Bestrijding van polio met antivirale middelen

Projectleider: Dr. H.G.A.M. van der Avoort
Uitvoering: 2012-2014

Aanleiding en doel

Polio, of kinderverlamming, is een gevaarlijke ziekte, die wordt verspreid door een virus dat in de darmen van mensen leeft. De infectie kan verlammingen geven, met soms blijvende restverschijnselen en soms overlijden. In Nederland komt polio nauwelijks meer voor. Dit is te danken aan een intensief vaccinatieprogramma dat is gestart in het midden van de vorige eeuw. De laatste polio-epidemie vond plaats in 1992- 1993 onder ongevaccineerde personen. Om de ziekte wereldwijd uit te bannen is een grootscheeps vaccinatieprogramma opgezet. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van twee typen vaccinaties. Oral poliovirus Vaccin (OPV), bestaande uit levend verzwakt virus, dat via de mond wordt ingenomen, en Inactivated poliovirus Vaccin (IPV), bestaande uit een inactief gemaakt poliovirus, dat intramusculair toegediend wordt. Tegelijkertijd worden ook antivirale middelen ingezet, voor gebruik bij langdurige uitscheiders van het OPV tijdens de laatste fasen van het eradicatie programma (uitroeiings programma) en als middel bij gebruik van uitbraken in het post eradicatie tijdperk. Het is mogelijk dat het poliovirus resistent wordt en kan gaan circuleren . Recente uitbraken van resistentie tegen een antiviraal middel tegen griep laten zien dat het gevaar van antivirale resistentie reëel is. Om nieuwe uitbraken van resistente virussen, zoals het poliovirus, te voorkomen is meer kennis nodig. 

Resultaten en betekenis

Over resistentie tegen antivirale middelen is wereldwijd veel minder bekend dan over antibioticaresistentie. In dit project is een overzicht gemaakt van alles wat wetenschappelijk bekend is over effecten op de ziekteverwekkers van antivirale middelen tegen poliovirussen en andere non polio-enterovirussen. Dit leidt tot de stellige verwachting dat ook het poliovirus in staat zal zijn te veranderen, waardoor antivirale middelen minder goed gaan werken. Het poliovirus kan ook reageren met antivirale middelen die niet bedoeld voor de bestrijding van poliovirus. Het kan hierbij gaan om middelen die nog in ontwikkeling zijn voor non-polio enterovirussen en rhinovirussen die grootschalig gebruikt kunnen worden. Maar ook om middelen die al op de markt zijn voor andere (chronische) aandoeningen en virale infecties. Omdat enterovirussen vaak asymptomatisch zijn is het mogelijk dat patiënten die deze al beschikbare middelen chronisch gebruiken ook ongemerkt resistent geworden virussen bij zich dragen en doorgeven. Het is niet bekend in hoeverre dit al aan de orde is. Het RIVM weet veel van testen om resistentie tegen antivirale middelen op te sporen en heeft testen geïmplementeerd om de werking van antivirale middelen te bepalen. Deze testen zijn van cruciaal belang voor het monitoren van resistentie van antivirale middelen. Met deze kennis en expertise kan het RIVM een vinger aan de pols houden waar antivirale resistentie optreedt en zo nodig ingrijpen. De nieuwe kennis en gegevens helpen daarnaast de industrie om nieuwe antivirale middelen te ontwikkelen die effectief zijn tegen virussen die resistent zijn geworden voor bestaande middelen.

Samenwerking

In dit project is samengewerkt met het Centre for Disease Control (Atlanta), het Rega Instituut (Leuven), en de universiteit van Utrecht.

Meer informatie

Benschop KSM, Avoort HGAM, Duizer E, Koopmans, MPG, Antivirals against enteroviruses: a critical review from a public-health perspective 
Antiviral Therapy, in press (DOI 10.3851/IMP2939)

 

 

Home / Over RIVM / Kennis en kunde / Strategisch Programma RIVM / Bestrijding van polio met antivirale middelen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu