Go to abstract

Samenvatting

Inleiding Om de huidige immuunstatus van de Nederlandse bevolking te bepalen is het PIENTER-project (Peiling Immunisatie Effect Nederland ter Evaluatie van het Rijksvaccinatieprogramma) opgezet. In het kader van dit project wordt een serumbank opgericht, die sera moet bevatten van een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. De serumbank wordt benut voor: 1. immunosurveillance onderzoek naar leeftijdspecifieke immuniteit tegen ziekten waartegen in het RVP wordt gevaccineerd ; 2. schatting van voorkomen van infectieziekten die vaak subklinisch verlopen ; 3. onderzoek naar prevalentie van serum-determinanten van andere ziekten. Om de haalbaarheid van een dergelijk project te toetsen is een pilot onderzoek uitgevoerd in de provincie Utrecht. Doel van dit pilot-onderzoek is, naast het toetsen van de logistiek en haalbaarheid van de onderzoeksopzet (zie deel 1 van de rapportage), inzicht te verkrijgen in redenen van weigering opdat responsverhogende maatregelen genomen kunnen worden in het hoofdonderzoek en het toetsen van representativiteit. Opzet. Non-responsonderzoek als onderdeel van een cross-sectioneel populatie onderzoek. Methode. Uit de provincie Utrecht is een naar inwonertal gewogen steekproef van gemeenten uitgevoerd. Uit bevolkingsregisters van vier gemeenten (Utrecht, Zeist, Amerongen en Woudenberg) is een naar leeftijd gestratificeerde steekproef getrokken van 510 personen. De beoogde respondenten werden gevraagd een vragenlijst in te vullen en een spreekuur voor bloedafname te bezoeken. Alle personen die niet hebben geparticipeerd aan de bloedafname zijn in de week na de bloedafname telefonisch of -indien dit onmogelijk was- schriftelijk benaderd voor het non-respons onderzoek. Van de non-respondenten zijn gegevens verzameld over reden van nonrespons, bereidheid tot deelname aan extra bloedafname spreekuur, vragenlijstgegevens over geloofs- of levensovertuiging, vaccinatiestatus, land van herkomst, sociaal-economische status en ervaren gezondheid. Uit bevolkingsregisters waren gegevens aanwezig over leeftijd, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat en woonplaats. Daarnaast was bekend of personen een schriftelijke reminder hadden ontvangen voorafgaand aan het bloedafnamespreekuur. De redenen van weigering zijn beschreven. De vergelijkbaarheid van de nonrespondenten met de respondenten is getoetst in een logistische regressie analyse. Tevens is een schatting gemaakt van de immuunstatus voor hepatitis A en mazelen voor respondenten en nonrespondenten door het percentage immunen in de respons groep te wegen met de variabelen uit het logistische regressie model. Resultaten. Er werden vier groepen van (non)respondenten onderscheiden: 1. initiele respondenten (n=714, 34%) ; 2. additionele respondenten die het extra bloedafnamespreekuur bezochten (n=113, 6%) ; 3. partiele non-respondenten waarvan gegevens uit vragenlijst bekend zijn (n=667, 27%) ; 4. absolute non-respondenten waarvan alleen gegevens uit bevolkingsregister aanwezig zijn en eventueel de reden van weigering (n=546, 27%). 1021 van de 1326 nonrespondenten zijn telefonisch benaderd. Hiervan werd 75% in twee en 95% in vijf pogingen bereikt. 301 personen zijn schriftelijk benaderd ; 49% had een geheim nummer, 30% geen aansluiting, 9% stond niet in telefoonboek vermeld, 13% weigerde actieve deelname. Van de overige 5 personen hadden 4 zelf contact opgenomen met de GGD en weigerde 1 persoon ook deelname aan het nonresponsonderzoek. Van 58,9% van de non-respondenten is schriftelijke of telefonische informatie verkregen. De redenen die non-respondenten opgaven voor non-participatie waren zeer divers. 36% van de redenen die opgegeven waren, werden beinvloedbaar geacht. Uit de logistische regressie bleek dat kinderen van 0-4 jaar, mannen, ongehuwden, personen die geen schriftelijke reminder ontvingen, personen met een lagere sociaal-economische status, niet-Nederlandse nationaliteit en slechte ervaren gezondheid minder vaak participeerden. Personen die een geloof aanhangen waarbij vaccinaties worden geweigerd doen minder frequent mee met name als zij niet ingeent zijn. Personen van 5-14 jaar namen frequenter deel. De schatting voor de immuniteit van hepatitis A en mazelen is niet vertekend door de non-respons. Conclusie. Het is mogelijk gebleken door telefonische benadering informatie te verkrijgen over nonrespondenten. Het nonrespons onderzoek heeft waardevolle informatie opgeleverd over aanpassingen waarmee de respons in vervolgonderzoek verbeterd kan worden. Zo bleek het mogelijk een redelijke responsverhoging te bereiken door personen telefonisch te herinneren aan de bloedafname. Hoewel selectieve nonrespons is opgetreden, heeft deze niet geleid tot vertekening van de prevalentie-schatting van mazelen en hepatitis A. De resultaten van het non-respons onderzoek kunnen gebruikt worden om ook de gemeten seroprevalentie van andere ziekten te corrigeren voor de selectieve non-respons.

Abstract

Introduction. A pilot study on the feasibility of the establishment of a serumbank of a representative sample of the Dutch general population was carried out. The aims of this so-called 'PIENTER-project' were to estimate: 1. age-specific immunity of the general population against childhood diseases of the Netherlands Immunization Programme, 2. the incidence of infectious diseases with a frequent subclinical course 3, the prevalence of serum-determinants of other illnesses. This report describes the results of the non-response study which was performed to obtain insight in the reasons for nonparticipation and to test the representativity. Design. Nonresponse study as part of a cross-sectional population survey. Methods. 510 persons in the age-strata (0, 1-4, 5-9 to 75-79 years) were randomly selected out of four municipalities in het Province of Utrecht. The participants have been asked to fill in a questionnaire and to visit a local health service to give some blood. The nonparticipants were contacted by telephone (or mail). In this nonresponsestudy data were obtained on the reasons for nonparticipation, willingness to visit additional hours to give blood. Information on religion, vaccination history, self-perception on health status, country of nationality and level of education were collected with a short questionnaire. Data obtained from the registries of the municipalities were age, sex, nationality and marital status. Part of the eligible persons received a written reminder. Differences between participants and nonparticipants were tested in logistic regression analyses. To get information on the immunity of nonparticipants and participants, the immunity against hepatitis A and measles was weighted by the variables in the logistic regression model. Results. Four groups of (non)participants were distinguished: 1. initial participants (n=714, 34%) ; 2. additional participants who visited the additional hours of the local health service to give blood (n=113, 6%) ; 3. partial nonparticipants from whom questionnaire data were obtained (n=667, 27%) ; 4. absolute nonparticipants from whom information on data out of the registry of the municipality and some times the reason for nonparticipation were available (n=546, 27%). 1021 of the 1326 (77%) nonparticipants were reached by telephone ; 75% of them were reached in two, 95% in five attempts. Information was collected on 58.9% of nonparticipants. The reason for nonparticipation were very diverse. 36% of the reasons given were considered impressionable. The logistic regression analyses showed that childeren aged 0-4 years, men, single persons, persons who didn't receive a reminder by mail, persons with low education level, persons with bad perception of health status were more frequent nonparticipants. Persons who belong to a religion from which it is known that vaccination is refused participated less frequent, particularly when they had indeed not participated in the Netherlands Immunization Programme. Persons aged 5-14 years participated more frequent. The estimation of the immunity against hepatitis A and measles were not biased by the selection due to nonparticipation. Conclusion. It is possible to get information on nonparticipants by telephone. The non-participants gave usefull information on possible adaptions to increase the participation rate in further surveys. A telephone reminder turned out to have a possitive influence on the participation rate. Although nonresponse selection existed, the estimation on the immunity against hepatitis A and measles were not biased by this nonparticipation selection. The results of the nonresponse study can be used to correct the measured seroprevalence of other diseases by selective nonparticipation.

Resterend

Grootte
2.62MB