1. Wat is er veranderd er voor mijn doelgroep met de vernieuwing van het bevolkingsonderzoek?
  2. Hoe blijf ik op de hoogte van de ontwikkelingen in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker?
  3. Hoe is mijn beroepsgroep betrokken bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker?
  4. Ik krijg tijdens mijn werk vragen van vrouwen over de wijzigingen in het bevolkingsonderzoek. Hoe moet ik deze beantwoorden?
  5. Waarom worden vrouwen met lichte afwijkingen nu ook doorverwezen naar de gyneacoloog?
  6. Is de zelfafnameset net zo betrouwbaar als een uitstrijkje?

1. Wat is er veranderd voor mijn beroepsgroep met de vernieuwing van het bevolkingsonderzoek?

De huisartsenvoorziening blijft een rol spelen in de voorlichting, het onderzoek en de verwijzing van vrouwen. Zij krijgen ook nog steeds een vergoeding voor het maken van een uitstrijkje. Deze vergoeding is voor het uitstrijkje na een uitnodiging, uitstrijkje na een positieve zelfafnameset en het controle-uitstrijkje na 6 maanden. Wat verandert, is dat de screeningsorganisaties alle vrouwen uitnodigen voor het bevolkingsonderzoek. Huisartsenvoorzieningen nodigen vrouwen niet meer zelf uit. 

 

2. Hoe blijf ik op de hoogte van de ontwikkelingen in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker?

Op de website voor professionals van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-CvBCentrum voor Bevolkingsonderzoek is informatie te vinden over de voorbereiding van de vernieuwingen in het bevolkingsonderzoek.

Daarnaast verspreidt het RIVM-CvB een digitale nieuwsbrief bevolkingsonderzoeken naar kanker.

 

3. Hoe is mijn beroepsorganisatie betrokken bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker?

Het NHGNederlands Huisartsen Genootschap en de NVDANederlandse Vereniging voor Dokters Assistenten nemen deel aan de werkgroepen en de programmacommissie die meewerken aan en adviseren over het bevolkingsonderzoek.


De LHVlandelijke huisartsenvereniging is betrokken geweest bij het vaststellen van de vergoeding voor de huisartsenvoorziening voor het maken van uitstrijkjes.

 

4. Ik krijg tijdens mijn werk vragen van vrouwen over de wijzigingen in het bevolkingsonderzoek. Hoe moet ik deze beantwoorden?

Het RIVM heeft een lijst opgesteld met veelgestelde publieksvragen en de antwoorden hierop. Hiervan kunt u gebruik maken bij het beantwoorden van vragen.

Bent u professional? Bekijk dan het overzicht van richtlijnen en (online) scholing voor de verschillende beroepsgroepen die met het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker te maken hebben.

 

5. Waarom worden vrouwen met lichte afwijkingen nu ook doorverwezen naar de gynaecoloog?

Het uitstrijkje van vrouwen die hrHPVhoog risico Humaan papillomavirus positief zijn, wordt ook cytologisch beoordeeld. Vrouwen met hrHPV en cytologische afwijkingen worden doorverwezen naar de gynaecoloog. Ook als er sprake is van lichte afwijkingen. De combinatie van hrHPV en (lichte) afwijkingen geeft een zodanig  verhoogd risico op voorstadia  van baarmoederhalskanker dat doorverwijzing zinvol is.

 

6. Is de zelfafnameset net zo betrouwbaar als een uitstrijkje?

Uit onderzoek blijkt dat de zelfafnameset voor vrouwen die niet (consequent) deelnemen aan het bevolkingsonderzoek net zo betrouwbaar is als een uitstrijkje. Onderzocht wordt of de zelfafnameset ook bij vrouwen die normaliter deelnemen aan het bevolkingsonderzoek betrouwbaar is.