Rabiës (Hondsdolheid) Algemeen

 

Vragen en Antwoorden

1. Wat is rabiës?
2. Hoe krijg je rabiës?
3. Welke dieren kunnen besmet zijn met rabiës?
4. Hoe wordt rabiës verspreid?
5. In welke landen komt rabiës voor?
6. Wat zijn de symptomen van rabiës bij mensen?
7. Wat zijn de symptomen van rabiës bij dieren?
8. Wie heeft kans om rabiës te krijgen?
9. Hoe kan rabiës worden voorkomen?
10. Is rabiës te voorkomen na blootstelling?
11. Hoe ziet een preventieve behandeling (profylaxe) tegen rabiës eruit?
12. Kan iemand die is blootgesteld aan rabiës naar kinderopvang, school of werk?
13. Wat doet de GGD bij een mogelijke besmetting van een mens?
14. Wat doet de GGD bij een mogelijk besmetting van een dier?

 

  1. Wat is rabiës?

Rabiës (hondsdolheid) is een infectieziekte waarbij de hersenen geïnfecteerd raken. De oorzaak van de ziekte is een virus dat besmette zoogdieren bij zich dragen. Het virus wordt overgedragen op mensen via speeksel van besmette dieren. Wanneer rabiës bij mensen niet wordt behandeld is het vrijwel altijd dodelijk. In Nederland komt rabiës zeer zelden voor, en alleen bij bepaalde soorten vleermuizen. De laatste in Nederland gemelde patiënten met rabiës hadden de ziekte in het buitenland opgelopen.

 

  1. Hoe krijg je rabiës?

Je kunt met het rabiësvirus besmet raken als een besmet dier je bijt, krabt of likt. Het virus zit in speeksel van een besmet dier en dringt het lichaam binnen via een wondje of via het slijmvlies, bijvoorbeeld van de ogen of de mond. Als het rabiësvirus in het lichaam is gekomen, en eenmaal in het zenuwstelsel terechtkomt, word je ziek. Na besmetting duurt het meestal 3 weken tot 2 maanden voordat iemand ziek wordt.

 

  1. Welke dieren kunnen besmet zijn met rabiës?

In Nederland komt rabiës alleen voor bij bepaalde soorten vleermuizen. Dieren die besmet zijn kunnen het rabiësvirus overdragen voordat ze zelf ziek zijn. In landen buiten Nederland kunnen honden, katten, vleermuizen, vossen, apen en andere zoogdieren besmet zijn met het virus.

 

  1. Hoe wordt rabiës verspreid?

Het virus wordt overgebracht doordat speeksel van een besmet dier in een wondje of op het slijmvlies van een mens terechtkomt. Dieren die het rabiësvirus bij zich dragen, kunnen dat op mensen overbrengen door bijten of krabben, maar ook door bijvoorbeeld het likken van een hand waar een wondje op zit. Dieren die besmet zijn kunnen het virus overdragen voordat ze zelf ziekteverschijnselen tonen. Als je door een dier met rabiës wordt gebeten en je krijgt klachten, dan is de ziekte bijna altijd dodelijk.

 

  1. In welke landen komt rabiës voor?

Wereldwijd komt rabiës voor bij zowel huisdieren als in het wild levende dieren. Het gaat daarbij voornamelijk om honden, katten, vossen, apen en vleermuizen. Maar dit verschilt per land. In Nederland en de ons direct omringende landen komt rabiës alleen voor bij bepaalde vleermuissoorten. In Noord-Amerika en West-Europa komt rabiës vooral voor bij in het wild levende dieren. In de rest van de wereld komt het virus bij huisdieren en in het wild levende dieren voor. Alleen in Nieuw-Zeeland, Antarctica, grote delen van Oceanië en Japan komt geen rabiës voor. (kijk in de toolkit bij afbeeldingen voor een wereldkaart van landen met risico op rabiës, WHO 2008)

Voeg toe aan mijn downloadbundel

  1. Wat zijn de symptomen van rabiës bij mensen?

De ziekte start met griepachtige verschijnselen zoals koorts en spierpijn, daarna ontstaan stuiptrekkingen en/of verlammingsverschijnselen, slik- en ademhalingsproblemen. Uiteindelijk raakt de patiënt in coma en overlijdt.

 

  1. Wat zijn de symptomen van rabiës bij dieren?

Honden en katten veranderen van karakter, gaan zwerven, vermageren en gaan onzeker lopen. In een laat stadium van de ziekte loopt speeksel uit hun bek. Als vossen rabiës hebben worden ze minder schuw; normaal mijden zij mensen. Ook kunnen ze mensen aanvallen.

 

  1. Wie heeft kans om rabiës te krijgen?

Toeristen lopen risico op besmetting als zij in het buitenland door plaatselijk loslopende dieren (honden, katten, apen) gebeten worden. In veel landen, voornamelijk buiten Europa en Australië, bestaat risico op besmetting met het rabiësvirus bij contact met andere (zoog)dieren. In Nederland komt rabiës alleen voor onder bepaalde vleermuissoorten. Mensen lopen in Nederland een risico op besmetting als ze gebeten, gekrabd of gelikt worden door een vleermuis.

 

  1. Hoe kan rabiës worden voorkomen?

Vermijd contact met dieren in gebieden waar rabiës voorkomt. Raak dode of zieke dieren niet aan. Raak in het buitenland de honden, katten en apen niet aan, aai ze niet, en voer ze ook niet. Let op dat (kleine) kinderen onbekende dieren niet aanraken. Pak vleermuizen nooit met blote handen vast, ook niet in Nederland.

 

  1. Is rabiës te voorkomen na blootstelling?

Ja, als er direct gestart wordt met een preventieve behandeling na blootstelling. Zo kun je voorkomen dat je ziek wordt. Daarom is het belangrijk om snel medische hulp in te schakelen na (mogelijke) besmetting. Want als gestart wordt met een preventieve behandeling voordat je ziek wordt, kan de ziekte worden voorkomen. Door preventieve behandeling met medicijnen kan worden voorkómen dat het virus in het zenuwstelsel terecht komt. Deze medicijnen zijn overigens duur, en niet in elk land beschikbaar. Als na besmetting eenmaal ziekteverschijnselen ontstaan, dan is behandeling niet meer mogelijk.

 

  1. Hoe ziet een preventieve behandeling (profylaxe) tegen rabiës eruit?

Een arts kan nagaan of er kans bestaat op besmetting met het rabiësvirus na een beet, krab of lik van een dier dat mogelijk met rabiës is besmet. Als dat zo is, dan moet de patiënt behandeld worden met een serie van 4 inentingen (vaccinaties) volgens een vast schema (op dag 0, 3, 7, en tussen dag 14 en 28). Mensen die een afweerstoornis hebben, krijgen over het algemeen vijf ipv vier vaccinaties (op dag 0, 3, 7, 14 en 28). Soms is ook een injectie met antistoffen (immunoglobulinen) nodig (afhankelijk van het soort verwonding). Met de vaccinaties moet zo snel mogelijk na de verwonding gestart worden. Twee tot 21 dagen na de vaccinatie kunnen soms bijwerkingen optreden, zoals huiduitslag, gewrichtspijn, koorts, misselijkheid en/of onwel worden. Neem contact op met de GGD of huisarts bij ernstige klachten.
Als je in het verleden al gevaccineerd bent voor rabiës, moet je na een incident toch nog twee aanvullende inentingen krijgen als je mogelijk aan rabiës bent blootgesteld. Neem voor advies of vaccinatie contact op met de GGD, of met de huisarts.
 

 

  1. Kan iemand die is blootgesteld aan rabiës naar kinderopvang, school of werk?

Ja, iemand die gestart is met inentingen tegen rabiës na een mogelijke besmetting en die zich goed voelt kan gewoon naar kinderopvang, school of werk.

 

  1. Wat doet de GGD bij een mogelijke besmetting van een mens?

Een arts van de GGD bekijkt of vaccinaties nodig zijn. Dat is afhankelijk van het oordeel van de arts. Als iemand mogelijk door een vleermuis in Nederland is besmet, zal de GGD proberen de vleermuis te laten onderzoeken of deze het rabiësvirus bij zich heeft. Als de GGD besluit tot preventieve behandeling, dan zijn meestal meerdere vaccinaties nodig. Het is belangrijk dat je je aan het opgestelde behandelschema houdt. Wanneer je in het buitenland gestart bent met vaccinaties, kan de serie worden afgemaakt bij een GGD in je eigen regio. Bij een patiënt met rabiës in Nederland zal de GGD proberen te achterhalen waar iemand besmet is, of in Nederland meer mensen besmet zijn en via welk dier de besmetting heeft plaatsgevonden. Gelukkig komt dit zelden voor.

 

  1. Wat doet de GGD bij een mogelijk besmetting van een dier?

Als een dier in Nederland met rabiës is besmet, zal de GGD proberen te achterhalen waar de besmetting vandaan komt en of in Nederland meer dieren of mensen besmet kunnen zijn. Soms is een mogelijk besmet dier in Nederland te achterhalen. Het dier wordt dan door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit opgespoord en onderzocht. Bij voorkeur wordt het dier in quarantaine geplaatst, en geobserveerd op het ontstaan van rabiës. Soms is dat niet mogelijk en worden na euthanasie de hersenen van het dier onderzocht op rabiës.