Hantavirus

Hantavirus

Knaagdieren kunnen drager zijn van hantavirussen. Wereldwijd zijn verschillende soorten hantavirussen te onderscheiden, die afhankelijk van de soort meer of minder ernstige verschijnselen bij mensen kunnen veroorzaken. Geïnfecteerde knaagdieren scheiden het virus met de urine, ontlasting of speeksel uit in de omgeving. Infectie van de mens gebeurt voornamelijk door inhalatie van aërosolen (stof- en vloeistofdeeltjes in de lucht) afkomstig van urine en ontlasting, beten van knaagdieren en opname van besmet voedsel. Een infectie bij mensen verloopt meestal zonder symptomen, bij een klein deel van de patiënten worden de nieren ernstig aangetast. In Nederland en België komen Puumula virus, Tula virus en Seoul virus voor.

Puumula hantavirus (PUUV) komt het vaakst voor en wordt overgebracht door de rosse woelmuis. In Nederland is het Puumula virus aangetroffen bij rosse woelmuizen in verschillende delen van het land. Jaarlijks komen enkele ziektegevallen voor.

Tulavirus komt bij veldmuizen voor en is ook in Nederland gevonden. Voor zover bekend zijn er geen ziektegevallen door Tulavirus.

Seoulvirus komt voor bij ratten. Er zijn aanwijzingen gevonden dat Seoul ook in Nederlandse ratten voorkomt, maar dit is nog niet bevestigd. In Engeland en Wales is in 2013 Seoul hantavirus (SEOV) gevonden bij tamme ratten, waarbij een eigenaar ziek is geworden.

De kans op besmetting met hantavirus is gering. Mensen die veel in contact komen met wilde knaagdieren lopen meer risico op besmetting.


RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu