PIENTER-onderzoek

Is de Nederlandse bevolking goed genoeg beschermd tegen infectieziekten? Om daar achter te komen is het Pienter-project opgezet.  In 2016/2017 is voor de derde keer binnen dit project een landelijk onderzoek naar de afweer tegen infectieziekten gedaan. Van vele infectieziekten is in dit onderzoek de seroprevalentie bestudeerd en gerelateerd aan risicofactoren. 

Waarom dit onderzoek?

Evaluatie van het Rijksvaccinatieprogramma, maar ook van ziekten waartegen (nog) niet of niet in programmatische vorm wordt gevaccineerd, is een taak die door het RIVM wordt uitgevoerd. Doel hierbij is het RVP en het gebruik van vaccins voor de Nederlandse bevolking te optimaliseren. In relatie tot het RVP wordt vaak gesproken over immunosurveillance. Aan de hand van prevalentie van antistoffen wordt inzicht gekregen in de bescherming (immuunstatus) van de bevolking van ziekten waartegen wordt gevaccineerd.

Wie heeft het onderzoek uitgevoerd?

Het Pienteronderzoek wordt iedere 10 jaar op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) uitgevoerd door het (RIVM). In 2016-2017 is het onderzoek voor de derde keer uitgevoerd in Nederland, in samenwerking met de regionale GGD’en. 
Het onderzoek is goedgekeurd door de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC) Noord-Holland.

In de animatie is te zien op welke manier het onderzoek onder de bevolking uitgevoerd is.

Vaccinatie en serosurveillance

Door vaccinatie verandert de epidemiologische dynamiek. Zo kan de infectiedruk afnemen, waardoor de leeftijd waarop personen worden geïnfecteerd hoger wordt. Er kan ook sprake zijn van afnemende immuniteit (‘ waning immunity’ ). Dit kan zich voordoen na natuurlijke infectie maar ook na vaccinatie. Dit fenomeen treedt onder meer op doordat er minder mogelijkheden zijn voor natuurlijke boosting na introductie van vaccinatie. Ook kunnen pasgeborenen minder lang beschermd worden door maternale immuniteit.

Er kan clustering optreden van personen die ongevaccineerd zijn. Dit doet zich in Nederland voor onder orthodox gereformeerden die in socio-geografisch opzicht zijn geclusterd. Hierdoor treden binnen deze groeperingen regelmatig epidemieën op van ziekten waartegen in Nederland wordt gevaccineerd. 

Inzicht in leeftijdspecifieke seroprevalentie voorafgaande aan introductie van vaccinatie, is eveneens relevant. Zo kan aan de hand daarvan vaak inzicht worden gekregen in circulatie van de ziekteverwekker in de bevolking en ook de leeftijd van infectie worden vast gesteld.

Ook voor inzicht in het voorkomen van andere infectieziekten, met name ziekten die subklinisch verlopen, is serosurveillance van waarde.

De inzichten die aan de hand van immunosurveillance worden verkregen, dragen bij aan het vaccinatiebeleid. Naast het RVP biedt serosurveillance ook voor andere infectieziekten aanknopingspunten voor het beleid. 

Dit vormde belangrijke motivatie voor het opzetten van het Pienter-project. Binnen dit project is in 1995-1996 (Pienter-project) en in 2006-2007 (Pienter2) een serumbank opgebouwd van de Nederlandse bevolking (0-80 jaar).

kinderen_ouders_208

Resultaten vorig PIENTER-onderzoek

Pienter-onderzoek animatie

Download deze video

Home / Onderwerpen / P / PIENTER-onderzoek

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu