Straling uit de bodem

In de aardkorst zijn sinds het ontstaan van de aarde de zogeheten primordiale radionucliden aanwezig. Dit zijn nucliden uit de uranium- en thoriumreeksen en kalium-40.

Terrestrische straling

Het bodemtype bepaalt welke nucliden zich in welke concentraties in de bodem bevinden. De onderstaande figuur geeft de stralingskaart van de Nederlandse bodem weer, zoals die in het proefschrift van Blaauboer en Smetsers uit 1996 is opgenomen.

kaart van Nederland met daarop de hoeveelheid straling die uit de bodem ontwijkt

Op deze kaart is te zien dat het omgevingsdosistempo hoger is boven klei- en lössgebieden (zoals in het stroomgebied van de grote rivieren) en lager boven veen- en zandgronden. Gemiddeld voor Nederland is het omgevingsdosistempo door terrestrische straling buitenshuis ongeveer 40 nSv/h. Bij 100% verblijf buitenshuis komt dit overeen met een jaardosis van ongeveer 0,2 mSv. Binnen Nederland kan de jaardosis lokaal een factor twee hoger of lager zijn.

Radon en thoron buitenshuis

De edelgassen radon (radon-222) en thoron (radon-220) zijn vervalproducten van respectievelijk uranium-238 en thorium-232. Deze edelgassen kunnen uit de bovenste bodemlaag ontsnappen, en leveren een kleine extra bijdrage aan het omgevingsdosistempo. Als het regent kan deze bijdrage gedurende korte tijd oplopen. Grote hoeveelheden van deze nucliden worden dan uitgespoeld, waardoor het dosistempo door externe straling op kan lopen tot 200 nSv/h. Inademing van de vervalproducten van radon en thoron levert een grote bijdrage aan de stralingsbelasting in de buitenlucht. Bij 100% verblijf in de buitenlucht is de jaardosis door inademing van vervalproducten van radon en thoron ongeveer 0,2 mSv.

Straling uit voedsel

Langlevende nucliden uit de bodem komen ook door inname (ingestie) van voedsel en drank in ons lichaam terecht, waar ze door inwendige bestraling bijdragen aan de stralingsbelasting. De belangrijkste nucliden die hierbij een rol spelen zijn kalium-40, lood-210 en polonium-210.

De precieze jaardosis verschilt van mens tot mens; die is onder meer afhankelijk van het eetpatroon. In Nederland bedraagt de jaardosis door ingestie van natuurlijke radionucliden 0,37 mSv per hoofd van de bevolking. Deze waarde komt uit onderzoek dat begin jaren negentig is uitgevoerd. Meer informatie over dit onderzoek is te vinden in het RIVM-rapport 'Stralingsbelasting in Nederland'. Na het verschijnen van dit rapport is er geen uitgebreid onderzoek meer gedaan naar de bijdrage van ingestie aan de stralingsbelasting. Door wijzigingen in het eetpatroon van de Nederlander in de afgelopen twintig jaar kan deze stralingsbijdrage veranderd zijn.

 

gespleten bodem
RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu