RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Vuurwerkramp Enschede: Stoffen in bloed en urine; rapportage van het gezondheidsonderzoek

Firework disaster Enschede: Measurements of elements in blood and urine; health impact assesement

Publiekssamenvatting

Het rapport beschrijft de resultaten van de bepaling van stoffen in bloed- en urinemonsters van de ongeveer 4000 getroffenen van de vuurwerkramp in Enschede die hebben deelgenomen aan het Gezondheidsonderzoek Vuurwerkramp Enschede. Het doel van het onderzoek was het vaststellen van de situatie direct na de ramp, zodat in de toekomst nagegaan kan worden of eventuele gezondheidsproblemen van bewoners, hulpverleners of passanten met de ramp te maken hebben. Daartoe zijn twee weken na de ramp gegevens verzameld over de lichaamsbelasting aan schadelijke stoffen en de lichamelijke en geestelijke gezondheid van een groot aantal bewoners, hulpverleners en passanten. De vraagstellingen luiden: - Wijken de niveaus van stoffen in bloed en urine van bewoners, hulpverleners en passanten af van die van vergelijkbare bevolkingsgroepen (referentiewaarden)? - Is een hoge score voor potentiele blootstelling (op basis van de vragenlijst) geassocieerd met de niveaus van stoffen in bloed en urine van bewoners en hulpverleners? De beschikbare bloed- en/of urinemonsters van de deelnemers aan het onderzoek zijn geanalyseerd met de ICP-MS methode op de volgende elementen: barium (Ba), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), nikkel (Ni), lood (Pb), antimoon (Sb), strontium (Sr), titanium (Ti) en zink (Zn). Deze stoffen zijn gekozen omdat zij indicatief worden geacht voor het vaststellen van een eventuele verhoogde lichaamsbelasting door de vuurwerkramp. Om vast te stellen of er sprake is van een verhoogde lichaamsbelasting zijn de waargenomen niveaus in bloed en urine van de onderzoekspopulatie vergeleken met concentraties gemeten bij vergelijkbare bevolkingsgroepen (referentiewaarden). De relatie tussen de niveaus in bloed en urine en de potentiele blootstelling aan genoemde elementen in stofvormige luchtverontreiniging is onderzocht met behulp van meervoudige regressie-analyse, waarbij is gecorrigeerd voor mogelijke verstorende invloeden van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, etniciteit, roken, alcoholgebruik en hobby's. De belangrijkste conclusie is dat er geen consistente verhogingen van de gemeten stoffen in bloed en urine zijn in vergelijking met de niveaus die normaal bij de algemene bevolking worden gevonden. Er is evenmin een consistente relatie gevonden tussen de potentiele blootstelling aan stoffen en de gemeten concentraties in bloed en urine. De conclusie van het onderzoek is dat er voor de onderzochte stoffen bij bewoners, passanten en hulpverleners geen verhoogde lichaamsbelasting door de vuurwerkramp is aangetoond. Milieukwaliteitsmetingen van RIVM en TNO uitgevoerd direct na de explosie en brand gaven ook geen aanwijzing dat er een sterk verhoogde blootstelling aan bepaalde stoffen heeft plaatsgevonden. Op puur klinisch-toxicologische gronden was er daarom geen reden voor verder onderzoek. Desalniettemin is op basis van ervaringen met de Bijlmermeer vliegramp en de aanbevelingen van de Enquete commissie besloten tot een pro-actieve benadering in de uitvoering van gezondheidsmonitoring. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
 

Home / Documenten en publicaties / Vuurwerkramp Enschede: Stoffen in bloed en urine; rapportage van het gezondheidsonderzoek

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu