Rol van de huisarts bij verwijzing

Deze webpagina biedt de huisarts in het kort de informatie die hij/zij in eerste instantie nodig heeft om de ouders te informeren over de afwijkende uitslag van de hielprik.

De medisch adviseur van het RIVM-DVP heeft de huisarts in geval van een kind met een afwijkende uitslag bij de hielprikscreening gebeld. De huisarts heeft vervolgens een belangrijke rol in het informeren van de ouders, de beoordeling van het kind en de verwijzing naar de kinderarts. Naast de informatie op deze website stuurt de medisch adviseur ook medische informatie naar de huisarts.

  1. Informeren van de ouders
  2. De beoordeling van het kind
  3. De verwijzing naar de kinderarts
  4. Verwijzing in geval van verdenking op congenitale hypothyreoïdie
  5. Dragerschap sikkelcelziekte: verwijzing naar de klinisch geneticus

Aanvullende informatie staat in het Draaiboek.

Ad 1. Informeren van de ouders

De medisch adviseur vertelt de huisarts van welke aandoening het kind verdacht wordt.
De huisarts informeert vervolgens  de ouders over de aandoening waarvan bij hun kind mogelijk sprake is. Voor dit gesprek met de ouders is een checklist ontwikkeld: ‘Uitslaggesprek bij afwijkende uitslag hielprikscreening’. De huisarts benadrukt dat het alleen nog maar een vermoeden is. Onderzoek in het ziekenhuis kan uitwijzen dat het kind de ziekte niet heeft.

Bij de meeste aandoeningen moeten kinderen dezelfde dag nog naar de kinderarts, zie bij ‘De verwijzing naar de kinderarts’.

Ad 2. De beoordeling van het kind

Bij sommige aandoeningen kan kort na de geboorte al een levensbedreigende situatie ontstaan of kunnen ernstige symptomen optreden. De huisarts kan hierover contact opnemen met de kinderarts. Informatie hierover is ook te vinden in de ziektespecifieke informatiebladen.

Ad 3. De verwijzing naar de kinderarts

Veel kinderen moeten zo spoedig mogelijk dezelfde dag naar de kinderarts. Bij andere aandoeningen kan wat langer gewacht worden. Het schema ‘De verwijstermijnen’ biedt een overzicht van de verschillende verwijstermijnen.
De medisch adviseur neemt in de meeste gevallen eerst contact op met de (gespecialiseerde) kinderarts over de verwijzing en bespreekt ook met de huisarts op welke termijn het kind door de kinderarts gezien moet worden. De huisarts neemt bij voorkeur zelf ook nog contact op met de kinderarts voorafgaand of tijdens het bezoek aan het kind.
De huisarts wordt verzocht de verwijzing te schrijven.

Ad 4. Verwijzing in geval van verdenking op congenitale hypothyreoïdie

Bij een verdenking op een congenitale hypothyreoïdie is geen verwijzing naar een gespecialiseerd kinderarts nodig. De huisarts wordt hierover geïnformeerd door een DVP-medewerker en verwijst het kind vervolgens naar een algemeen kinderarts in het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

Ad 5. Verwijzing naar de klinisch geneticus i.g.v. dragerschap sikkelcelziekte

Als blijkt dat de pasgeborene drager is van sikkelcelziekte, dan biedt de huisarts de ouders de mogelijkheid van erfelijkheidsonderzoek aan. Hiervoor nodigt de huisarts de ouders binnen 4 weken na de geboorte uit om dit te bespreken. Voor dit gesprek met de ouders is een  checklist ‘Voorlichtingsgesprek dragerschap van sikkelcelziekte’. Voor ouders is er een folder ‘Uw kind  is drager van sikkelcel’.

Naar boven

 

Home / Onderwerpen / H / Hielprik: professionals / Rol van de huisarts bij verwijzing

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu