JGZ samen met twee informatiebladen, één voor de ouders en één voor de huisarts, inclusief een antwoordformulier voor de huisarts. De huisarts zal het antwoordformulier na serologische controle terug sturen naar de JGZ. Na verwerking moet deze doorgestuurd worden naar DVP voor monitoring van het programma en het eventueel opnieuw uitnodigen voor aanvullende vaccinaties. In geval van dragerschap wordt het kind via de huisarts verwezen naar de kinderarts-infectioloog. In geval van onvoldoende bescherming en dragerschap is uitgesloten, worden drie extra hepatitis B-vaccinaties gepland in een 0-1-2-maandenschema. De JGZ verwijst na een aanvullende vaccinatieserie nogmaals naar de huisarts voor een serologische controle.


 

 

 

Home / Documenten en publicaties / Richtlijnen / 15. Het vaccineren van baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu