We zijn alweer bij deel 7 aangekomen van onze serie artikelen over LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid in de Lössregio. Zoals we in eerdere delen van deze serie hebben uitgelegd, bemonsteren we in deze regio niet het grondwater, maar het bodemvocht. In dit artikel volgen we de weg van het bodemvocht naar het grondwater. Wat gebeurt er met nitraat in het bodemvocht en wat betekent dat voor de kwaliteit van het drinkwater en het oppervlaktewater?

In de Lössregio bemonsteren we het water dat uitspoelt uit de wortelzone van landbouwgronden door bodemvochtmonsters te nemen. Het grondwater zit te diep (zie ook deel 5 van deze serie). Bodemvocht is geen grondwater, want van grondwater spreken we alleen als de bodem verzadigd is met water. Bodemvocht zakt wel uit naar de zone met grondwater en wordt dus uiteindelijk grondwater. Grondwater kan gewonnen worden voor drinkwaterproductie of voor andere doeleinden zoals brouwerijen. In Zuid-Limburg kwelt grondwater ook op in bronnen die de beken voeden met water en zo mede de kwaliteit van het oppervlaktewater beïnvloeden.

Waarom bodemvocht bemonsteren?

Het doel van het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid is om snel de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk, zoals bemesting, op de waterkwaliteit in beeld te brengen. In elke regio bemonsteren we daarom het water dat de wortelzone van de percelen van het landbouwbedrijf nog maar net heeft verlaten. De kwaliteit van dit water is nog zo kort mogelijk beïnvloed door de processen die in de bodem optreden. In het geval grondwater te diep zit (> 5 meter onder maaiveld) moeten we bodemvocht bemonsteren.

Bodemvocht en drinkwater

Het bodemvocht zakt langzaam naar beneden en het duurt vaak jaren voordat het het grondwater bereikt. Daarna kan het nog jaren duren voordat het wordt opgepompt voor de drinkwatervoorziening. In die tijd zou de bodem zijn reinigende werking kunnen doen. Echter in het bodemvocht in het dikke lösspakket en het grondwater in het onderliggende kalkgesteente lijkt nitraat niet of maar zeer beperkt af te breken (denitrificeren). In het noordelijk deel van Zuid-Limburg dekt een slecht doorlatende kleilaag het kalkgesteente af. Deze kleilaag beschermt het onderliggende grondwater. De waterwinningen liggen echter vooral in het zuidelijke deel (zie figuur 1 in deel 2 van deze serie). In 2006 concludeerden onderzoekers van de Waterleidingmaatschappij Limburg (WMLWaterleidingmaatschappij Limburg) dat de nitraatconcentraties opliepen (figuur 1) en er daarom maatregelen nodig waren.

 

Figuur die de gemeten en berekende ontwikkeling in de nitraatconcentratie bij drinkwaterwinlocatie Roodborn laat zien

Figuur 1: Gemeten (stippellijn) en berekende ontwikkeling in de nitraatconcentratie bij drinkwaterwinlocatie Roodborn in Zuid Limburg (Putters et al., 2006)

 

Grondwater en oppervlaktewater

Zoals gezegd voedt het grondwater ook het oppervlaktewater via bijvoorbeeld de bronnen. Door de genoemde kleilaag op het kalkgesteente in het noordelijke deel van Zuid-Limburg ontspringt jonger en nitraatrijker water uit bronnen aan de zijkanten van de plateaus (figuur 2). In het zuidelijke deel, waar deze kleilaag ontbreekt, verblijft het grondwater nog een tijd in het kalkgesteente voordat het via de bronnen opkwelt. Dit water is daardoor meestal veel ouder en is gerelateerd aan de landbouwpraktijk van 50 tot meer dan 100 jaar eerder. Daardoor zijn de nitraatconcentraties meest lager.

 

Kaartje dat de nitraatconcentraties in bronnen en bronbeken in Zuid-Limburg in 2009 laat zien

 

Figuur 2: Nitraatconcentraties in bronnen en bronbeken in Zuid-Limburg in 2009

 

Relatie bodemvocht, grondwater, drinkwater en oppervlaktewater

Nitraat in het bodemvocht komt uiteindelijk voor een belangrijk deel in het grondwater en via het grondwater ook in het ruwwater voor drinkwaterproductie en het oppervlaktewater terecht. Welk deel precies en na hoeveel tijd is afhankelijk van lokale omstandigheden. Nederland werkt eraan dat de kwaliteit van elk grondwater goed is en voldoet aan de normen. Om deze redenen is het belangrijk goed zicht te houden op de concentraties in bodemvocht.

Dit artikel is het zevende uit een serie waarin wordt ingegaan op vragen over het LMM-programma in de Lössregio. In het volgende artikel wordt antwoord gegeven op de vraag waarom er niet dezelfde meetmethoden worden gebruikt in de verschillende meetnetten.

Publicatie artikel in LMM e-nieuws september 2018

Tekst:  Dico Fraters

Eerder verschenen artikelen in de reeks over de Lössregio: